Ongepast

hugocamps0

De klim op de Mont Ventoux eindigde niet in een drama, maar in een vaudeville. De mythische berg geridiculiseerd door clowns. Chris Froome pikkelde de col op, zonder fiets. Het was niet om aan te zien: een spastisch scharminkel met een kinderhoofd. Het geluid van de klikplaatjes op het asfalt was al even droevig.

Ontwijding alom.

De val van Froome, Richie Porte en Bauke Mollema, uitgelokt door een toeschouwer en (alweer) een motorrijder, zette de Tour op zijn kop. Wat volgde was chaos en willekeur. Froome kwam op afstand binnen, maar de jury van UCI-commissarissen en ASO besliste dat hij het geel mocht houden. Ze deed er zelfs nog een tijdbonusje bovenop. Terecht voelde Mollema zich bekocht, terecht tekende zijn ploeg beroep aan tegen het gooi- en smijtwerk op het klassement. Maar het gekonkel tussen de gele trui van Team Sky en de Tourorganisatie overstijgt de logica van rechtvaardigheid. Honderden renners worden na een ongelukkige val aan hun lot overgelaten, ook in winstpositie, maar Froome is een royal van Amaury Sport Organisation en in koninklijke loges heerst het ballotagesfeertje. De commerciële impact van het gele tricot activeert kromme gedachten.

De Tour is overwoekerd door het volkse karakter van het wielrennen. Een bergrit is een constipatie van massa’s. De flanktoeristen maken een ordentelijk verloop van de wedstrijd onmogelijk. Ze hollen met de renners mee, beladen met vlaggen, knotsen en bierkratten. Met de gure stank van drank en zweet. Ze zijn zo opdringerig dat een demarrage op een col bijna onmogelijk is.

Zo was het ook op de Ventoux. Doe daar nog een legertje waaghalzen op de motor bij en zonder doodsverachting kom je een berg niet meer over.

Een dag eerder in Montpellier had Froome in een onwaarschijnlijke jump met Peter Sagan laten zien dat hij blaakt van conditie. In een waaierrit hengstte hij voor het peloton uit op initiatief van Sagan en diens ploegmaat Maciej Bodnar. Het ging maar om een handvol seconden, maar het was weer een tik voor concurrent Nairo Quintana. Om maar te zeggen dat Froome de tijdgunst van de jury niet nodig had. In de twee tijdritten zou hij de scheve situatie van de Ventoux makkelijk hebben rechtgetrokken.

Dat hadden de organisatoren ook kunnen weten. Froome was intussen aan het slagen in een operatie charme als completere renner. De sympathie bij het Franse publiek groeide. Door het arbitraire privilege van de organisatie kreeg hij opnieuw boegeroep naar het hoofd geslingerd. Dom en jammer.

Held van de tijdrit naar Pont-d’Arc was Tom Dumoulin. Hij kliefde de wind met de gratie van een zwaan. Zijn etappewinst op Arcalis in hondenweer was ook al zo demonstratie van klasse en conditie van de Limburger. Zonder Rio op het programma was hij zeker voor het klassement gegaan. Maar Dumoulin ligt nergens wakker van. Hij is de minst gecrispeerde renner van het Nederlandse cyclisme.

De grootste verrassing is het duurzame vormpeil van Bauke Mollema. Bau mag zich klaarmaken voor het podium in Parijs. Ontloken mens.

Het drama van Nice werd door de Tourdirectie afgedaan met een minuut stilte. Ik weet niet of die tijdrit verreden had moeten worden. Angst voor terreur zit ook in het hoofd van renners, zeker tijdens de Tour. Sep Vanmarcke is zo ontdaan over het bloedbad van Nice dat hij overweegt zijn vrouw niet naar Parijs te laten komen op de slotdag.

Een bezinningsmoment in plaats van een chronorit had ook gekund. De Tour kan een boenwasje van het menselijk gelaat best gebruiken.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.