Zoek zelf naar de moraal van deze ellende in Zuid-Korea

Er wordt in Noord-Korea een meisje geboren: de zevende op rij. Haar moeder laat haar achter in een bos. Niet omdat ze niet van het kind houdt, maar omdat het een meisje is en om die reden de toorn van haar vader over zich heeft afgeroepen. Ze wordt echter teruggebracht door een hond, waarna ze 

©

Er wordt in Noord-Korea een meisje geboren: de zevende op rij. Haar moeder laat haar achter in een bos. Niet omdat ze niet van het kind houdt, maar omdat het een meisje is en om die reden de toorn van haar vader over zich heeft afgeroepen. Ze wordt echter teruggebracht door een hond, waarna ze opgroeit onder politieke spanningen, en onder de vleugels van haar inwonende grootmoeder met wie ze een paranormale aanleg deelt. Zij is degene die het meisje een naam geeft: Bari. Dezelfde naam als een mythologische prinses, die net als het meisje bij geboorte al verbannen is en wier levensloop veel overeenkomsten vertoont met die van de protagonist.

Op deze mythe bouwt de Zuid-Koreaanse auteur Hwang Sok-yong (1943) zijn roman Prinses Bari voort, oorspronkelijk verschenen in 2007 maar recentelijk vertaald . Als politiek betrokken schrijver is Sok-yong al herhaaldelijk genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs.

Bij Sok-yong hoort Bari de verhalen over de sprookjesprinses van haar grootmoeder terwijl ze, naar China gevlucht voor de grote hongersnood, beiden in een zelfgebouwde hut in de bergen proberen te overleven. De rest van de familie is verder gevlucht of gestorven. Als ook grootmoeder sterft, is de taaie, maar dromerige Bari overgelaten aan haar lot. Met de hulp van diverse mannen, allen ‘ooms’, slaagt ze er in via zee opeengepakt met andere vluchtelingen naar Engeland te vluchten, waar de illegale immigrante een redelijk stabiel – maar geenszins gemakkelijk – bestaan opbouwt; haar paranormale begaafdheid zorgt ervoor dat ze in de massagesalon waar ze als voetverzorger werkt wordt opgemerkt door een welvarende vrouw, die haar zo nu en dan inhuurt als persoonlijk medium. Ze raakt bevriend met andere immigranten en nauw betrokken bij een moslimfamilie uit Pakistan.

Bari’s beproevingen zijn gruwelijk, en talrijk: het verlies van familieleden, een rivier vol lijken, verschrikkelijke branden en verkrachtingen, maar ook actuele gebeurtenissen als de aanslagen van 11 september spelen een grote rol in haar leven. Ondanks de kale, haast droge manier van schrijven van Hwan Sok-yong, of misschien juist daardoor, leest het boek gaandeweg steeds meer op een afstandelijke opsomming van gruwelijkheden. En dat is precies de wijze van redeneren waarmee Bari het weet vol te houden. Afstand nemen, converseren met treurige geesten en vluchten in wonderlijke en kleurrijke, ietwat melodramatische visioenen, waar haar grootmoeder en een overleden hond haar herhaaldelijk van wijs advies voorzien.

De klare stijl, waarin gebeurtenissen elkaar (soms te) vlug opvolgen en nergens van opsmuk worden voorzien, doet sterk denken aan volksverhalen en sprookjes. In de verteltraditie die Europa vooral kent van sprookjes uit het pré-Disney-tijdperk (de voeten in Andersens Rode schoentjes worden afgehakt, de zeemeermin sterft) wordt ook in Prinses Bari met zekere regelmaat alle hoop met de grond gelijk gemaakt. Aan het eind van het boek wordt de lezer achtergelaten zonder verheffende moraal. Zoek daar zelf maar naar, lijkt Hwang (zelf niet onbekend met de gruwelen van oorlog en gevangenschap) te zeggen, en gelijk heeft hij.

Roos van Rijswijk