Na uitspraak Hof van Arbitrage moet China stoppen met landjepikin de Zuid-Chinese Zee

Het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag oordeelde woensdag, na drie jaar beraadslagen, dat China geen enkele historische claim kan doen gelden op de wateren van de Zuid-Chinese Zee. Dit betekent gevoelig gezichtsverlies voor China. Dat bleek uit de tamelijk boze reactie per kerende post: Beijing dreigt nu met het instellen van een ‘luchtverdedigingsidentificatiezone’ (ADIZ) boven de betwiste zee, wat kan worden uitgelegd als een claim op het luchtruim in de regio.

De reactie onderstreept de grote geopolitieke betekenis van een tamelijk technisch oordeel van de vijf arbiters van het Tribunaal. De Zuid-Chinese Zee is een van ’s werelds drukst bevaren handelsroutes. De strategische waarde van deze zeeweg is in 2010 al benadrukt door Hillary Clinton, toen als minister van Buitenlandse zaken, die de vrije navigatie over de Zuid-Chinese Zee van „nationaal belang” voor de Verenigde Staten noemde.

China doet al decennialang pogingen zijn invloed te laten gelden over de wateren waaraan het land grenst. Eerder kwam het Rijk van het Midden in botsing met Japan over de hegemonie over de Oost-Chinese Zee. Al in 1974 veroverde China de Paraceleilanden, toen nog behorend bij Zuid-Vietnam. Na de Amerikaanse nederlaag in de Vietnam-oorlog heeft Vietnam de eilanden echter nooit teruggekregen: zij werden eenvoudig door China ingelijfd. Dat is een blijvende bron van spanning met Hanoi.

De politiek van landjepik van Beijing, – vooral merkbaar sinds 2010 toen China de Zuid-Chinese Zee net als de VS bestempelde tot ‘kernbelang’ – gaat in tegen de territoriale belangen van alle landen die grenzen aan deze zee. Het meest verregaand was de vestiging door de Chinezen van een luchtmachtbasis op een atol in Filipijnse wateren. Die luchtmachtbasis was dan ook de aanleiding voor de klacht die de Filippijnen in 2013 aanhangig maakten bij het Hof van Arbitrage.

China heeft nu zijn buurlanden gewaarschuwd dat het de uitspraak van het Hof zal negeren en dat het „alle noodzakelijke maatregelen” zal nemen om de Chinese belangen te beschermen.

Dat heeft ertoe geleid dat Washington Beijing er nu van beticht een loopje te nemen met de internationale rechtsorde. En terecht. Parallellen met de brutale annexatie van de Krim door Moskou dringen zich op. Daar staat tegenover dat de geopolitieke positie van China een andere is dan die van Rusland. Een eventueel militair conflict zal schade toebrengen aan Beijings status als economische wereldmacht. Het land zal moeten inschikken. Desgewenst met behoud van gezicht.