‘We hebben in een echt lijkenhuis gefilmd’

Horror

Nicolas Winding Refn maakte de film The Neon Demon: horror over schoonheid en lesbische kannibalen. ‘In mode zijn vrouwen de baas. Zij staan mannen toe ze te domineren, maar dat is een fetisj.’

We treffen een Deense boeddha op het dakterras van het Marriot Hotel in Cannes, achterover leunend op een spierwitte loungebank. Is filmmaker Nicolas Winding Refn (45) werkelijk zo relaxed? Het is mei en de wereldpers ontving gisteren zijn jongste proeve van arthousehorror, The Neon Demon, met luid boegeroep en iets minder luid applaus. Hij zou niet anders willen, zegt hij. „Ik ben de Sex Pistols van de cinema, man. I search and destroy. Ik ben punk. Fuck the establishment.”

Het lijkt zijn motto: gisteren zei hij iets soortgelijks bij een persconferentie. „Wat ik bedoel: ik onderwerp me niet aan regels, ik kom uit de toekomst om te verwoesten wat klassiek is. Ik maak dit filmfestival de moeite waard, over mijn film praten jullie. Zonder mij hadden jullie je dood verveeld.”

Bluf? Provocatie? Gratis publiciteit? Gisteren op dezelfde persconferentie vroeg iemand hem of hij Lars von Trier, sinds 2011 persona non grata door één provocatie te veel, denkt op te volgen als de rel-Deen van Cannes. „Ach Lars”, verzuchtte hij. „Wat kan ik zeggen? Te veel drugs. Het gaat bergafwaarts met hem. Het laatste wat ik van hem meemaakte, was dat hij mijn vrouw vroeg om seks. Ze zei hem op te rotten. Dus vond hij een andere slet.” Actrice Elle Fanning kreeg naast hem een lachstuip.

Vandaag praat Winding Refn op halfverdoofde orakeltoon: veel korte, soms nogal cryptische antwoorden. Hij komt uit een filmgezin – pa monteerde de films van Lars von Trier – en groeide op in New York. In 1996 debuteerde hij met het dynamische misdaaddrama Pusher, in 2011 dook hij voor het eerst op in de hoofdcompetitie van Cannes met de stijlvolle arthousethriller Drive . Die won direct de prijs voor beste regie.

Sinds Drive, voor zijn doen mainstream, neigt Winding Refn tot troebel, ultragestileerd en mythologisch. Zie het tussen opiumroes en amputatiegeweld vibrerende Only God Forgives (2013), waarin een gangster in Bangkok – in de woorden van Winding Refn – „uit castratieangst terug wil naar die baarmoeder waar alle mannen vandaan komen, dames!”

Die film vormde de eindhalte van een serie over testosteron, razernij en oergeweld: Pusher, Bronson, Valhalla Rising, Drive. Nu wil hij het hebben over het ‘sterke geslacht’. „Vrouwen zijn zoveel interessanter en subtieler, krachtiger en onafhankelijker dan mannen.” Hoezo dat? „Door zwanger te worden nemen zij veel radicaler afscheid van hun jeugd dan mannen. Die houden de navelstreng naar hun moeder en blijven altijd afhankelijk.”

Rivaliteit tussen vrouwen is, getuige The Neon Demon, een geduldige, maar bloedige affaire. Dat ervaart Jesse, een 16-jarig fotomodel met ‘hertje-in-de-koplampen-blik’ dat erg in smaak valt in de modewereld van Los Angeles. Afgeleid door mannelijke roofdieren beseft Jesse niet waar het echte gevaar schuilt. „Ik ben echt niet zo hulpeloos als je denkt”, snoeft het maagdje. Ha.

The Neon Demon drijft op glazig, artificieel acteren, op visuele en muzikale hypnose vol onderhuidse dreiging. Een film zo uitgebeend en uitgerekt dat het voelt alsof Winding Refn op de set nog een paar pagina’s script eruit scheurde.

Bloed, glitter of goudverf

Kerncitaat van de film: ‘Beauty isn’t everything, it’s the only thing.’ Maar een satire op de mode-industrie is het beslist niet, zegt Winding Refn. „Dat zou oninteressant zijn, elke documentaire over mode is in wezen een satire. Mode grenst aan mijn eigen wereld: de handelswaren zijn schoonheid en creativiteit. Zo combineer je de lastigst denkbare mensen en gaat alles alleen nog maar over ijdelheid, onzekerheid en ego.”

In The Neon Demon draaien mannelijke fotografen vol ijzige geilheid om maagdelijke Jesse heen, keuren haar, kleden haar uit, overgieten haar perfecte lichaam met bloed, glitter of goudverf. Identificeert Winding Refn zich met die mannen? „Er zit veel van mij in, er verschuilt zich ook een 16-jarige meisje in mij. Maar in deze film zijn mannen wat vrouwen in veel andere films zijn. Plot devices, types, de vriendin van. Het echte duel is tussen vrouwen.” Is de modewereld dan geen mannenwereld? „Nee, nee, nee”, wuift Winding Refn zijn wijsvinger. „In mode zijn vrouwen de baas. Zij staan mannen toe ze te domineren, maar dat is een fetisj. Zij bepalen de regels.”

Het gaat Winding Refn in The Neon Demon om de obsessie met schoonheid. Schoonheid is een „wreed concept”: je wordt ermee geboren of niet en het is van vrij korte duur. Maar tegenwoordig kunnen wij ons cosmetisch én digitaal verbeteren, en dat verandert alles. „We proberen onze obsessie met schoonheid te rationaliseren en controleren, maar de digitale revolutie drijft het tot extremen. Die schept een alternatief universum dat voor onze kinderen en kleinkinderen de echte wereld zal zijn. Dat is hun spiegel, daar is alles verbonden met narcisme. Daarin schuilt een groot gevaar. Narcissus werd verliefd op zijn spiegelbeeld en verdronk erin. Je kan in de Neon Demon verdwalen.”

Waar staat dat toch voor, Neon Demon? „Neon voor flamboyant, demon voor vulgariteit. Seks en geweld.” Korte stilte, een triomfantelijk glimlachje. Ga dat straks thuis maar interpreteren.

Nicolas Winding Refn lijkt te geloven in een duister, jungiaans universum bezield door geesten en archetypes, een sprookjeswereld dichter bij de spiritualiteit van David Lynch dan bij de psychologie van Lars von Trier. In een schokkende scène van The Neon Demon blijkt visagist Ruby (Jena Malone) tevens lijken op te maken in een mortuarium en necrofilie te bedrijven. Volgens Winding Refn een essentiële scène. „We hebben die in een echt lijkenhuis opgenomen, met lijken in koelcellen. De dood moest dichtbij zijn.” Want de schoonheidscultus is in zijn ogen een dodencultus. „In de digitale wereld zijn dood en leven één. Je kan doden tot leven wekken en ziet er zo uit als je wilt. Virtueel is een ander woord voor on-realiteit, voor niet-zijn, voor dood dus. Onze kinderen en kleinkinderen leven straks op een digitale necropolis van grote schoonheid. Dat gaan wij niet meer terugdraaien.”

Recensie op pagina 9