Oud-ombudsman: bestuurlijk stelsel Amsterdam functioneert niet

Amsterdamse politici zijn meer met elkaar bezig dan met hun burgers, zo oordeelt een evaluatiecommissie.

Illustratie Pavel Constantin

Amsterdamse politici en ambtenaren zijn meer met elkaar en partijpolitiek bezig dan met hun burgers. Daardoor staat het bestuur ver af van het dagelijks leven in de stad. Dat is een van de harde conclusies van een evaluatiecommissie onder leiding van oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer in een vrijdag gepubliceerd rapport over het functioneren van het Amsterdamse bestuurlijke stelsel.

Vooral de houding en het gedrag van het bestuur zijn in Amsterdam een probleem, stelt de commissie. Amsterdam is ‘tot in de haarvaten’ politiek verdeeld en deze machtsstrijd bepaalt een belangrijk deel van de stadscultuur. Hierdoor is geen normale werking van democratie mogelijk: de burger is kansloos, in de woorden van Brenninkmeijer. Politici voeren eerder strijd dan dat ze met elkaar samenwerken om problemen van burgers op te lossen. De Amsterdamse burger ziet „veel politiek gedoe, maar heeft weinig democratische kansen”.

Brenninkmeijer (geboren Amsterdammer) zegt in een toelichting:

„Er zijn in Amsterdam buitengewoon betrokken burgers, die niet voor hun eigenbelang maar voor hun flat of buurt initiatieven ontplooien. Hun boodschap is: ideeën gaan met dit bestuurlijk stelsel gewoon kapot. Er blijft niks van over. Zelfs bestuurscommissies zeggen dat hun ideeën door de centrale stad zonder opgaaf van reden worden afgewezen.”

Eén constructiefout

In het stelsel zelf ziet de commissie één „ernstige constructiefout”. Zowel de gemeenteraad als de bestuurscommissies worden direct gekozen, terwijl die laatsten het beleid van de centrale stad moeten uitvoeren. Dat botst. Politici steggelen vooral over de vraag ‘wie gaat waarover?’. Val Amsterdammers daar niet mee lastig, aldus de commissie, maar los problemen op en neem verantwoordelijkheid. Hun aanbeveling: doe iets aan dat dubbelmandaat vóór de komende verkiezingen en stel de bestuurscommissies in 2018 niet meer via directe verkiezingen samen.

In opdracht van de gemeente evalueerde oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer het in 2014 gewijzigde bestuurlijk stelsel in Amsterdam. Twee jaar geleden zijn de deelraden van de stadsdelen afgeschaft en sindsdien functioneren bestuurscommissies als ‘verlengd bestuur’ van de gemeenteraad. Slechts op een beperkt aantal terreinen, zoals de inrichting van straten en pleinen, hebben bestuurscommissies meer speelruimte en mogen ze zelf plannen maken – mits dit binnen het beleid van de centrale stad past.

Zelfs het onderzoek werd onderdeel van een politieke machtsstrijd, zegt Brenninkmeijer, omdat partijen verschillend over het nieuwe stelsel denken. Brenninkmeijer noemt het tekenend en „heel teleurstellend” dat het zijn commissie daarom niet lukte fractievoorzitters en wethouders bij elkaar aan tafel te krijgen om een gemeenschappelijke oplossing te verzinnen. „Raadsleden zeiden eigenlijk: u moet een rapport uitbrengen, en dan gaan we er als het af is een politiek spel mee spelen.”

Al twintig jaar dezelfde kritiek

Al in 1997, en in verschillende rapporten daarna, werden dezelfde problemen geconstateerd, aldus de commissie. Ze komen neer op ‘typisch Amsterdams’ besturen: iedereen praat over alles mee, ook al gaat men er niet over, en er is veel aandacht voor plannen maar weinig voor de uitvoering. De commissie citeert de Amsterdamse ombudsman:

„Amsterdam is groots als iemand vermoord wordt, er een crisis is, of er iets bijzonders te vieren valt, maar het regelen van een invalideparkeervergunning vraagt heel veel geduld en inzet.”

Ook uit de recente raadsenquête over de gemeentelijke financiën kwam het beeld naar voren van een hardleerse organisatie. De commissie begint de samenvatting dan ook met een waarschuwing:

„We achten het risico reëel dat dit rapport met aanbevelingen gewoon op de grote stapel van eerdere rapporten over het bestuurlijk stelsel terechtkomt.”

Lees hieronder het volledige rapport: