Hij maakte de Nederlandse turners tot een team

foto anp

Zijn adoratie voor de turner Epke Zonderland zoog Mitch Fenner in 2010 naar Nederland, Heerenveen om precies te zijn. Om Daniel Knibbeler, Zonderlands nieuwe coach, als adviseur rugdekking te geven. Epke werd olympisch kampioen aan rek. Een sensatie. Zes jaar later, als bondscoach, bracht de kleine Welshman de Nederlandse turners als team naar de Olympische Spelen. Een sensatie. De man die het onhaalbare haalbaar maakte, bezweek op zondag 3 juli, een maand voor ‘Rio’, aan darmkanker.

Zijn priemende ogen ontdekten in Nederland een keur aan turntalent. Wat bij Fenner de vraag deed rijzen hoe het mogelijk is, dat die kwaliteiten nooit tot een sterk (olympisch) team zijn gesmeed.

Nederland was geen turnland, maar een eilandenrijk waarbinnen slecht werd samengewerkt, ervoer Fenner. Dan ligt het voor de hand dat prestaties als land uitblijven.

Fenner trok de turners uit hun bunkers in Heerenveen, Den Bosch, Zwijndrecht en Hoofddorp. Met de gave van het woord overtuigde hij coaches en turners van het belang van samenwerking. Zijn vakmanschap, maar vooral zijn ongelimiteerd enthousiasme en aanstekelijk positivisme deden de rest. De turners werkten op weg naar de Olympische Spelen in Rio als een team, maar belangrijker, functioneerden als een team. Het was ongekend na decennia van individualisme.

Zaterdag 16 april was het D-day. Met de zieke Fenner op afstand, thuis in Cardiff, stelde de Nederlandse ploeg in Rio de Janeiro deelname aan de Olympische Spelen veilig. Een plaats bij de twaalf beste turnlanden ter wereld was een feit. Het onbereikbare is bereikt. Dankzij één kleine, grote man: Mitch Fenner uit Wales.

Ieder had begrip getoond als Fenner in de herfst van 2014 zijn taak als bondscoach zou hebben neergelegd. Maar de gediagnosticeerde darmkanker verjoeg hem niet uit de turnzaal. Tussen de chemokuren door plande hij zijn reizen naar Nederland om de centrale trainingen te leiden. En als hij echt niet weg kon, was er altijd nog Skype; kon Fenner vanuit huis via een tablet in de hal zijn instructies geven.

Stoppen? No way. „Mijn job in Holland wil ik tot het einde volhouden,” zei hij vorig jaar oktober in een interview met deze krant. Fenner hield woord. Hij vervulde zijn plicht letterlijk tot zijn dood.