Niet cynisch bedoeld, maar ouderen kunnen best elkaar verzorgen

Babyboomers worden in één golf oud, hun zorg komt nog meer onder druk te staan. Geen nood, betoogt . Ouderen blijven langer vitaal en kunnen de zorg van generatiegenoten op zich nemen.

En weer struikelt Nederland over de langdurige institutionele zorg. De kwaliteit van een aantal verpleeghuizen laat te wensen over en de dreiging om deze instellingen te sluiten zal het aantal plaatsen nog verder doen dalen. Ondanks de vele financiële middelen die nu worden besteed is er nog steeds geen tijd om een goed gesprek te voeren of met de bewoners een puzzel te leggen. Collectieve verontwaardiging alom. Tegen beter weten in moeten de problemen snel worden opgelost. Maar zien we niet dat onze institutionele instellingen worden verslonden door het Monster van Baumol?

De Amerikaanse econoom William Baumol (1922) beschreef in de jaren zestig het principe dat in de agrarische en industriële sector door efficiëntie en innovatie de productiviteit van mensen kan toenemen en de kosten van producten kunnen dalen, maar dat zoiets helaas niet het geval is voor de dienstverlening.

Inmiddels koopt iedereen voor een schamel bedrag een mobiele telefoon met daarin een computer die krachtiger is dan de supercomputers die in de vorige eeuw voor hoge kosten zijn gebouwd. Ook krijgen we steeds meer waar voor ons geld omdat we de productie van goederen naar lagelonenlanden hebben verplaatst. Zoiets krijgen we niet voor elkaar in de institutionele zorg omdat een professional niet tegelijkertijd meerdere mensen pillen kan geven, kan wassen, of met hen een gesprek kan voeren. Telefoons worden steeds krachtiger voor minder of dezelfde prijs terwijl het institutionele handwerk steeds duurder wordt voor dezelfde, of mindere kwaliteit.

Het Baumol-effect verklaart waarom over de afgelopen jaren de gemiddelde ligduur in ziekenhuizen van weken is teruggedrongen naar dagen. Het verklaart waarom patiënten uit het ziekenhuis naar een zorghotel worden ontslagen waar zij zelf hun eigen verzorging moeten organiseren. Het verklaart waarom de (salaris)kosten in de zorg jaarlijks met twee procent stijgen zonder dat we er meer voor terugkrijgen. Het verklaart ook waarom de langdurige institutionele zorg in toenemende mate een kostbaar instrument zal zijn dat spaarzaam moet worden ingezet.

In Denemarken, het land waar ik nu woon en werk, heeft het monster van Baumol al langer toegeslagen. Dat komt niet onverwacht omdat in dat land de werkweek nog korter is en de salarissen nog hoger zijn dan in Nederland. Het mantra is dat iedereen elkaar helpt om zichzelf te helpen. Daarom is ondersteunend personeel zeldzaam en maakt iedereen z’n eigen kopietjes. Daarom is de informatietechnologie een klasse beter en koop je je huis op het internet zonder tussenkomst van een notaris.

Wanneer ouderen moeite hebben met activiteiten in het dagelijks leven en zich bij de gemeentelijke diensten melden, wordt hen in eerste aanleg niet hulp maar een revalidatietraject aangeboden. Hun lichamelijke, geestelijke en sociale vaardigheden worden getraind zodat zij de draad van het leven weer zelf kunnen oppakken. Deze nieuwe werkwijze is sinds 2015 in de wet vastgelegd en wordt, ook door professionals, beschouwd als de beste oplossing. Immers, vrijwel alle ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven functioneren in hun eigen vertrouwde omgeving.

De tijd dat we door inleg van meer geld het monster van Baumol konden afkopen is voorbij. Nu de babyboomers in één golf oud worden en aanspraak maken op langdurige institutionele zorg zullen de daarvoor noodzakelijke middelen andere publieke taken gaan verdringen.

Zoals gezegd kan een grotere efficiëntie niet worden behaald en een verlaging van de lonen gaat ten koste van de kwaliteit. Verplaatsing naar lagelonenlanden is een optie, maar dan moet de verpleging, verzorging en ondersteuning wel dáár plaatsvinden. Het is om die reden dat sommige kinderen in Duitsland hun afhankelijke ouders in de voormalige Oostbloklanden laten opnemen.

Toch ziet de toekomst er gunstig uit. Tegelijk met de toename van afhankelijke babyboomers is er een groeiend aantal onafhankelijke ouderen omdat niet iedereen op leeftijd gebrekkig is. Nederland heeft een enorm potentieel van ouderen die elkaar zorg en ondersteuning kunnen bieden. Dit principe van ‘ouderen voor ouderen’ klinkt cynisch, maar dat is geenszins het geval. Mensen zijn namelijk sociale dieren. Ons gevoel van welzijn, levenstevredenheid, is sterk afhankelijk van of wij al dan niet met elkaar verbonden zijn.

Daarom is het principe van wederkerigheid het sterkste middel waarmee we hoogwaardige zorg en ondersteuning kunnen leveren, vertrouwen kunnen opbouwen en waardering kunnen ontvangen.

Het is het leidende principe achter de opkomst van de vele stadsdorpen. Amsterdam telt er inmiddels al meer dan twintig. Eén daarvan, stadsdorp Nieuwmarkt, is volgens stadsdorpenamsterdam.nl opgezet om de voordelen van een dorp te verbinden met die van de stad: „Buurtgenoten die de anonimiteit van het wonen in de stad niet (langer) alleen als een voordeel zien, besluiten elkaar beter te leren kennen in het stadsdorp waar zij activiteiten organiseren en onderling diensten en hulp bieden. Het is een burgerinitiatief zonder bemoeienis van overheid of instanties. Op den duur, als zij ouder worden, kunnen zij door het persoonlijke netwerk dat ieder in het stadsdorp opbouwt, de nodige burendiensten aan elkaar bieden en dus langer de regie over het eigen leven houden.”

De idee dat iedereen door belastingafdracht verworven rechten heeft opgebouwd voor langdurige, persoonlijke all-in institutionele zorg is een idee-fixe. Laat verpleging een professionele dienst zijn waar we in Nederland een collectieve verantwoordelijkheid voor nemen. Maar veel meer dan nu, zullen we onze verzorging en het gevoel van welzijn onderling moeten regelen.

Rudi Westendorp is hoogleraar ouderengeneeskunde aan de universiteit in Kopenhagen, Denemarken.