Incontinent

‘Tsss…” Dorothe steekt haar vinger uit en tikt met de roodgelakte nagel op het scherm. „Since two days…. moet zijn: For two days.” Zonder zich naar me toe te draaien leest ze door: „Same sexual partner for 5 years?”

Ik glimlach, trots dat ik hier toevallig het juiste woord heb gebruikt. „Maar is dit haar enige partner?”, vraagt ze. Ik haal mijn schouders op: „Dat neem ik aan.” Dorothe schudt haar hoofd. „Nóóit iets aannemen. Vraag en schrijf: geen andere partners.”

Voor ik kan antwoorden heeft ze de volgende fout al gevonden. „adviced” leest ze met een zucht, „I must have told you this at least ten times before. It’s: ‘I advised’. Or: ‘I gave advice’.

Ik kijk haar aan. In een flits zie ik hoe mijn handen zich om haar nek klemmen. Terwijl haar lippen blauw aanlopen, fluister ik in haar oor: „Please remind me, Dorothe: how many languages did YOU speak, Hmmm?” Dan knipper ik met mijn ogen en verontschuldig me voor mijn spelfout.

Hoeveel jaar je ook huisarts bent, het eerste jaar moeten alle buitenlandse artsen door een Nieuw-Zeelandse dokter gesuperviseerd worden: samen je consultatie-aantekeningen doornemen om je medisch handelen te verbeteren. Mijn eerste jaar hier is bijna om. Volgende week is mijn laatste supervisiesessie.

Zodra Dorothe mijn kamer uit is, zak ik achterover en pak een boterham. Níéts zal ze aan te merken kunnen hebben volgende week, besluit ik tussen twee happen pindakaas. Vanaf nu zal ik elk detail navragen en opschrijven.

De eerste drie consulten van het middagspreekuur zijn schoolvoorbeelden. Een verkoudheid, een zere keel, een veranderende moedervlek. Ik heb zelfs de tijd mijn spelling te checken, hun dossier aan te vullen en ‘lifestyle’-advies te geven.

De vierde patiënt komt binnen met een A4’tje. Ze is al weken moe, heeft tintelingen in haar derde teen links, ontlasting die gelig ziet en blijft drijven in de toilet, en rode uitslag op haar elleboog. Ik structureer, vraag door, onderzoek haar en bespreek mijn conclusie en plan van aanpak. Het is even stil, dan schraapt ze haar keel. „Dokter, er is nog iets, zo genant…” Ze vertelt dat ze last heeft van incontinentie, dat haar buurvrouw daar een tabletje voor heeft. „Kunt u mij die ook voorschrijven?”

Een blik op de klok. Ik loop al twintig minuten uit. Mijn hand reikt naar het toetsenbord, maar dan klinkt plots Dorothe’s stem in mijn hoofd: Perfection is not attainable, but if we chase perfection, we can catch excellence. „Het spijt me”, zeg ik. „Er is niet één magische pil voor incontinentie. Dit is een probleem dat ik graag goed op wil lossen. Maar ik moet daarvoor eerst beter begrijpen wat voor soort incontinentie u heeft: Verliest u urine als u hoest, niest of lacht? Of is het probleem juist dat, als u aandrang heeft, u de toilet soms niet haalt? Daarnaast zou ik u moeten onderzoeken. Aangezien we erg uitlopen, stel ik voor dat ik u een vragenlijst geef. Als u een nieuwe afspraak maakt en die lijst meeneemt, dan kunnen we hier samen zeker een goede oplossing voor vinden.”

Ze kijkt me verdwaasd aan. „Eerlijk gezegd”, stamelt ze dan, „is het mijn hond die incontinent is. Het hele huis ruikt naar urine. Ik word er gek van. Maar die pillen zijn zo duur bij de dierenarts. Dus ik hoopte dat u ze zou willen voorschrijven.”