Het gevaar van ‘schaamhaar’

Veiligheid

Circus op de openbare weg, niets zo kwetsbaar als het peloton. Publiek langs de kant, motoren in de koers, bedreigingen van buitenaf. Maar de Tour stopt nooit.

Nooit van zijn leven was Chris Van Roosbroeck zo bang als op die snikhete woensdagmiddag van de 21ste juli in 2004. ’s Ochtends vroeg in het rennershotel was de trouwe mecanicien van Lance Armstrong in vertrouwen genomen door een hypernerveuze ploegleider Johan Bruyneel. De aimabele Van Roosbroeck weet niet wat hij hoort. „Johan vertelde dat er een serieuze bedreiging was binnengekomen bij de autoriteiten. ‘Ze gaan vandaag een auto van US Postal opblazen.’ Dat zal dan zeker onze auto zijn, reageerde ik lacherig. Maar dit was niet om te lachen. Johan stond, ik wil niet zeggen stijf van de schrik, maar hij zat er dicht tegenaan.”

Vijf keer op rij heeft Lance Armstrong de Tour de France al gewonnen, tot groeiende weerzin van vooral de Franse wielerfans. Nu gaat hij voor het absolute record van zes eindzeges, een klimtijd op Alpe d’Huez moet vandaag de beslissing brengen. In een gillend gekkenhuis, met naar grove schatting 500.000 tot een miljoen mensen langs het vijftien kilometer lange parcours, tientallen mensen per strekkende meter. ‘EPOstal’ gekalkt op het asfalt, ‘Go Home Yankee’ op spandoeken langs de kant. Eerder gestarte ploeggenoten van The Boss worden tijdens de tijdrit uitgescholden, krijgen bier over zich heen gegooid en worden zelfs bespuugd. „Echt triest wat er die dag gebeurde”, vertelde Van Roosbroeck jaren later.

Een speciale agent

Tegen vieren vertrekt Armstrong zelf voor zijn Ultimate Fight. In de volgauto achter hem zit Bruyneel aan het stuur met naast zich de toenmalige vriendin van de Amerikaan, zangeres Sheryl Crow. Achterin Van Roosbroeck en een speciale agent, vanwege de bommelding. „Zo wilde Lance het, daar viel niet aan te tornen.” Twee motoragenten links en rechts rijden vlak voor Armstrong uit om het publiek terug te stompen. Vooral de eerste acht kilometer zijn gevaarlijk, daar staan geen hekken. „Bruyneel hield de auto tot vlak op het achterwiel van Lance, om iedereen opzij te houden. Maar als Lance had moeten inhouden, zou Johan hem zeker hebben aangereden.” Beschimpt, bespuugt, maar Armstrong maalt door. En wint. Zelfs onder de moeilijkste omstandigheden onkwetsbaar.

De gevaarlijke cocktail van chauvinisme en exhibitionisme op de Tourcols is niet van vandaag of gisteren. Al lang voordat de Franse wielerfans Armstrong tot doodsvijand nummer één bestempelden, moest Eddy Merckx eraan geloven. In 1975 leek de in Frankrijk niet louter geliefde Kannibaal op weg naar zijn zesde Tourzege. Tot hij op de Puy de Dôme op 150 meter van de eindstreep een klap op de lever kreeg van een Franse toeschouwer. „Het leek of ik explodeerde”, tekent journalist Peter Ouwerkerk na afloop op uit de mond van Merckx. „Dit soort mensen zijn dezelfde vandalen als de bierflessengooiers in de voetbalstadions”, stelt ploegmaat Ludo Delcroix. Een dag later, op weg naar Pra-Loup, verliest Merckx de Tour.

Wat te zeggen van de beker met urine die geletruidrager Chris Froome vorig jaar over zich heen gegooid kreeg in de slotklim van de veertiende etappe naar Mende. „Een toeschouwer gooide het in mijn gezicht en riep dopé”, vertelde Froome na afloop. Ploeggenoot Richie Porte maakte gewag van een stomp op de ribben, de auto van Sky werd volgens ploegleider Servais Knaven bekogeld met blikjes cola. Hetzelfde sentiment als bijMerckx (in de Tour nooit betrapt) en Armstrong (sinds 2012 zijn zeven Tourzeges kwijt wegens doping). Enkele Franse insiders noemen de hoge wattages van de Britse gele trui verdacht, voor sommige fans een vrijbrief om eigen rechter te spelen. En nergens zijn de sterren makkelijker aan te raken dan wanneer ze hooguit op hardloopsnelheid bergop fietsen op de openbare weg. Toegang gratis.

