De Tour is bang, maar moet door

Tour de France

De Tourorganisatie heeft besloten de tijdrit vandaag door te laten gaan. Maar: „Je kop staat er niet naar om weer te gaan fietsen.”

Vertwijfeld staat Maarten Wynants voor de bus van zijn ploeg, LottoNL-Jumbo. „De wereld is naar de klote”, zegt de 34-jarige Belgische renner vlak voor de start van de tijdrit in La Caverne du Pont d’Arc, een plaatsje in de Ardèche op slechts twee uur rijden van Nice.

Daags na de aanslagen van 22 maart in Brussel, op vliegveld Zaventem en in de metro, stond hij ook weer gewoon aan de start van de wielerwedstrijd Dwars door Vlaanderen. Wynants: „Je kop staat er niet naar om weer te gaan fietsen. Ik ben ook vader van twee kinderen en die moeten in deze wereld opgroeien.”

Aan de ontbijttafel in het hotel waar hij met zijn ploeg verblijft, was de sfeer bedrukt. „We moeten nog naar Parijs”, zegt Wijnands. „In een wielerkoers heb je niet alles in de hand, zo is maar weer bewezen.”

Na crisisberaad met de autoriteiten besloot de organisatie van de Tour om de tijdrit vandaag ‘gewoon’ door te laten gaan, zo maakte Tour–directeur Christian Prudhomme bekend, ook al waren er verschillende pleidooien om de rit tegen de klok vanwege de aanslag in Nice helemaal te schrappen.

De veiligheid rond de Tour is aangescherpt en rond de dertiende etappe voltrekt alles zich vanochtend meer ingetogen. De anders zo luidruchtige reclamekaravaan hield zich stil en vlak voordat vrijdagochtend de eerste renner van start ging voor de 37,5 kilometer lange tijdrit, werd een minuut stilte in acht genomen. De directie bestempelde de tijdrit als een eerbetoon aan de slachtoffers en hun nabestaanden.

Bij de bus van de Franse formatie Direct Energie staat ploegleider Lylian Lebreton met een bedrukt gezicht. „Het hele team is bang. Het zou elk moment ook in het peloton kunnen gebeuren. Maar we hebben geen keuze. We moeten vandaag gewoon weer verder. Het is ook onmogelijk om elke dag 200 kilometer Tour te beveiligen, net zomin als de grote groepen mensen bij start en finish. Dat is ook gisteren in Nice maar weer eens gebleken.”