Bedwinger van het Hongaarse verleden

NecrologiePéter Esterházy (1950-2016)

Schrijver

Als geen ander heeft deze Hongaar de geschiedenis van zijn land in stemmingen gevat.

Péter Esterházy, juni 2016. Foto AP

Met de dood van de Hongaarse schrijver Péter Esterházy kan ook een deel van de Hongaarse geschiedenis ten grave worden gedragen. Want als er een schrijver is die het verleden van zijn geboorteland, van Europa, van zijn eigen roemrijke familie, in zijn postmoderne romans en verhalen behandelt, dan is hij het. Dat verleden wordt in zijn magnum opus Harmonia Caelestis (2000) verteld door tientallen stemmen, die met elkaar in discussie zijn en een surrealistische werkelijkheid weten te creëren. Zo kakelen een vader, een moeder, een zeventiende-eeuwse soldaat, een romanpersonage en een andere schrijver als in een druk café door elkaar en hebben ze ieder hun eigenzinnige waarheidsbeleving. In de chaos die zo ontstaat, besef je dat de absolute waarheid misschien wel helemaal niet bestaat. In een postmoderne vorm wijst Esterházy je op die manier op de twijfel als belangrijkste menselijke eigenschap.

Nadat hij te horen kreeg dat zijn vader lange tijd informant van de geheime politie van het communistische regime was geweest en familieleden en vrienden had uitgehoord, schreef hij een vervolg op Harmonia Caelestis. In dit werk, Herziene editie, onderzoekt hij als een rechercheur zijn vaders verleden en gaat hij de confrontatie ermee aan.

Ook in zijn nog dit jaar verschenen De Marcus Versie schrijft hij over de geschiedenis van zijn familie, die op grond van haar adellijke achtergrond door de communistische heersers werd onteigend en naar de provincie werd verbannen. Als kankerpatiënt richt hij zich hierin tevens op het lijdensverhaal van Christus, zoals dat in het Marcus Evangelie wordt verteld.

Esterházy gold als de beroemdste vertegenwoordiger van de naoorlogse Hongaarse literatuur. Hij studeerde wiskunde en werkte tot 1978 als data-analist op een ministerie. Zijn eerste, niet in het Nederlands vertaalde, boek Termelési regény (1979) is op dit bestaan gebaseerd.

Esterházy was een groot schrijver, die thuishoort in het pantheon van de wereldliteratuur, naast Elias Canetti, Marcel Proust en Robert Musil. Daarnaast was hij een beminnelijk en welgemanierd mens, met een groot gevoel voor ironie. In De schuldige schrijft hij bijvoorbeeld: ‘Ik geloof niet dat het schrijven een therapie voor me was, maar na 45 jaar schrijven ontbreekt me misschien het overzicht.’

Die ironie zorgde er ook voor dat hij diepe minachting koesterde voor de populistische Hongaarse president Viktor Orbán. Vooral nadat deze een radiotekstje van hem liet censureren waarin Esterházy kritiek uitoefende op de benoeming van een partijgenoot van Orbán als intendant van het Nationale Theater in Boedapest.

Esterházy’s boeken zijn in meer dan twintig talen vertaald. Hij kreeg er alle grote literaire onderscheidingen voor die Hongarije heeft te bieden, inclusief de Kossuth Prijs. Gisteren bezweek hij aan alvleesklierkanker.