Na Nice moet Frankrijk waken voor verkeerde daadkracht

Juist de keuze van het wapen, een vrachtwagen waarmee donderdagavond blindelings werd ingereden op een feestvierende menigte op de boulevard van Nice, maakt deze nieuwe terreurdaad zo afschuwelijk.

nrcvindtdonker
Terwijl antiterreur-autoriteiten over de hele wereld gericht zijn op het opsporen en onderscheppen van wapens en bommen, of materiaal om bommen van te maken, koos de terrorist in Nice voor die vrachtwagen en vermoordde er zeker 84 onschuldige burgers mee.

De dag na een terreurdaad zoals die nu weer heeft plaatsgevonden op de Franse nationale feestdag, moet om te beginnen worden stilgestaan bij het peilloze leed dat de nabestaanden is aangedaan. Daarbij is opnieuw de grote kwetsbaarheid van de samenleving onderstreept, en ook de bijna onmogelijke taak waarvoor de diensten staan die de samenleving moeten beveiligen tegen dit soort daden van redeloos geweld. Deze terreurdaad treft iedereen.

Degenen die achter de laffe aanslag zitten, hebben hun daad nog niet opgeëist. Maar gezien de eerdere aanslagen die Frankrijk recent hebben getroffen, wordt vermoed dat ook ditmaal de terreurbeweging IS op zijn minst de bron van inspiratie was voor de dader. Een woordvoerder van die beweging riep in september 2014 ertoe op om „de ongelovige Amerikaan, de ongelovige Fransman” met alle mogelijke middelen te doden. „Verbrijzel zijn hoofd met een steen, dood hem met een mes, overrijd hem met uw auto.” Naar het zich laat aanzien was de chauffeur van de vrachtwagen een kleine crimineel afkomstig uit Tunesië en woonachtig in Frankrijk. Het is inmiddels een treurig patroon.

De Franse autoriteiten hebben gereageerd met het verlengen van de noodtoestand, die na de aanslagen in Parijs op 13 november 2015 was ingesteld en juist donderdag was opgeheven. Een begrijpelijke maatregel die de autoriteiten meer armslag moet geven bij het opsporen van mogelijke medeplichtigen.

President François Hollande heeft vannacht verklaard dat Frankrijk als antwoord op de aanslag zijn militaire operaties in Syrië en Irak zal opvoeren. „We zullen doorgaan degenen die ons aanvallen te treffen in hun schuilplaatsen”. Dat lijkt een maatregel waarover de Franse regering wat langer had kunnen nadenken. Hij past binnen de opvatting van de Franse autoriteiten dat het land in oorlog is met het terrorisme. Maar tegelijkertijd lijkt het erop dat Hollande met deze daadkracht in een ver oorlogsgebied het falen van Frans beleid in eigen land aan het zicht wil onttrekken. Tot nu toe blijken de terroristen die toeslaan op Franse bodem hoofdzakelijk afkomstig uit het eigen land. Frankrijk zou behalve met opsporing, vervolging en repressie ook kunnen reageren met het schenken van meer aandacht aan de sociale factoren die mogelijk de voedingsbodem voor het geweld vormen.

De Fransen moeten weten dat zij in hun strijd tegen het terrorisme niet alleen staan. De woorden van rouwbeklag die door vele regeringsleiders en staatshoofden, ook uit Nederland, zijn uitgesproken zijn op hun plaats bij het verwerken van de schok.

Noodzakelijk is ook dat de Fransen werk maken van het verhogen van de efficiëntie van hun anti-terrorismeorganisatie, zoals onlangs ook een parlementaire commissie concludeerde. Noodzakelijk is verder internationale samenwerking, coördinatie en het delen van informatie. De boodschap aan de terroristen moet zijn, dat zij deze strijd nooit kunnen winnen. Wie kiest voor terrorisme, kiest ervoor een verliezer te zijn.