‘Ik zoek verborgen dikmakers’

Internist-endocrinoloog Liesbeth van Rossum ziet in haar Centrum Gezond Gewicht veel verdriet en schaamte. „De strijd tegen obesitas duurt levenslang.”

©

Liesbeth van Rossum (40), internist-endocrinoloog in het Erasmus MC in Rotterdam, houdt elke week totaal verschillende spreekuren. Op donderdag ziet ze patiënten met tumoren in de bijnier of de hypofyse, schildklierafwijkingen of hormoonkanker. „Soms ernstig zieke mensen”, zegt ze. Maar zelden ziet ze tranen.

Op maandag houdt ze spreekuur bij het Centrum Gezond Gewicht dat ze samen met kinderarts Erica van den Akker in 2014 oprichtte, ook in het Erasmus MC. Zij behandelt de volwassen patiënten, sommigen zo obees dat ze dreigen te bezwijken aan hun overgewicht. Maar wat ze vooral ziet is verdriet. „Ik zie schaamte, veel zelfverwijt en diep ongelukkige mensen. Vaak zijn ze al een leven lang in gevecht met hun omvang. Ze krijgen veel minder steun of medelijden van hun omgeving dan haar donderdagpatiënten.” Want dikke mensen zijn niet ziek. Ze lijden aan karakterzwakte. Toch?

Nee, zegt Liesbeth van Rossum. „Mijn patiënten hebben vaak alles gedaan en geprobeerd. Streng lijnen, fanatiek sporten. Ze willen echt afvallen, maar niets helpt.” Zelf is ze lang (1.78 meter) en slank, vroeger deed ze op hoog niveau aan atletiek. „200 kilo word je niet vanzelf.” Wie zo extreem zwaar is, valt ook niet vanzelf af. Ja natuurlijk, minder eten, meer bewegen. „Maar dat werkt helaas niet voor iedereen.” Obesitas (extreem overgewicht) te lijf gaan, is complex. „Er zijn meer factoren dan voeding en beweging. Wat wordt veroordeeld als karakterzwakte heeft een biologische basis. Hoe is de eetlust afgesteld, werkt de verbranding goed, is er een psychische reden waarom iemand overeet?” En, wat ook niet helpt, is „de obesogene omgeving”. „Overal is er aanbod van verkeerd voedsel.”

Liesbeth van Rossum is ook hoogleraar obesitas en stress, ze onderzoekt de onderliggende oorzaken van obesitas. Als internist kijkt ze naar de organen (de alvleesklier, de darmen, de maag); als endocrinoloog kijkt ze naar de ‘stofjes’, de hormonen die via de organen met de hersenen communiceren. „Samen omvat mijn vakgebied het lichaam én het brein. Lekker complex.”

Haar vader had stiekem gehoopt dat zijn kinderen (twee dochters, een zoon) ook rechter zouden worden. Maar zij (en haar zusje) kozen het vak van hun moeder. „Ze was consultatiebureau-arts. Zo bevlogen, zo enthousiast.”

Zelf is ze is ook nogal bevlogen. Ze promoveerde (cum laude) op onderzoek naar het verband tussen stresshormonen en overgewicht. Met haar vervolgonderzoek won ze vele prijzen, dit jaar werd ze lid van de Jonge Academie van wetenschapsacademie KNAW en wetenschapsfinancier NWO verleende haar een Vidi-beurs om verder te zoeken naar wat zij verborgen dikmakers noemt.

We spreken af bij de AH to go in de passage onder het Erasmus MC en lopen naar het zelfbedieningsrestaurant ernaast. We dwalen met het dienblad in de hand langs kant-en-klare broodjes, kroketten en tosti’s. Ze hebben hier, zegt Liesbeth van Rossum, ook lekkere salades. De voorverpakte salades zijn nagenoeg op. „O jee,” fluistert ze bij het slabuffet. „Nu moet ik zelf iets samenstellen.” Ik sta intussen besluiteloos bij de vitrine vol sapjes, smoothies en frisdrank. Zij beent er voorbij. „Water!” roept ze. „Zeg ik ook tegen mijn patiënten. Die smoothies lijken gezond, maar weet je wel hoeveel suikers je ermee binnenkrijgt?” Ze herhaalt: „Water, thee, of koffie.” Het flesje Spa rood zet ik haastig terug. We vullen een glas water bij het speciale tappunt achter de kassa.

„Ik ben geen heilige, hoor”, zegt ze als we zitten. Ze is dol op de mintchocolade van After Eight. Als ze eerlijk is, is ze voor haar kinderen – een meisje van 8 en een jongen van 5 – strenger dan voor zichzelf. Maar goed, ze let op wat ze eet. „Ik ben zeker geen keukenprinses, maar ik kook zo veel mogelijk met verse en onbewerkte producten.” De schijf van vijf. Een keer per week vis, lekker vette. Een handje nootjes per dag. Water. „Als je dat kunt volhouden… Wow. Dat is al heel goed.” De meeste mensen lukt het niet. De helft van de Nederlanders is te dik, dertien procent is obees met een BMI (gewicht gedeeld door lengte in het kwadraat) van boven de dertig.

Maar veel eten is niet de enige oorzaak van obesitas, zegt Liesbeth van Rossum. Dik zijn heeft vele oorzaken en dé obees bestaat niet. „Mensen gaan naar de dokter voor hoge bloeddruk, depressie of suikerziekte. De klacht wordt behandeld, maar de onderliggende oorzaak, het overgewicht, niet. Vroeg elke doker maar waarom iemand zo dik is.” Zij vraagt patiënten naar alles wat verband zou kunnen houden met hun vetzucht. „Was de patiënt als peuter al te dik, heeft-ie extreme eetlust, rood haar, zijn er tenen of vingers aan elkaar gegroeid (allemaal aanwijzingen voor een genetische afwijking)? Of kan er iets hormonaals aan de hand zijn? Is iemand bijvoorbeeld in korte tijd veel aangekomen?

