Ook de kamermuziek in Nederland festivaliseert

Kamermuziek

Kleinschalige kamermuziekfestivals schieten de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond, met een piek in (voor-)zomer. Wat verklaart hun succes?

Een explosie aan kamermuziekfestivals – dat is de laatste twee decennia een van de opvallendste verschijnselen in de Nederlandse muziekwereld. Twintig jaar geleden was er het Orlando Festival in het klooster Rolduc in Kerkrade, en verder nog nauwelijks iets. „Juist daarom zijn violiste Isabelle van Keulen en ik toen begonnen met het Delft Chamber Music Festival in het Prinsenhof”, zegt impresario Marianne Brinks. Delft Chamber Music Festival Delft bestaat nog steeds, nu al jaren onder artistieke leiding van Liza Ferschtman: op 28 juli begint het. Maar er zijn sindsdien tientallen festivals bij gekomen – vooral in de zomer en op bijzondere locaties.

Precies daarin schuilt immers de aantrekkingskracht: het reguliere muziekleven ligt goeddeels stil, het muziekpubliek in vakantiestemming wil er toch graag op uit. Zo zijn er concerten in afgelegen kerkjes, kastelen, monumentaal erfgoed, fraaie buitenplaatsen – zoals volgend weekend het festival Wonderfeel in ’s-Graveland – parken, middenin de wildernis of op een eiland als Schiermonnikoog. „Op zulke locaties vallen de normaal strenge grenzen tussen het publiek in de zaal en de musici op het podium weg”, verklaart impresario Brinks. „Er is direct contact met de kunstenaar, die achteraf ook aanspreekbaar is.”

Marjon Koenekoop, directeur van het net afgesloten Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht, ziet de festivaltrend ook in het ‘normale’ muziekleven. „In de grote zalen in de steden en bij orkesten, zoals het Koninklijk Concertgebouworkest – alles is aan het ‘festivaliseren’. Losse projecten in korte tijd met een duidelijk onderwerp resulteren ook in de rest van het jaar in een stortvloed aan evenementen, zoals de zeer succesvolle Cellobiënnale in Amsterdam.”

Niet alleen het aantal festivals neemt toe, ook de omvang daarvan, zegt artistiek leider Paul Komen van het Peter de Grote Festival in Groningen, Friesland en Drenthe. Sinds 1997 is het festival uitgegroeid tot een evenement dat zo’n 50 concerten omvat.

Bekende professionals geven, net zoals bij het Orlando festival, overdag les aan muziekstudenten, ‘steeds fanatieker’, die soms ook lunchconcerten geven.

Zoals altijd zijn ondanks de kleinschaligheid de financiering, sponsoring, subsidies en eigen inkomsten een groot probleem waarin veel tijd gaat zitten, zegt Koenekoop. Nu Janine Jansen na 13 jaar is vertrokken en wordt opgevolgd door celliste Harriët Krijgh, betekent dat voor het Utrechtse festival een onzekere toekomst.

Maar aan de opkomst van de festivals ligt het niet: het festival in Utrecht trok er meer dan tienduizend en ook het kleinschaliger Wonderfeel zal, getuigde de voorverkoop, volgend weekend weer goed bezocht zijn.