Of er in de loop der jaren steeds meer mensen de flanken van de slotklim bevolken is nooit met cijfers bewezen. Dat ze zich hoe langer hoe buitenissiger kleden of juist ontkleden, blijkt ook deze Tour in elke bergetappe. Beesten, indianen, duivels. Tot een man met een enorme bos schaamhaar toe, donderdag op de Mont Ventoux. Wielerfans of exhibitionisten? De onoplettende amateurfotograaf waar de Italiaanse koploper Giuseppe Guerini in 1999 tegenop knalde op Alpe d’Huez had tenminste nog oog voor wielrenners. Inmiddels gaat de mooiste selfie boven alles. Maar als Froome een toeschouwer-met-vlag van zich af slaat op de Peyresourde, krijgt hij van de Tourdirectie een boete van 200 Zwitserse frank (183 euro). „Wegens onbehoorlijk gedrag.”

Gevaren in de koers

Johnny Hoogerland kreeg pas drie jaar later een schadevergoeding van AIG, het bedrijf dat verantwoordelijk was voor de volgauto die de Zeeuw in de Tour van 2011 het prikkeldraad inreed. Te veel volgauto’s en motoren in koers, zoals hier en daar ook klonk nadat Froome, Porte en Bauke Mollema op de Mont Ventoux botsten op een motor die plotseling remde voor een toeschouwer op de weg? De strikte regels van organisator ASO voor de volgerskaravaan zorgen er tot nu toe juist voor dat grote ongelukken nagenoeg achterwege blijven. Terwijl de situatie in andere koersen verslechtert.

Greg Van Avermaet verloor vorig jaar de Classica San Sebastian door een botsing met een motor van de organisatie. Peter Sagan werd door een materiaalmotor van de weg gereden in de Vuelta. Dit voorjaar overleed Antoine Demoitié in Gent-Wevelgem nadat een motor de gevallen renner niet meer kon ontwijken. En in deze Tour rijden de renners van Lotto-Soudal met speciale armbandjes voor hun ploeggenoot Stig Broeckx, die nog altijd in coma ligt na een valpartij met twee motoren in de Ronde van België.

„Ik vraag me wel eens af wanneer het echt helemaal misgaat”, zei Mollema voor de start van de Tour in een interview met deze krant. De kopman van Trek-Segafredo constateert dat de renners elkaar steeds minder respecteren in de koers, met massale valpartijen vandien. „Het zal me niet verbazen als er binnenkort bij weer een massale valpartij doden gaan vallen.” Mollema pleit voor een kleiner peloton, zoals ook de voormalige Rabo-ploegleider Adri van Houwelingen al in 2011 voorstelde. Toch zijn er deze Tour met 198 renners, anders dan voorgaande jaren, nog geen ernstige valpartijen geweest.

Dreiging van buitenaf

Agenten met machinegeweren bij start en finish, extra veiligheidscontroles tot het openen van rugzakken en fouilleren toe. Na de terroristische aanslagen in Parijs staat Frankrijk op scherp, zeker bij een massa-evenement als de Tour. Zoals in het voorjaar ook bij de koersen in België maatregelen werden genomen na de aanslagen in Brussel. Een reizend circus van duizenden mensen en een veelvoud aan toeschouwers is kwetsbaar.

In 2001 reed een auto na de huldiging van ritwinnaar Laurent Jalabert in de finishstraat in op het publiek, met tien gewonden tot gevolg. De bestuurder bleek psychisch in de war. Vorig jaar schoot de politie in Parijs op een verdachte auto, die ’s ochtends voor de finish op de Champs-Élysées een dranghek ramde op de Place de la Concorde. Volgens de politie was er geen sprake van een poging tot een aanslag en had het incident niets te maken met de Tour. Het drama in Nice laat niemand in en om de karavaan onberoerd. Maar stoppen? „De Tour wacht op niemand”, zoals niemand mooier kon zeggen dan Mart Smeets.