Op dag met twee gezichten imponeert Tom Dumoulin

Tour de France

Tom Dumoulin testte zich vrijdag voor de olympische tijdrit in Rio de Janeiro. Hij won. En hoe. De specialist was veruit de snelste.

Bauke Mollema in gebeeldhouwde pose op weg naar de zesde plaats in de tijdrit en de tweede plaats in het algemeen klassement. Foto Bas Czerwinski/ANP

Tom Dumoulin heeft de beste tijdrijders ter wereld gedeclasseerd in de lange tijdrit van de Tour de France, maar aan de uitdrukking op zijn gelaat valt het niet af te lezen.

In de hotseat naast de finish straalt hij een zekere treurigheid uit, zelfs als geletruidrager Chris Froome één minuut en drie seconden na hem binnenkomt en hij voor het eerst in zijn carrière een tijdrit in de Tour wint.

Pas als persman Bennie Ceulen hem komt knuffelen kan hij even glimlachen, maar meteen daarna is er weer het besef dat hij zijn tweede etappe deze Tour heeft gewonnen op een dag die wordt overschaduwd door de dood van vele tientallen op amper twee uur rijden van waar hij staat.

Voor blijdschap weinig plaats

In de interviews die hij als etappewinnaar moet geven blijft hij maar herhalen dat die dag voor hem twee gezichten heeft. Natuurlijk is hij tevreden met zijn tijdrit, het was vooraf zijn grote doel hier te winnen. Maar voor blijdschap was eigenlijk geen plaats meer sinds hij vanmorgen op zijn telefoon keek en via Twitter zag dat een bestuurder van een truck op de Promenade des Anglaïs in Nice dood en verderf had gezaaid terwijl hij lag te slapen.

Op die plek reed hij in maart zelf nog, toen hij als twaalfde eindigde in de etappekoers Parijs-Nice. „Sport is vandaag niet zo belangrijk”, sprak de pas 25-jarige wielrenner uit Maastricht.

De dag die Dumoulin al maanden had omcirkeld als de zijne begon in misère en liep over in onzekerheid. Tourbaas Christian Prudhomme maakte pas tegen tienen bekend dat de dertiende etappe van Bourg-Saint-Andéol naar La Caverne du Pont-d’Arc, over 37,5 kilometer, daadwerkelijk verreden zou gaan worden. „Dan ben je wel afgeleid, ja”, zei Dumoulin vlak na de beste tijdrit die hij ooit reed – alle wereldtoppers op deze discipline waren er immers bij, van Fabian Cancellara tot Tony Martin, mannen van wie hij meer dan eens verloren heeft.

„Maar als dan wordt besloten te gaan rijden, dan gaat er ook meteen een knop om. Dan is het een dag om te knallen. Het is goed dat we onszelf hebben afgevraagd of we hier wilden rijden, maar het is ook goed dat we het hebben gedaan. We zijn de moderne wereld en we zullen niet zwichten voor dit soort wanstaltige gebeurtenissen.”

Toen zijn ploeggenoot Laurens ten Dam vrijdagochtend van het nieuws hoorde, wilde hij eigenlijk helemaal niet starten, zei hij fietsend op een rollerbank die stond opgesteld vlak achter een camper van Giant-Alpecin. Hij werd misselijk van de beelden die hij zag. „Ik dacht meteen aan mijn kinderen en in wat voor wereld ik ze aan het opvoeden ben. Wat stelt wielrennen dan nog voor? Maar ja, zodra je de pijn in je benen voelt ben je gewoon weer aan het werk natuurlijk.”

Ten Dam maakt zich wel zorgen over de laatste etappe van de Tour, die volgende week zondag eindigt op de Champs-Elysées. „Als ze het in Nice kunnen, dan ook in Parijs.”

Dat een wielerkoers moeilijk te beveiligen valt weten alle renners in het peloton. De sport is toegankelijk, en rond Touretappes verzamelen zich vooral bij start en finish massa’s mensen, die zich betrekkelijk vrij kunnen bewegen – ze kunnen de renners om handtekeningen vragen.

De veiligheidsmaatregelen in de Tour waren na de aanslagen in Parijs en Brussel dit jaar al aangescherpt; nooit eerder moesten mensen bij het betreden van het Village Départ voor elke etappe hun tassen zo uitvoerig laten controleren. Vrijdag schaalde de plaatselijke gendarmerie nog eens stevig op: 600 agenten werden extra ingezet in dit gedeelte van de Ardèche.

Ongemakkelijke bedruktheid

De sfeer in de grootste wielerwedstrijd ter wereld was van een ongemakkelijke bedruktheid. Angst bij de Franse ploeg Direct Energy, verse verslagenheid bij Maarten Wynants van LottoNL-Jumbo, en ook bij zijn ploegleider Frans Maassen. „Tachtig doden”, sprak Maassen hardop. „Ongelooflijk.”

Bij de finish was het ongewoon rustig. Een voor een druppelden de renners binnen na hun inspanning van een klein uur, en alsof hun prestatie niets had voorgesteld rolden ze daarna in volstrekte anonimiteit naar de camper van hun ploeg.

Er klonk haast geen geklap wanneer er een nieuwe beste tijd werd gereden. Wel na de winst van Tom Dumoulin. De mensen die aanwezig waren, zagen een bijzondere prestatie op een bijzondere dag in de Tour de France. Een dag met twee gezichten.