Moeders versus radicale google-sjeiks

Den Haag In de Schilderswijk leren moeders hoe ze kunnen voorkomen dat hun kinderen radicaliseren. Door te praten.

Radicalisering jihad

Er zijn de moeders die al langere tijd rondlopen met het gevoel dat er iets niet klopt: hun dochter of zoon trekt zich terug. De cijfers op school worden minder. De islam wordt belangrijker, er wordt openlijk over de jihad gepraat. Als later blijkt dat hun kind is geradicaliseerd of zelfs naar Syrië vertrokken, is er spijt. Hadden ze maar aan de bel getrokken. Hulp gehaald. Iets gedaan.

Sinds september 2015 zijn 150 Haagse moeders getraind om niet meer met de handen in het haar te zitten. Met het programma Oumnia Works (Oumnia is hoop, Oum bekent moeder in het Arabisch) leren de moeders in zeven bijeenkomsten van trainers wat ze kunnen doen. En waar ze hulp kunnen krijgen. De resultaten met de 150 moeders zijn hoopvol. In Den Haag wordt het programma breder ingezet en ook andere steden gaan ermee werken.

Radicalisering is een taboe-onderwerp. De eerste reactie van moeders die te maken krijgen met radicalisering is alle luiken dicht gooien, zegt initiatiefneemster Karima Sahla, die zich al sinds 2005 met het onderwerp bezighoudt in de Haagse Schilderswijk en veel ouders kent. „Dat zie ik bij vrijwel iedereen. De schaamte is groot. Wat zal de buurvrouw vinden als ze het hoort? Wordt er geroddeld in de moskee?”

Vaak is er ook angst voor hulpverleners. Straks halen ze mijn kind weg, is de vrees. Sahla: „We vertellen dat dat niet aan de orde is.” De moeders leren vooral dat ze hun intuïtie niet moeten bagatelliseren en bij twijfel actie moeten ondernemen.

Nog beter is het als de moeders al ver voor de puberteit met hun kind in gesprek gaan en zich verdiepen in hun leefwereld. Een goede band tussen moeder en kind werkt preventief. Dus moeten ze zich afvragen wat de kinderen op straat doen, wie hun vrienden zijn, wat ze uitspoken op sociale media. De ouders, die nog naar cassettebandjes luisterden, hebben vaak geen idee van de kracht en snelheid van sociale media. Ze beseffen nauwelijks dat er radicale ideeën van allerlei ‘google-sjeiks’ de tienerkamers binnendringen. Sahla: „We maken ze bewust dat sociale media ook negatief kunnen uitwerken. En dat ze dus ook daarover moeten praten. ”

Tijdens de training worden verschillende situaties geoefend met rollenspellen. Bijvoorbeeld: in een huiskamer staat de tv aan, de aanslagen in Parijs zijn net gebeurd. De moeder in het gezin zegt iets in de trant van: eigen schuld, dikke bult. Karima Sahla: „We gaan daarover met de moeders in gesprek. Gebeurt het wel eens in jouw huis dat er zo gesproken wordt? En ben je je bewust wat het effect is op je kinderen?” Ze vindt het tijd kritischer naar onze opvoeding te kijken.

Het kan ook andersom: stel dat het kind geweld goedkeurt, hoe ga je daarmee om? Als je als moeder die opvatting resoluut afwijst, hoor je niets meer. Beter is het gesprek aan te gaan, leren de moeders.

Het project is door het Rijksopleidingsinstituut Radicalisering (ROR) gecertificeerd. Het mag geen hobbyproject worden, zegt de Haagse ambtenaar die zich met radicalisering bezighoudt. „Er worden een hoop cursusjes en programmaatjes aangeboden die niet werken. Dit is breed getest en geëvalueerd.”

De hoop is dat de moeders de kennis verspreiden. En de vaders? Dat is inderdaad nog wel een puntje, zegt de ambtenaar. „Er zijn al vaders geweest die zich gemeld hebben en ook graag een training willen.” Daar moet de gemeente nog wat op verzinnen.