Ook de verzekeraar kan omvallen, en dan?

Verzekeraars

De extreem lage rente holt verzekeraars uit. Een nieuwe wet moet ingrijpen vergemakkelijken en klanten beter beschermen.

Minister Dijsselbloem wil dat De Nederlansche Bank beter kan ingrijpen bij verzekeraars die op omvallen staan. Foto Bart Maat/ANP

De angst voor een nieuwe bankencrisis is voelbaar. Sinds het Britse referendum is er grote nervositeit onder beleggers. Bankiers vragen de EU alvast om reddingsfondsen klaar te zetten voor het geval het misgaat – ook al is het sinds de vorige crisis de bedoeling dat banken zelf hun problemen oplossen.

Maar tegelijkertijd broeit er nóg een crisis in de financiële wereld. Eentje waar veel minder oog voor is, maar die eveneens dichterbij is gekomen door het Brexit-referendum. Verzekeraars hebben het al tijden zwaar, door een opeenstapeling van problemen. Maar het risico dat het écht misgaat, wordt steeds groter. Verzekeraars zijn afhankelijk van de rente. Zij beleggen de premies die klanten betalen om daar later uitkeringen van te kunnen doen. Maar de rente is de laatste jaren extreem laag. De vrees is dat na een Brexit de rente nog veel langer zo laag blijft. Dat holt verzekeraars uit.

Hoe serieus die bedreiging wordt genomen, bleek woensdag. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) kwam met een wetsvoorstel dat ervoor moet zorgen dat toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) beter kan ingrijpen bij verzekeraars als het mis dreigt te gaan. En als er onverhoopt toch geen houden aan is, moeten polishouders beter beschermd zijn dan nu.

Een omvallende verzekeraar kan grote consequenties hebben, al beseffen klanten dat vaak nauwelijks. Bij een faillissement riskeren zij gekort te worden op hun uitkering. Terwijl hen vaak een bepaald bedrag is beloofd en zij daarop rekenen voor bijvoorbeeld hun oude dag. Het wetsvoorstel ligt de komende weken voor ter consultatie. Als de Kamer daarna instemt, wordt het officieel.

Voor crisissituaties bestond er weliswaar al wetgeving, maar die is inadequaat voor met name grote verzekeraars. Zo is er een ‘opvangregeling’ waaronder polissen van een noodlijdende verzekeraar kunnen worden ondergebracht bij andere verzekeraars. Maar daarmee kunnen alleen kleine verzekeraars worden gered, geen grote.

Lang was de heersende gedachte dat grote verzekeraars helemaal niet konden omvallen. Klanten konden ook niet massaal weglopen zoals bij banken en zo de problemen in een stroomversnelling brengen. Het geld zit vast in beleggingen.

Maar die gedachte blijkt een illusie. De minister waarschuwt dat juist grote verzekeraars als eerste aan de beurt kunnen zijn. Delta Lloyd, met ruim 4 miljoen klanten, moest onlangs honderden miljoenen vers kapitaal ophalen bij beleggers om comfortabel gekapitaliseerd te zijn.

Ook schrijft hij: „Het ongecontroleerd afwikkelen van een verzekeraar kan vanwege zijn maatschappelijke functie, het risico op besmettingsgevaar binnen een verzekeringsgroep en het effect op het vertrouwen in verzekeraars leiden tot aanzienlijke maatschappelijke onrust”.

Wake-up call door Vivat

Ongetwijfeld dat de recente gebeurtenissen bij verzekeraar Vivat (het vroegere Reaal) ook een belangrijke reden zijn geweest om vaart te maken. NRC onthulde drie maanden geleden dat Vivat begin vorig jaar aan de rand van de afgrond stond. De brieven aan de drie miljoen polishouders met de mededeling dat hun uitkeringen gekort gingen worden, lagen klaar. Het ministerie van Financiën had een plan uitgewerkt om de polishouders, vanwege maatschappelijke onrust, tijdelijk voor te schieten.

Het was dat het Chinese Anbang zich op het allerlaatste moment bereid toonde om Vivat over te nemen en van vers kapitaal te voorzien, dat dit horrorscenario werd afgewend. De ‘redding’ kwam echter wel tegen een prijs. De staat kreeg 1 euro voor Vivat. Na de overname volgde een frontale botsing tussen de Chinezen en de Nederlandse leiding, over geld en macht. Die ruzie kostte topman Gerard van Olphen uiteindelijk de kop.

Die bijna-catastrofe moet alle betrokkenen met de neus op de feiten hebben gedrukt. Een grote verzekeraar die omvalt: het kon dus wél. Pijnlijk duidelijk werd destijds ook dat het instrumentarium om met crisissituaties om te gaan onvolledig was. Een van problemen waar de minister tegenaan liep, meldde NRC, was dat hij de Tweede Kamer om toestemming moest vragen voor de voorschotten aan polishouders. Dat kost tijd en ligt gevoelig: de staat had al 3,7 miljard euro moeten betalen om SNS Reaal, het toenmalige moederbedrijf van Vivat, te redden.

Lees hier het artikel over Vivat: Verzekeraar die niet om mocht vallen

Ook dat probleem wordt nu aangepakt. Een curator die na een faillissement binnenkomt, mag polishouders vast voorschotten betalen op hun uitkering uit de boedel. Daarvoor wordt de faillissementswet aangepast.

Veelzeggend is dat de minister niet wacht op Europese wetgeving. Er wordt in Brussel bijvoorbeeld geen bail in-mechanisme voor verzekeraars voorbereid. Bij een bail in zijn in eerste instantie aandeelhouders verantwoordelijk voor een redding. Dijsselbloem voert dit mechanisme hier niettemin in. Liever een Nederlandse Alleingang dan geen vangnet.

De vraag dringt zich op of verzekeraars hun klanten zo langzamerhand niet indringender moeten gaan waarschuwen. Want ook met de aangescherpte wetgeving zijn er geen garanties. De minister waarschuwt in zijn toelichting op de wet: „Dit betekent [...] niet dat polishouders onder alle omstandigheden beschermd zijn”.