Denk die dijk eens weg

Wat kun je zien op plaatsen waar op het eerste gezicht niet zo veel is te zien? Een zomerse serie reportages door heel Nederland. Deel 3, de kwelders bij Holwerd.

©

Vanaf de dijk gezien is het kwelderlandschap ten noorden van het Friese dorp Holwerd sensationeel van eentonigheid. Tot aan de horizon is het begroeid met zoutminnende planten in verschoten groen. Er lopen voetsporen van wadlopers. Bij laag water toont de bodem breuklijnen, bij hoog water vult de Waddenzee het getijdengebied. Rijen zwarte palen.

Meer is er niet te zien. Althans, op het eerste gezicht. Een monochroom schilderij. Ameland ligt verrassend dichtbij. De boot vaart af en aan van de veerhaven op de kop van de Veerdam. Daar houdt ook het brakke kwelderland op.

Holwerd ligt maar drie kilometer landinwaarts. Na de kwelders volgt eerst de polder, dan de versterkte hoge zeedijk, daarna de ‘slaperdijk’. De asfaltweg die de haven en het dorp met elkaar verbindt beschrijft een soepele lus door de dijk.

Honderdduizenden eilandgasten razen seizoen na seizoen over deze weg van en naar de veerhaven. Holwerd Buitendijks, zoals het hier heet, lijkt een vluchtroute. Zelden is een landschap door passanten zo achteloos bejegend.

Daarbij gaan ze ook voorbij aan Holwerd zelf, met zijn scherpgepunte kerktoren, de oude smederij, hotel-café ‘Het Amelander Veerhuis’ en molen ‘De Hoop’. Het dorp ligt verschanst achter de zeedijk. Of andersom: de zee is, vanuit het dorp gezien, weggeborgen. De Nieuwe Zeedijk scheidt twee werelden.

Ooit was dat anders. Daar, ergens onder die keiharde dijk met zijn voet van basalt, ligt wat eens de glorie was van Holwerd: de Holwerder Vaart die het dorp verbond met de Waddenzee. Vissersboten en beurtschippers brachten het dorp welvaart. Herbergen bloeiden. Vanuit Holwerd bereikten schepen het Friese achterland. Sinds de Nieuwe Zeedijk er ligt is Holwerd afgesneden van de zee. Ook in mentaal opzicht: iedereen reikhalst naar Ameland. Geen wonder dat het dorp dat isolement wil doorbreken

Maar vergeet de eilanden eens en dwaal langs deze lege vlakte langs de zee. „Kwelders vormen een eigen leefgemeenschap met zoutminnende flora en fauna die je nergens anders tegenkomt”, zegt Hans Revier, lector Mariene Wetlands in Groningen. „Zeekraal, zeealsem en Deens lepelblad komen we er tegen, ook een graafkever die alleen daar leeft.”

Revier deed onderzoek naar de kwelders van de beide noordelijke provincies: „Het zijn betrekkelijk gesloten natuurgebieden. Zowel Staatsbosbeheer als It Fryske Gea die de kwelders in beheer hebben, streven ernaar deze landschappen die zweven tussen land en water, tussen zoet en zout, toegankelijker te maken, zeker na het broedseizoen.”

Kwelders zijn de oudste vorm van landwinning die langs de hele noordelijke kustlijn voorkomt, sinds de Middeleeuwen. Als we nu naar het landschap kijken dat zich uitstrekt tussen de Friese zeedijk en Waddenzee keren we honderden jaren terug in de tijd. Geschiedenis geeft reliëf aan dit vlakke, ondiepe gebied. Dammen van gevlochten wilgentenen ofwel rijshout, afgeboord met palen, staan haaks op de dijk. Verderop kruisen ze met andere dammen, en zo verder tot in het oneindige in een strak geometrisch patroon. Elk vak meet zeventig bij zeventig meter. Als het waddenwater bij vloed tussen de dammen dringt en bij eb terugvloeit, blijft een laagje slib achter. Het land raakt begroeid tot het hoog genoeg is om een dijk aan te leggen. Met de spade bouwden landarbeiders aan nieuw land. De eerste bedijking hier dateert van 1580. De natuur deed zijn werk, en de mens toverde kwelder om tot vruchtbare polder. Building with nature heet dat tegenwoordig. Eenvoudiger gezegd: landaanwas.

De woordkeuze ligt gevoelig, zegt Revier. Het heet ‘kwelder’ als er geen enkele menselijke bemoeienis aan te pas komt en ‘landwinningswerk’ zodra de rijshouten dammetjes het landschap doorsnijden. Nu ik eenmaal dit weefpatroon van dammen heb ontdekt, is het verslavend ernaar te kijken. De dammen die evenwijdig aan de kustlijn lopen zijn breder, die er haaks op staan smal en naar de verte toe bijna ijl. Het is of je kijkt naar de constructie van de Eiffeltoren, maar dan horizontaal. Het is beslist niet stil. Water dat wegsijpelt in de geulen en prielen slist, lispelt, zucht. Meeuwen krijsen, scholeksters schetteren.

Wat een spannend landschap. Wildernis misschien, maar eigenlijk cultuurland. Vanaf de dijk gezien glooien de kwelders van hoog naar laag en lager tot aan de wadplaten. Aan de landzijde verruigt het, aan de wadzijde spiegelt het water. Het waterkerende vermogen van kwelders is een ontdekking van de laatste tijd. De glooiing breekt de golven. Een kwelder als kustverdediging.

Mede daarom, want veiligheid is verzekerd, heeft Holwerd een ontwikkelingsplan bedacht dat Holwerd aan Zee heet. Ter hoogte van de oude vaart wordt de zeedijk doorgebroken, niet met de spade maar met grote graafmachines. De grijpers trekken een waterweg dwars door kwelder en polder naar Holwerd. Hiermee ligt het dorp weer aan de Waddenzee, krijgt het net als vroeger een haven en is het via vaarten verbonden met de Friese meren en verder. Zo wil Holwerd de aandacht vangen van die tienduizenden vluchtige passanten. De Tweede Kamer heeft ingestemd met onderzoek naar dit verreikende voorstel. Dit najaar komt het resultaat. In de toekomst ligt Holwerd misschien weer aan de Waddenzee.