Paradijs werd oorlogsgebied

Ooggetuigen

Nederlanders die erbij waren op de boulevard van Nice hebben een gevoelige knauw gekregen. „Het is in een waas voorbijgegaan.”

Eva Pertijs (18) was twee weken in Nice voor een zomercursus Frans. Ze stond op de boulevard toen de vrachtwagen op de mensenmassa inreed.

„Het vuurwerk was net vijf minuten afgelopen en we waren aan het aarzelen over wat we zouden gaan doen. In één keer door naar de stad, of eerst nog even naar het appartement, een trui halen en daar nog biertjes drinken. Het was supergezellig. Twee seconden later komt er een supergrote vrachtwagen aan die gewoon doorrijdt, vlak naast ons gaat hij de mensenmassa in. Ik zag dat er heel veel vluchtende mensen mijn kant op kwamen rennen. Automatisch liet ik alles uit mijn handen vallen: mijn blikje bier, mijn sigaretten. Mijn vrienden en ik zijn het strand op gerend. Daar was meer ruimte, dus daar ga je heen. Binnen twee minuten waren we elkaar allemaal kwijt. Ik hoorde overal schoten en was bang dat ik in mijn rug geschoten zou worden.

„Ik denk dat het een halfuur duurde om thuis te komen. Een paar vrienden vond ik gauw terug. De rest kon ik niet bereiken want het netwerk was overbezet. Pas twee uur later hadden we iedereen gevonden. Rond drie uur zijn we gaan slapen. Met een vriendin logeerde ik tijdens de twee weken dat ik daar was in een studio van ongeveer 12 vierkante meter. Daar hebben we met een groepje vrienden de hele nacht doorgebracht. We hebben gepraat, contact gehouden met familie. En geprobeerd te slapen. In het begin durfde ik mijn ogen niet dicht te doen. Je hoorde nog schoten op straat, ambulances en politie. Je denkt wel dat je veilig bent, maar je bent er ook totaal niet zeker van.

„Een papa van een vriendin is ons komen halen. Het enige wat we willen is naar huis gaan.”

Ondernemer André Hoving (51) en zijn vrouw Ireen (44) moesten wegduiken. Zoon Tom (13) stond verderop.

„Ik kijk nu uit het raam, naar de boulevard. Ik zie een mooie blauwe hemel, ik voel een warm briesje. Maar die truck zit nog steeds op mijn netvlies. Die doffe klappen hoor ik nog steeds. Eerst loop je lekker over de promenade. Dan komt die truck zigzaggend op je af. Gevoelsmatig reed hij zeker honderd kilometer per uur. Het gekrijs ging als een golfbeweging met die truck mee. Ik ben opzij gedoken en heb mijn vrouw meegetrokken. Ik heb een schaafwond op mijn elleboog. Naast me lagen mensen die het niet hebben overleefd. Lichamen lagen in vreemde posities. Het paradijs was ineens een oorlogsgebied. We zijn naar de middenberm gelopen. Tussen de palmbomen hebben we elkaar omhelsd. Je wilt wel slachtoffers gaan helpen maar je weet niet wat er nog meer gaat komen. Eigen veiligheid voorop, heb ik in het leger geleerd. Ik had mijn vrouw en zoon bij me dus ik had extra verantwoordelijkheid. Of dat op zo’n moment goed of fout is weet ik niet.

„Ons appartement kijkt uit over de boulevard. We zagen later op de avond dat hulpverleners slachtoffers bekeken. Om te bepalen wie er nog te redden was.

„In mijn ogen is naar huis gaan geen optie. We zijn hier net twee dagen. Maar als het genieten eraf is, moeten we vertrekken. We hebben dit nog niet bepaald. Ik heb veel gebeld. We hebben niet geslapen. Later beslissen we. Misschien gaan we straks ergens eten.”

Jurist Lysanne Modderman (25) uit Utrecht was met haar vriendinnen aan het dansen vlakbij de plek waar de truck tot stilstand kwam.

„We liepen net door de stad. Er is heel, heel veel politie. Maar ik ben niet angstig of zo. Ik ga mijn vakantie gewoon afmaken. We stonden gisteravond te dansen bij een DJ die harde muziek draaide. Ik heb helemaal geen klap of gegil gehoord. Mensen begonnen ineens te rennen. Ik rende mee. Maar na een minuut stopte iedereen weer. Misschien was er een opstootje geweest ofzo, dacht ik, klooiende jongens. We gingen terug naar de DJ. Het was superleuk en supergezellig. Toen gingen mensen wéér rennen. Ik zag een meisje keihard huilen en wist dat het serieus was.

„Wij weer rennen. We liepen met een groep vrienden over de boulevard de stad uit, naar het appartement waar we zouden slapen. Het werd steeds rustiger om ons heen. Heel bizar. ‘Waarom lopen jullie nog op straat, het is niet veilig’ zei een vrouw tegen ons. Ja, misschien had ze gelijk. Toen hebben we een taxi besteld.

„Twee vriendinnen waren net drankjes aan het halen en hadden hun telefoon niet bij zich. Die zagen we vrijdag pas weer, ze zijn bij mensen blijven logeren omdat ons appartement onbereikbaar was. Gelukkig konden ze tussentijds met de telefoon van iemand anders bellen.

„Iedereen was de hele avond aan het bellen. Er kwam steeds meer informatie binnen. Zoveel doden, zoveel gewonden. We werden steeds paniekeriger. We hebben bijna niet geslapen. Iedereen appt de hele tijd. Het is nog een beetje onwerkelijk. Gisteravond is als een soort waas voorbij gegaan.”