Ze vraagt naar slaappatroon, afkomst, medicijngebruik, stemming, opleiding. Allemaal vragen die dikmakers blootleggen. Neem medicijngebruik. Sommige antidepressiva, antipsychotica en ontstekingsremmers beïnvloeden de hormonen die de eetlust en het gevoel van verzadiging regelen. „Een arts behandelt een kapotte knie met een injectie. Die knie knapt op. Maar als bijwerking dijt de patiënt een jaar later ineens uit.”

Te weinig slapen maakt ook dik. „Tieners die in bed nog op hun telefoon zitten. Door het licht stagneert de aanmaak van melatonine, waardoor ze later in slaap vallen.” Gemiddeld twintig minuten minder slaap per nacht kan kilo’s schelen. Stress, ook funest. „Net deze maand hebben we een onderzoek afgerond naar drieduizend gezonde Rotterdamse kinderen van zes jaar. De kinderen met het hoogste stresshormoonniveau blijken een negenvoudig verhoogd risico te hebben op obesitas.” Shocking, vindt zij. Waarvan hebben die kinderen stress? „Worden ze gepest? Slapen ze te weinig? Eten ze te veel suiker? Geen idee nog.”

Nog een paar dikte-oorzaken: culturen waarin eten weigeren onbeleefd wordt gevonden. Psychische of lichamelijke problemen die worden afgedekt met een laagje spek. Genetische defecten zijn zeldzaam, maar toch ziet ze „met enige regelmaat” patiënten met een genmutatie in het Centrum Gezond Gewicht.

Een dikmaker waarvoor wetenschappers steeds meer bewijs vinden: de endocriene disrupters. Hormoonverstorende stoffen in plastic die vrijkomen bij verwarming. „Flessen, maar ook de binnenkant van conservenblikjes, of de verpakkingen voor in de magnetron.”

Honger in je hoofd

We eten soep, sla, een broodje. Zij nog een sinaasappel toe. Iemand zien eten, zegt ze tussen twee happen door, zorgt ervoor dat je hongerhormonen aanmaakt. „Je denkt aan snoep, je bloedsuiker daalt en je krijgt trek in… snoep.” Honger zit in je buik én je hoofd. „Is je maag vol, dan wisselen de hersenen en de darmen verzadigingsstoffen uit.” Dat systeem verstoor je met een crashdieet. „Ja, je valt af. Tijdelijk. Je maakt meer honger- en minder verzadigingshormoon aan. De verbranding gaat omlaag. En dat is funest. Want zodra je weer normaal eet, kom je aan en in no time weeg je meer dan je ooit woog.” Het jojo-effect.

Kom over tien kilo maar terug

Oké, geen dieet. Wat dan wel? Een maagoperatie? „Dat is een vrij zware ingreep. Wat zo pervers is aan ons zorgsysteem is dat een operatie wél wordt vergoed en alle andere effectieve obesitasbehandelingen niet. Wie een BMI heeft boven de 40 (man van 1.80 meter die 130 kilo weegt) komt in aanmerking voor een vergoede maagoperatie. Maar patiënten die niet dik genoeg zijn voor de operatie worden soms naar huis gestuurd met ‘kom over tien kilo maar terug’.”

Als je weet waardoor de obesitas wordt veroorzaakt, zegt zij, kun je op een minder ingrijpende manier ook veel doen. Met medicatie, met gedragstherapie, leefstijlinterventie. Om te voorkomen dat alle obesen zich nu bij haar melden: het Centrum Gezond Gewicht heeft een lange wachtlijst. „Maar we proberen onze behandelingen landelijk beschikbaar én vergoed te krijgen (zie centrumgezondgewicht.nl).

De verhalen achter de tranen van haar patiënten helpen haar onderzoek vooruit. „Als ik beter begrijp waarom mensen te dik zijn, kan ik gerichter op zoek naar oplossingen.” Ze verwacht dat in 2018 een medicijn beschikbaar komt dat het hongergevoel remt. Uit recent onderzoek blijkt dat kou een gunstig effect heeft op het bruine vet in het lichaam. In tegenstelling tot ongezond wit vet, kan bruin vet calorieën omzetten in warmte. „Je hoeft niet meteen in een koelcel te zitten. Een paar uur per dag in een kamer van 17 graden is genoeg.” Fanatiek sporten is goed, maar brisk walking, stevig wandelen, is ook effectief.

Voor wie zelfs wandelen te gortig is: Liesbeth van Rossum ontwikkelde met een sportarts en een inspanningsfysioloog een ultrakorte high intensity interval training. Twee keer in de week twee keer dertig seconden voluit bewegen en de hormoonhuishouding van obese mensen verbetert. „Acht uur per dag stilzitten compenseer je met geen enkele sport. Maar wiebel je die zituren met je voet, fidgeting heet dat, dan verbruik je tien procent meer energie.”

Van wiebelen, wandelen of twintig seconden bewegen word je natuurlijk geen „slanke den”. Liesbeth van Rossum is arts, geen model-scout. Zij is al tevreden als haar patiënten vijf of vijftien procent gewicht verliezen. „Mensen zijn gezonder, energieker en minder depressief. Ze kunnen hun veters weer strikken, hun rugpijn is minder, en ze zijn in staat tot seks.”

Is obesitas misschien toch een ziekte, vraag ik haar tenslotte. Ze denkt na. „Er is veel ziek in je lichaam als je heel dik bent. Obesitas is, net als suikerziekte, chronisch. De strijd tegen de kilo’s duurt levenslang.”