‘China leeft het internationaal recht beter na dan we denken’

Interview Wim Muller, China-expert

China weigerde deze week een uitspraak van het Permanent Arbitragehof over de Zuid-Chinese Zee te accepteren. Vaak respecteert het land internationaal recht wel.

Is China een hypocriet land, dat de internationale verdragen die het plechtig heeft ondertekend net zo makkelijk met voeten treedt? Veel critici in het Westen denken er zo over. De stellige weigering van Beijing deze week om de uitspraak van het tribunaal van het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag over de Chinese expansie in de Zuid-Chinese Zee te accepteren, lijkt in die richting te wijzen.

Maar zulke critici doen China geen recht, vindt Wim Muller, die internationaal recht doceert aan de Universiteit van Maastricht. Muller is gespecialiseerd in de manier waarop Beijing omgaat met het internationaal recht. „Weliswaar weigert China soms zich aan internationale tribunalen te onderwerpen, maar dat doen andere grote mogendheden als de Verenigde Staten en Rusland ook”, zegt Muller. „China wil echt gezien worden als een staat die het internationaal recht respecteert. De oprechtheid van de Chinezen op dat punt wordt in het Westen vaak onderschat.”

China heeft wel een veel beperktere interpretatie van de reikwijdte van het internationaal recht dan Europese staten. „De Chinezen zien dat meer als een kwestie van verdragen tussen staten”, zegt Muller op de rechtenfaculteit in de binnenstad van Maastricht. „Wij zijn eraan gewend iets van onze soevereiniteit op te geven aan bij voorbeeld de Europese Unie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat is voor China nog moeilijk te aanvaarden.”

De Chinese wens om deel uit te maken van de internationale rechtsorde is van vrij recente datum. „Pas in 1978, onder het bewind van Deng Xiaoping, begon China meer samen te werken met de internationale gemeenschap en besloot het de zaken meer volgens de regels van het internationaal recht te spelen. De ironie is dat het voor het eerst serieus in aanraking kwam met het internationaal recht door de toenmalige onderhandelingen over het Internationale Zeerechtverdrag. Uitgerekend het verdrag dat het nu volgens het Permanent Hof van Arbitrage heeft geschonden.”

Zal China zich iets gelegen laten liggen aan de uitspraak van het Arbitragehof?

„De uitspraak is als een schok voor China gekomen. Ik denk dat het eerst hard zal reageren en, om gezichtsverlies te voorkomen, zal doen alsof het zich er niets van aantrekt. Maar ik vermoed dat de Chinezen het op termijn minder vaak zullen hebben over die omstreden nine-dash line, de omstreden grenslijn waarmee ze bijna de hele Zuid-Chinese Zee voor zich opeisten. Waarop die claim was gebaseerd, heeft Beijing nooit duidelijk gemaakt en het tribunaal concludeerde terecht dat er geen enkel bewijs voor is gevonden. In plaats daarvan zullen ze hun soevereiniteitsaanspraken op andere manieren gaan rechtvaardigen.”

Zijn er voorbeelden waarbij China het recht liet prevaleren boven zijn eigen belangen?

„Ja, bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Toen het in 2001 lid werd, moest China akkoord gaan met een geschillenprocedure, waarbij het oordeel soms in zijn nadeel uitvalt. In het begin had het er moeite mee zich aan deze procedure te onderwerpen, maar inmiddels heeft het de smaak te pakken en start het ook zelf vaker zulke procedures. Het heeft daarvoor tegenwoordig voldoende expertise in huis. China heeft zich ook echt ingespannen het kinderrechtenverdrag en het vrouwenrechtenverdrag beter na te leven.”

Maar met politiek getinte zaken, die raken aan zijn soevereiniteit, blijft het moeilijk?

„Bij zulke zaken worden competente internationaal juristen in China terzijde geschoven door politieke leiders. Dat gebeurde in het geschil met de Filippijnen dat nu voor het Hof van Arbitrage diende. Zo’n allergie voor geschillenprocedures hebben grote mogendheden met elkaar gemeen. Zo hebben we net zelf nog meegemaakt dat Rusland de arbitrageprocedure die door Nederland was gestart in verband met het Greenpeaceschip de Arctic Sunrise negeerde. De rechtsorde is daarin onvolkomen: de grote jongens kunnen hun gang gaan, een luxe die kleine landen niet hebben. Overigens is interessant dat China zelf betoogt dat het land het internationale recht niet heeft geschonden. Het stelt dat het tribunaal buiten zijn boekje ging.”

Met internationaal erkende mensenrechten neemt China het toch niet zo nauw?

„China heeft in het verleden sommige verdragen getekend, zonder te beseffen wat daarvan de gevolgen waren. Voor de meeste pijn bij het regime heeft het Folterverdrag gezorgd, dat in 1987 werd getekend. Er wordt desondanks nog altijd gefolterd en dat heeft China veel kritiek opgeleverd. Maar – anders dan bij voorbeeld Noord-Korea – heeft het met opzet niet het internationale Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Vrijheden geratificeerd. Je kunt dus niet zeggen dat China zich altijd volkomen hypocriet opstelt.”

Is er onder president Xi Jinping sprake van een hardere lijn?

„Onder Xi is China niet buiten de gebaande kaders getreden van de Chinese interpretatie van het internationaal recht. Wel heb ik gemerkt dat de vrijheid van academici om vrijuit te praten over bepaalde zaken is afgenomen onder Xi. Ook in de zaak waarover het Hof van Arbitrage net heeft geoordeeld. De Chinese regering maakte duidelijk dat andere opvattingen niet welkom waren.”