Het verlangen naar de verloren stam

Column Terugkeer naar de overzichtelijke wereld van vroeger, zonder globalisering of kapitalisme, zonder de onberekenbaarheden en uitwassen van de moderne tijd, is onmogelijk. De wereld is zoals ze is.

Gruyter, Caroline de 11-2013 037

Mario Vargas Llosa, de Peruaanse schrijver die in Madrid en Lima woont, volgt de politieke ontwikkelingen in Europa met grote belangstelling. Vorige week vertelde de voormalige presidentskandidaat, een overtuigd liberaal die in 1990 languit op zijn neus ging, daarover in een interview met de Neue Zürcher Zeitung.

Brexit, de hang naar directe democratie, de neiging om grenzen te sluiten en andere manifestaties van modern nationalisme: het komt allemaal neer op „het terugverlangen naar een verloren groepsgeest van de stam”, zoals de filosoof Karl Popper het ooit noemde.

„Mensen trekken zich terug in kleine groepen, die altijd zekerheid hebben geboden, dezelfde talen spraken, naar dezelfde kerk ging, hetzelfde bier dronken. Deze aanleg, een erfstuk uit de tijd waarin mensen nog in stammen leefden en niet in wolkenkrabbers, zit achter de opmars van nationalistische tendenzen in de politiek.”

Maar terugkeer naar die overzichtelijke wereld van vroeger, zonder globalisering of kapitalisme, zonder de onberekenbaarheden en uitwassen van de moderne tijd, is onmogelijk. De wereld is zoals ze is. Naar de „onschuld en schoonheid van de gesloten samenleving” kun je nooit meer terug.

Als je dat forceert, zegt Vargas Llosa, „ontketen je het soort turbulentie dat Europa lang niet gekend heeft.”

Hij noemt Venezuela als voorbeeld. Onder president Chávez ging dat recht tegen de rest van het continent in. Chávez voerde het soort socialisme door dat elders in diskrediet was geraakt: hevig antikapitalistisch, met nationale controles over kapitaalstromen, en vol genationaliseerde bedrijven. Venezuela is nu een totalitair land, geïsoleerd op elk terrein. Zelfs met al zijn olierijkdommen is het een van de armste en meest criminele landen ter wereld. Mensen gaan er dood van de honger.

Hij had een nog extremer voorbeeld kunnen geven, dat de ‘turbulentie’ die Europa lang niet meer gekend heeft, minstens even treffend illustreert: de Arabische wereld. De politieke islam is een uiting van diezelfde hang naar een zekere maar verloren wereld. Naar een soort nest. Je trekt een djellaba aan, bidt met zijn allen weer op vrijdag in de moskee, drinkt geen bier en probeert in alle andere opzichten ook te leven zoals men dat vroeger scheen te doen. Ook dit was een reactie op een moderne wereld waarin velen hun plek niet vonden, plus verzet tegen de corrupte politieke klasse.

De Arabieren hadden na de dekolonisatie alle ‘-ismes’ geprobeerd, waaronder socialisme, kapitalisme en Nasserisme. De meeste waren westerse import, en werkten daar niet. De Syrische en Egyptische moslimbroeders uit de jaren negentig waren vaak gefrustreerde oud-marxisten die hun klassiekers gelezen hadden. Misschien zelfs Popper. Sommigen van hen waarschuwden, toen al, dat de nieuwe generatie veel radicaler zou zijn. De desastreuze westerse politiek in de regio heeft er mede voor gezorgd dat dit radicalisme in nihilisme is gemuteerd, zoveel is zeker.

Popper was een optimist, zoals veel liberalen, die de toekomst als kansrijk willen zien. Hij was ervan overtuigd dat je individualisme, een kritische geest en humanisme niet kunt onderdrukken bij mensen die daar eenmaal van hebben geproefd. Die instelling zou het onmogelijk maken om terug te keren naar de goeie ouwe tijd van gesloten samenleving en kleine, geborgen groepen. De Tweede Wereldoorlog, waarbij blonde Germanen zulke dromen combineerden met militair-technologische vooruitgang, bewijst dat dit niet altijd opgaat. Toen ging het goed mis. Maar het is te hopen dat dit een uitzondering was.

Caroline de Gruyter is correspondent in Wenen en schrijft wekelijks een column over politiek en Europa.