Schieten op een kuisheidsgordel is geen uitkomst

Eka Kurniawan

Wat te doen wanneer je drie beeldschone dochters hebt en er een vierde op komst is? Bidden voor een lelijkerd, zo blijkt uit Schoonheid is een vloek – een roman van Eka Kurniawan uit 2002 die nu vertaald is.

©

Wanneer de openingszin van een roman luidt: ‘Op een namiddag tijdens een weekeinde in maart stond Dewi Ayu op uit haar graf, na eenentwintig jaar dood te zijn geweest’, vraag je je meteen al twee dingen af. Is dit een schrijver die er een nogal clichématige vorm van magisch realisme op nahoudt en bij gebrek aan verbeeldingskracht het verhaal maar meteen opblaast met geesten die de boel komen verzieken? Misschien is dat een beetje een onvriendelijke vraag, maar het is altijd verstandig bij voorbaat vraagtekens te plaatsen bij magisch realisme in romans. Het is vaak verworden tot een zweverig, literair trucje dat ingezet kan worden wanneer het materiaal van de realiteit te weerbarstig blijkt en de schrijver zijn toevlucht neemt tot spoken en rare geluiden. Wanneer vervolgens in de tweede zin prompt een herdersjongetje opschrikt door gekraak uit het graf, vrees je helemaal het ergste.

Of moet je in dit geval rekening houden met de mogelijkheid dat hier een schrijver aan het woord is die steevast van plan is de lezer vanaf de eerste zin direct mee te nemen in zijn verhaal? Want ook in de andere hoofdstukken zet hij de lezer steeds knap midden in het verhaal. Zo opent er eentje bijvoorbeeld met de mededeling: ‘Op een dag werd Halimunda opgeschrikt door de vondst van een baby op een vuilnisbelt.’

De tweede optie is zeker ook het geval in Schoonheid is een vloek, een roman van de Indonesische schrijver Eka Kurniawan (1974), die in 2002 verscheen. In achttien hoofdstukken weet hij de lezer mee te nemen in een familiegeschiedenis die draait om de prostituee Dewi Ayu, een Nederlandse vrouw met een kwart aan Indisch bloed. Opgegroeid tijdens het koloniale bewind, belandt ze in het Jappenkamp waar ze al snel geselecteerd wordt om te werken in een luxe bordeel waar ze Japanners moet genezen van hun ‘zielenpijn’. Zwanger geworden van een Japanse militair, baart ze een beeldschone dochter.

Stopcontact

Na de oorlog volgen er nog meer verkrachtingen en gevallen van misbruik en uiteindelijk zet Dewi Ayu, die inmiddels in het naoorlogs Indonesië een reputatie heeft opgebouwd als beste prostituee van de fictieve kustplaats Halimunda, vier dochters op de wereld. De eerste drie zijn overweldigend mooi en vallen daarom ten prooi aan ongeluk in de liefde. Reden te meer voor Dewi Ayu om bij het vierde kind te bidden voor een lelijkerd. Het gebed wordt verhoord: de vierde dochter ziet er uit als een ‘aangebrande koek’ en jaagt bezoekers de stuipen op het lijf – alleen al bij het zien van het babyneusje, dat de vorm heeft van een stopcontact. Dewi Ayu ziet het echter niet, zij geeft de baby zonder ernaar om te kijken uit handen om op haar kraambed te gaan liggen en twaalf dagen later te sterven. Cynisch genoeg geeft ze het kind de naam Schoonheid. Na 21 jaar keert ze dus terug in het land der levenden om te zien of ze de vloek op de familie kan opheffen. De poging daartoe is helaas het minst overtuigende deel van de roman.

Schoonheid is een vloek is behalve magisch realistisch – naast Ayu’s herrijzenis zijn er mannen die een buik hebben die bulletproof is, veranderen zwijnen die door speren zijn gedood in dode mannen, trouwen prinsessen met honden en kunnen vrouwen vliegen terwijl ze net van plan zijn zelfmoord te plegen – ook een politiek bewust verhaal. Niet op de sociaal-kritische manier zoals die van de bekendste auteur van de dekolonisatie in Indonesië, Pramoedya Ananta Toer (over wie Kurniawan in 1999 een boek schreef), en ook niet door, als tegenwicht voor de preutsheid van een land, veel seksscènes op te nemen, zoals zijn collega Ayu Utami doet.

Rode Kruis

Ondanks de wijdlopigheid soms, is de mix van genres ook geslaagd. Dat is te danken aan enerzijds zwartgalligheid en intelligentie, anderzijds aan humor en absurditeiten. Zo sterft er een Nederlandse ambtenaar van het bevolkingsregister aan malaria omdat hij niet kan geloven dat een man in een moeras leeft met negentien geesten terwijl anderen grond en Indonesische vrouwen opeisen alsof het om een broodje bij de bakker gaat. Een bordeel voor de Japanners wordt omschreven als het ‘Rode Kruis’. Dewi Ayu geeft een opdringerige guerrillaleider het advies een andere vrouw te zoeken, omdat ‘vagina’s overal hetzelfde smaken’, terwijl deze strijder later haar schoonzoon wordt die met een pistool schiet op de ijzeren kuisheidsgordel van Dewi Ayu’s oudste dochter. Zo is er een communist die zwembroeken voor toeristen gaat verkopen en moet iemand ruim 1200 lijken begraven na het bloedbad uit 1965 toen er jacht werd gemaakt op de communisten. En dan moet je uiteindelijk vaststellen dat het magisch realisme niet zozeer een zweverige vlucht is, maar een poging om iets van die krankzinnige situaties weer te geven.