Democratie in verbouwing

Niet de gisteren herdachte bestorming van de Bastille (1789) was het sleutelmoment van de Franse Revolutie, maar de terechtstelling van Lodewijk XVI, op 21 januari 1793. Dat was revolutionair. Op het schavot stierf niet enkel de fysieke koning, maar ook het onsterfelijke lichaam dat sinds duizend jaar het koningschap en de eenheid van het koninkrijk verbeeldde. Einde Ancien Régime. En toen? De moderne democratie en de mensenrechten. Ongekende inzichten in deze breuk biedt de Franse denker Claude Lefort (1924-2010). De crux van de Revolutie zit bij hem niet in nieuwe sociale of politieke verhoudingen, maar in de omwenteling van de manier waarop de samenleving zichzelf begrijpt. Van organisch naar dynamisch, van gesloten naar open. In Leforts befaamde term: de ‘plaats van de macht’, waar voorheen de vorst als hoofd stond, was nu een symbolisch ‘lege’ plaats. Niemand kan er meer een claim op leggen. De moderne democratie omarmt én verbeeldt de onbepaaldheid en verdeeldheid in de samenleving. Symbolische opvolgers van het lichaam van de vorst zijn stemhokje en parlement. Het hokje, met gordijntje, waarin elke stem telt. Het parlement, waarin de gemeenschap van burgers zichzelf ziet weerspiegeld – in partijstrijd, wisselingen tussen regering en oppositie, oneindig debat.

Van Lefort verscheen vorige maand de prima verzorgde bundel Wat is politiek?, de eerste Nederlandse vertaling van zijn werk sinds 25 jaar. Het lukt samenstellers Pol van de Wiel en Bart Verheijen essays op te diepen die zeggingskracht houden. Ook vandaag moeten we weten wat democratie is, wat haar bedreigt. Voor de generatie-Lefort, geconfronteerd met Hitler en Stalin, heette het gevaar totalitarisme. Communisme en nazisme verwerpen de moderne democratie met haar maatschappelijke verdeeldheid en beogen de lege plaats van de macht te vullen, met één waarheid, één partij, één man. Deze totalitaire verleiding kan nieuwe vormen krijgen. Terecht wijzen de samenstellers op het hedendaagse (rechts-)populisme: vooral de claim van Wilders, Le Pen of Orban de ware woordvoerder van het volk te zijn is antidemocratisch, want antipluralistisch.

Wat in dit licht te denken van de verbouwing van het Binnenhof? Vorige week ging de Tweede Kamer akkoord met 5,5 jaar sluiting, vanaf 2020. Zoals bij verbouwinkjes thuis ging het veel over kosten en overlast. Alle troep zo snel mogelijk voorbij of tijdens de hele verbouwing kunnen koken? De pragmatiek won het van de symboliek. De Eerste Kamer sputtert nog, maar het is geen nationale kwestie geworden – in Den Haag heerst angst voor een verbouwingstrauma à la het Rijksmuseum. De PVV vindt de verbouwing overbodig; wel ziet de fractie graag haar eigen deelgebouw vernieuwd. De VVD let alleen op het geld, net als minister Blok. D66 wil het Binnenhof openhouden voor bezoekers. De SGP had het meeste oog voor staatkundige symboliek. In tegenstelling tot de Fransen hebben wij een Koning én een parlement. Het leidde tot symboolpolitieke botsingen rond het verbouwingsbesluit. Wat is prioritair: de Ridderzaal jaarlijks open voor de Troonrede of de Tweede Kamer zo kort mogelijk in exil? Ik kies voor de Kamer. Zijn rol als belichaming van nationale eenheid kan Willem-Alexander vervullen zonder de Ridderzaal – hij heeft paleizen met balkons, een Koningsdag en torst zijn lichaam altijd mee. De Tweede Kamer daarentegen maakt onze nationale verdeeldheid enkel zichtbaar dankzij de vergaderzaal. Met een gesloten Binnenhof zien we onszelf niet meer.

Luuk van Middelaar schreef deze colum voor de aanslagen in Nice. Hij is politiek filosoof in Brussel. Deze column is wekelijks.