Danseres met moed en visie

NecrologieKäthy Gosschalk (1941-2016)

Danseres en choreograaf

Met haar engagement gaf ze de hedendaagse dans vorm.

Käthy Gosschalk verdiepte zich in New York in de Amerikaanse moderne dans en bracht haar ervaringen vanaf 1975 in Nederland in de praktijk. foto Hans van den Busken

‘Ik ben nou eenmaal geen diplomaat”, luidde een van de gevleugelde uitspraken van danseres, actrice, choreografe en artistiek leider Käthy Gosschalk (Amsterdam, 1941). Dinsdagavond overleed zij, in eigen huis en volgens eigen regie. Dat typeert haar, want Gosschalk was een vrouw die zo nodig door roeien en ruiten ging om haar visie te realiseren. Door haar gepassioneerde engagement werd zij een van de personen die de hedendaagse dans in Nederland vorm en richting heeft gegeven.

Gosschalk, geboren in een kunstminnend milieu, danste na haar opleiding bij het Scapino Ballet. Eind jaren vijftig verdiepte zij zich in New York in de Amerikaanse moderne en postmoderne dans. Terug in Nederland sloot zij zich begin jaren zestig aan bij het toen prille Nederlands Dans Theater. „Käthy kon je voor alles inzetten”, herinnert Hans van Manen zich, destijds artistiek leider van NDT. „Alle choreografen van NDT wilden met haar werken, niet om haar techniek, maar omdat ze visie had en zich volledig gaf. Niet makkelijk, maar altijd met humor.”

Vanaf 1975 kon zij haar Amerikaanse ervaringen in de praktijk brengen. In Rotterdam was ruimte voor een nieuw dansgezelschap en Gosschalk richtte Werkcentrum Dans op. Daar creëerde ze eigen choreografieën en introduceerde zij vele choreografen, een soort tegenkleur aanbrengend in het Nederlandse danslandschap met werk van onder anderen Merce Cunningham, Stephen Petronio, Tere O’Connor en Amanda Miller.

Ook haalde zij Ton Simons, destijds werkzaam in New York, naar Rotterdam. „Zij gaf mij kansen terwijl niemand anders het nog zag zitten. Aan moed geen gebrek”, aldus Simons. Hij volgde Gosschalk in 1999 op als artistiek directeur, na 25 turbulente jaren met bestuurlijke perikelen, bijna-faillissementen en dreigende opheffingen. Bij al haar stekeligheid vindt Simons haar artistieke tolerantie opmerkelijk: „Hoewel zij precies wist wat zij zélf wilde, kreeg je als choreograaf totaal carte blanche. Ze was nieuwsgierig en wilde iets geven waar men zich in Nederland op kon oriënteren.”

Simons is maar één naam uit de ‘stal’ van Gosschalk. Ook choreografen Hans Tuerlings en Anouk van Dijk startten bij Gosschalk, dansers als Gaby Allard en Tim Persent danken veel aan haar. Allard roemt Gosschalk als pedagoge: „Ze had oog voor talent, zag dat vaak eerder dan anderen. Dan bleef ze duwen en sturen, impulsen geven.” En wee je gebeente als je je talent verspilde, weet ook Persent. Zelf was hij een van haar favorieten, maar hij zag hoe anderen verstijfden door haar scherpe tong. „Die strengheid, dat veeleisende; het kwam voort uit liefde. Uitgesproken, dat is het woord. Dat was ze. In alles. Een levenskunstenares.”