Op het Ignatius hield ik tien jaar geleden een spreekbeurt over het ‘groene gefluister’ in Het stenen bruidsbed.

De leraar Nederlands leek niet overtuigd, maar ik hield voet bij stuk: het ‘groene gefluister’ werd gevormd door zomaar wat geklets van alle tijden, dat ook uit Dresden opsteeg vlak voordat Amerikaanse bommenwerpers aan de hemel verschenen en de stad door een vuurstorm werd uitgewist. Geen conversatie die echt gevoerd was, maar die net zo goed wel gevoerd had kunnen worden. Het waren stemmen die Norman Corinth naar zijn lot begeleidden, en daarmee naar het lot van vele duizenden.

‘„ ...welnu, limbo, stuur de boslamp maar...” (: een zwartharige man links beneden).’

‘„ ... de schone Helena speelt niet meer...” (: een kerel op een viaduct).’

Mijn spreekbeurt beleefde niet de verwachte triomf – reden misschien waarom ik het ‘groene gefluister’ voor een heel decennium wegstopte. Nu, zwervend over de rampplek bij Grabovo, vond ik het terug: in mezelf. Het bestond bij mij niet, zoals in het boek, uit onbegrijpelijke zinsflarden, maar uit langere gespreksfragmenten, die zich in mijn hoofd voordeden alsof ze niet anders konden zijn gevoerd, zo overtuigend. Ze leken op de conversatie uit de Cockpit Voice Recorder, zoals wel eens te horen was op het kanaal National Geographic, in reconstructies van vliegtuigcrashes, en dan net voor de ramp, wanneer er nog geen vuiltje aan de lucht leek. Alleen hoorde ik voornamelijk passagiers met elkaar praten. Ik onderscheidde hun gezichten. Ze zaten aan boord van vlucht MX17. In het geroezemoes herkende ik de stemmen van mijn ouders. Geen ‘groen gefluister’, maar een Cabin Voice & Face Recorder die ruisend in mijn brein werd afgespeeld.

‘… een jaar of acht geleden,’ zegt mijn moeder. ‘Kort na zijn eindexamen. Net achttien geworden. Hij had iets nodig voor zijn apparatuur... een onderdeel dat niet meteen om de hoek te krijgen was. Op internet vond hij een fotospeciaalzaak ergens in de Achterhoek. Inderdaad een soort warenhuis, maar dan met alleen camera’s en fotospullen... digitaal en analoog... alles. Natan helemaal door het dolle heen, zodat ik met kramp in mijn hand de knip dicht moest houden. We werkten de hele zaak af. Hij legde in het mandje wat hij nodig had... plus op mijn aandringen nog allerlei extra’s, omdat hij zijn school zo mooi afgemaakt had. Helemaal achterin de winkel stond een grote vitrine: VOOR DE MODERNE OORLOGSCORRESPONDENT. Met zo’n kleine tent erin, een shelter... opblaasbaar frame, zonder stokken. Een etalagepop in camouflagepak was omhangen met alles wat een frontfotograaf nodig had. Handcamera om te filmen een schattig klein laptopje. Verbanddoos met reisapotheek... lichtgewicht kookgerei... noem maar op. Reken maar dat Natan er verlekkerd naar stond te kijken. Ik zei nog: „Die tegoedbon voor rijlessen, zou je die niet willen inruilen voor deze hele uitzet?” En wat denk je? „Nee, mam, dit is niks voor mij. Voor je ’t weet, sta je je eigen dood te filmen. Laat mij maar hele gewone dingen fotograferen... onze katten als yin en yang samen in een mandje.” Nou, overmorgen fotografeert hij in Gaza radeloze vaders die met een bloedend kind in de armen naar een ziekenhuis toe rennen. Het kan verkeren.’

‘Misschien heb je hem toen gezien bij het maken van zijn keuze,’ zegt Patrick. ‘Terwijl hij tegenover zijn moeder nog even de ontkennende fase...’

Het is of er een grote zwarte vlerk over de lichte bovenkant van het wolkendek veegt. De seconden die aanbreken, vertegenwoordigen een eeuwigheid, omdat er in hun leven geen meer op zullen volgen. Een geluid alsof dikke hagelstenen plotseling op een autodak stuiteren, nee, er dwars doorheen slaan. Niet meer dan de aanzet tot een massale schreeuw giert door de cabine, en wordt afgesneden door het wegvallen van de luchtdruk. Gele zuurstofmaskers schieten uit het plafond tevoorschijn. Ze bungelen twee seconden nutteloos boven de stoelen die al aan het schuiven zijn richting gapende scheur in de romp. Een kou als nooit eerder ervaren, zo messcherp, vlijmt door Rebekka Stern heen. Er moet dus nog ergens gevoel zijn. De zetel blijft haken, en hikt haar uit, en ze springt voort op de wind als op een trampoline. In haar snel bevriezende brein is nog net voldoende warmte voor een paar seconden beeld. Niet dat ze buiten het toestel iets ziet, want de lange zomerjurk slaat om haar hoofd heen: een te zwakke parachute om haar val te breken. Dit is wat ze in haar laatste, voor eeuwig ondeelbare ogenblik gewaarwordt: de net geboren Natan, bedekt met glibberig bloed, ondersteboven hangend in de geschoeide hand van de verloskundige, die vloekt in haar mondkapje. Al haar pijn, van toen en van nu, spoelt weg bij de aanblik van haar zoon onder de lauwwaterkraan. Voordat het zwart zich over haar ontfermt, weet ze waarvoor ze geleefd heeft.

Alle reeds gepubliceerde afleveringen van het feuilleton zijn te vinden op nrc.nl/afth