In Frankrijk spreekt men al van oorlog

Nieuwsanalyse Oorlog, burgeroorlog: Frankrijk gebruikt grote woorden om de toestand waar het in verkeert te beschrijven. Maar hoe te reageren? De noodtoestand heeft het land niet veiliger gemaakt, zegt expert Heisbourg.

Foto AFP

Nota bene in het traditionele interview op de nationale feestdag, kondigde de Franse president Hollande donderdag aan dat de sinds 13 november geldende noodtoestand niet nog eens verlengd zou worden. Hoewel het dreigingsniveau niet was afgenomen, erkende hij, zou een nieuwe verlenging tot na de Tour de France „geen enkele zin hebben”.

Maar al enkele uren later moest Hollande op zijn schreden terugkeren. „Heel Frankrijk wordt nu bedreigd door fundamentalistisch islamitisch terrorisme”, constateerde de president vannacht somber in een nieuwe toespraak. Na ‘Nice’, kondigde Hollande aan, wordt de noodtoestand toch met nog eens drie maanden verlengd. Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve ging nog een stapje verder en verklaarde:

„We zijn in oorlog met terroristen die ons tot elke prijs op een zeer gewelddadige wijze willen treffen.”

Onder de noodtoestand is het voor de autoriteiten makkelijker om zonder gerechtelijk bevel huiszoeking te doen of mensen huisarrest op te leggen. Hoewel in Frankrijk nooit massaal verzet tegen de maatregelen is geweest, klagen mensenrechtenorganisaties over de soms wel erg geringe bewijslast bij het opleggen van huisarrest. Een vage link met de radicale islam is soms genoeg.

Bovendien, schrijft de invloedrijke veiligheidsspecialist François Heisbourg in een recent kritisch boek over de Franse reactie op de aanslagen, heeft het regime van noodtoestand maar een zeer beperkte werking, en alleen in de eerste uren of dagen na een aanslag als verdachten verrast kunnen worden. Nog altijd hebben 69 mensen die een direct gevaar zouden kunnen vormen huisarrest. Zij moeten zich in de meeste gevallen drie keer per dag bij de politie melden.

Vele ‘vergissingen’

Maar de vele ‘vergissingen’ bij vooral de huiszoekingen leiden tot verdere radicalisering en polarisatie in de samenleving, schrijft Heisbourg. Voor het hoofd van de Franse binnenlandse veiligheidsdienst, Patrick Calvar van de DGSI, staat Frankrijk al „op de rand van burgeroorlog”. Hij zei dat eind mei tijdens een hoorzitting in het Franse parlement van de commissie die onderzoek deed naar de aanslagen. Juist deze week kwamen de notulen van die bijeenkomst beschikbaar.

Hoe letterlijk hij dat bedoelde is onduidelijk, ook de beroemde islamkenner Gilles Kepel zegt al maanden dat een „burgeroorlog” tussen Fransen onderling het uiteindelijke doel van terreurgroepen als Islamitische Staat (IS) is. Calvar zei te bedoelen dat het nodig was ook middelen vrij te maken om andere extremistische groepen in de gaten te houden.

Een „confrontatie tussen ultrarechts en de moslimwereld” dreigt, zei hij, door radicalen die de sociale cohesie doelbewust in de samenleving bedreigen. Frankrijk heeft met naar schatting vijf miljoen man de grootste moslimpopulatie van Europa. Uit geen land in Europa zijn in absolute getallen zoveel mensen naar Syrië en Irak vertrokken om zich als jihadist bij IS aan te sluiten.

Een samenleving bereikt op zeker moment een ‘tipping point’, zei extremismekenner Jean-Yves Camus donderdag in het dagblad Libération.

„Ik denk niet dat de bevolking van een land oneindig massale aanslagen kan verteren en uitdrijven met herdenkingen.”

Want terwijl Frankrijk na de eerste reeks aanslagen in januari 2015 nog grote veerkracht en eenheid toonde, hebben de schietpartijen en zelfmoordaanslagen in november een geheel andere reactie teweeggebracht: angst domineert. De Fransen zijn zich van het gevaar bewust geworden om zich in grote mensenmassa’s te begeven. Gewillig laten ze zich ook op veel plaatsen door de politie fouilleren en uit opiniepeilingen blijkt dat ze bereid zijn zo nodig een deel van hun privacy op te offeren ten behoeve van de veiligheid.

Preventieve opsluiting

Politici grijpen naar steeds zwaardere woorden om hun autoriteit te tonen. Het parlementslid Eric Ciotti dat namens de Republikeinen van oud-president Sarkozy de regio rond Nice vertegenwoordigt, is een van de voorstanders van het preventief opsluiten van de ongeveer 10.000 mensen die bij de inlichtingendiensten in het zogenoemde ‘fiche S’ bekend staan als radicale islamisten.

Binnen het Front National van Marine Le Pen is, vooral onder aanvoering van haar nichtje Marion, migratie en islam sinds vorig jaar weer een belangrijker thema geworden. De nationaal-populistische partij, in peilingen goed voor ongeveer 30 procent van de stemmen, verwijt de gevestigde partijen zwakte op het gebied van terreurbestrijding.

Terwijl in januari 2015 het bloedbad bij het satirische blad Charlie Hebdo en twee dagen later de gijzeling en moord van Joodse klanten van een kosjere supermarkt nog een zekere gerichtheid kende, maakten de aanslagen op terrassen en in het Bataclan-theater in november de Fransen duidelijk dat iederéén risico loopt. De aanslag in Nice toonde andermaal de willekeur van het internationale terrorisme.