Niks mis met lenen voor een nieuwe keuken

Verbouwen

Niet iedereen heeft genoeg spaargeld voor een verbouwing. En de bank financiert die niet meer als je een huis koopt. Wat zijn de opties?

Illustratie XF&M

Een huis kopen is aantrekkelijk nu de hypotheekrente zo laag is. Maar een verbouwing financieren is lastiger. Zeker als bijvoorbeeld de badkamer nog prima functioneert, dus als een verbouwing niet tot een aanwijsbare waardevermeerdering leidt, kun je niet meer op de bank rekenen. Die mag nog maar maximaal 102 procent van de woningwaarde financieren.

Dan toch maar wat spaargeld bij elkaar schrapen? Dat kan. Maar voor een verbouwing is een lening afsluiten soms wijzer. Stel dat je je reserves opmaakt aan die nieuwe keuken en volgend jaar de auto het begeeft. Zonde om dan alsnog een lening te moeten aangaan. Want alleen bij leningen voor een verbouwing is de rente aftrekbaar van de inkomstenbelasting.

Een buffer aanhouden is dus verstandig. De hoogte? Die hangt af van je omstandigheden. Een indicatie geeft de Bufferberekenaar van het Nibud. Heb je spaargeld boven de vrijstellingsgrens van 24.437 euro per persoon, dan is het sowieso zinnig dat in te zetten. Zo ontkom je aan de vermogensbelasting van 1,2 procent. Wat te doen als je niet zoveel spaargeld hebt?

1. Persoonlijk krediet afsluiten

Toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarschuwde consumenten afgelopen voorjaar voor de combinatie van een hypotheek en een consumptief krediet voor bijkomende kosten. Toch kan zo’n krediet, als de bank de verbouwing niet (helemaal) wil meefinancieren, best een goede optie zijn, vindt financieel expert Pieter van Tuinen van Van Bruggen Adviesgroep. De rente op een persoonlijk krediet is hoger dan de hypotheekrente, maar lang niet meer zo schrikbarend hoog als voorheen.

Door de kortere looptijd dwing je jezelf dat bedrag sneller af te lossen. Van Tuinen vindt dat een voordeel. Als voorbeeld noemt hij iemand die zijn eerste huis koopt. Als hij een huis zou moeten huren, zou hij 700 euro per maand kwijt zijn. Voor een vergelijkbare koopwoning betaalt hij 500 euro aan hypotheeklasten. Als daar dan nog zo’n 100 euro per maand aan rente en afbetaling op een persoonlijke lening bijkomt, is dat te overzien. „Als zo’n verbouwing je meer woongenot geeft en de lening legt je financieel niet lam, waarom niet?”

Reken wel van tevoren uit wat je per maand kunt missen. Ook daarvoor is een simpel rekenprogramma van het Nibud: Risicometer Lenen. Een lijstje van de leningen waarvoor je in aanmerking komt vind je op vergelijkingssites als Independer. Daarop staan ook de maandelijkse kosten van rente plus afbetaling vermeld.

2. Hypotheek hoger inschrijven

Kun je nog een of twee jaar geduld opbrengen, dan is het slim om je hypotheek bij het afsluiten alvast voor een hoger bedrag in te schrijven. Daarmee heb je de mogelijkheid om dat extra bedrag op een later moment te lenen. Een hogere inschrijving kost doorgaans niets extra’s. Tegen de tijd dat je er gebruik van maakt, vallen de bijkomende kosten mee. Een gang naar de notaris is niet nodig en voor de nieuwe waardebepaling van het huis zal de bank meestal genoegen nemen met de laatste WOZ-waarde.

Wel kunnen de afsluitkosten en advieskosten nog altijd oplopen tot zo’n 1.000 euro, maar die zijn wel weer aftrekbaar. Gezien de lagere rente zal de uitbreiding van de hypotheek goedkoper zijn dan een persoonlijke lening. Het verbaast Van Tuinen dat mensen niet vaker gebruikmaken van deze mogelijkheid. „Je hebt bij een hogere inschrijving weinig extra kosten, maar straks wel het voordeel van de lage hypotheekrente, het beste van twee werelden.”

Een garantie dat je het bedrag ook krijgt, heb je overigens niet. Op het moment dat je hiervoor kiest, bepaalt de bank op basis van je inkomen en de waarde van je huis of die extra lening verantwoord is. Was je bij aankoop al maximaal gefinancierd, dan moet de waarde van het huis in de tussentijd gestegen zijn, wil je ervoor in aanmerking komen.

3. Tweede hypotheek afsluiten

Als je wilt verbouwen in je huidige koopwoning en je hebt geen hogere inschrijving achter de hand, dan kun je ook een nieuwe hypotheeklening afsluiten. Dat is alleen gunstiger dan een persoonlijk krediet als het om een flink bedrag gaat. Het omslagpunt hangt af van de rente en looptijd van het krediet, maar het Nibud gaat uit van ongeveer 25.000 euro. Dat een tweede hypotheek lang niet altijd gunstig is, komt door de hogere kosten die ermee gemoeid zijn, tot wel 2.500 euro. Naast advieskosten betaal je notariskosten en meestal ook taxatiekosten.

4. Geld ophalen met crowdfunding

Het gebeurt echt: geld voor een privé-uitgave ophalen bij de ‘crowd’, bijvoorbeeld via het platform Geldvoorelkaar. En er is ook aardig wat animo voor. Na plaatsing van een aanvraag hebben particulieren het gevraagde bedrag vaak al in één dag bij elkaar. Doorgaans gaat het om vele kleine bedragen die zo bij elkaar gesprokkeld worden. Het rentetarief kan wat gunstiger zijn dan bij een persoonlijke lening, maar het platform rekent ook kosten. Per saldo zal het ongeveer even duur uitpakken. Het geld zal wat sneller binnen zijn. Al scheelt ook dat niet zo heel veel: ter bescherming van de investeerders doorloopt zo’n platform ook de nodige formaliteiten.

5. Lenen van familieof vrienden

Ouders met geld? Leen van hen om de verbouwing te bekostigen. Als zij je een bedrag lenen tegen een rente van 5 procent, kun jij de rente aftrekken en resteert – in de hoogste belastingschijf – ongeveer 2,5 procent. Nog beter wordt het als je ouders jaarlijks een belastingvrije schenking doen ter hoogte van die rente. Jij hebt dan helemaal geen rentekosten meer, terwijl je ouders een rendement hebben van 2,5 procent. Nog steeds heel behoorlijk als je het afzet tegen een spaarrekening. Ideaal, vindt Van Tuinen. „Bij ouderen zit zo ongelofelijk veel spaargeld, dit is een goed verdienmodel.” Zo’n lening zal binnen vijf of tien jaar afgelost moeten worden wanneer ouders het bedrag wellicht nodig hebben voor zorgkosten.

Lenen van andere familieleden of van vrienden kan ook. Leg het wel vast bij de notaris of een adviseur, dat zal zo’n 1.000 euro kosten. Maar die kosten heb je er snel uit.