Moeder eet graag een bloemetje

Ze deed het. Ze deed het. Ze liet haar hand naar het vlijtig liesje naast haar in de vensterbank gaan, plukte er een verleidelijk rood bloemetje af en stopte het in haar mond. „Moeder”, zei ik. „Dat is niet om te eten, hoor.” Ze keek me niet-begrijpend aan, rustig doorkauwend, maar liet wel toe dat ik haar lippen van elkaar deed en als bij een baby de restanten naar buiten pulkte. „Dat is toch helemaal niet lekker”, zei ik.

Ze knikte. „Chocola is lekkerder.”

De verzorgsters hadden me gewaarschuwd, jaren geleden al, toen mijn moeder hier kwam wonen. Mensen die dementeren zien op zeker moment het verschil niet meer tussen wel en niet eetbaar, dus geen bloemen op de kamer. De inspectie heeft het verboden. De hortensia’s in de gezamenlijke huiskamer zijn van plastic.

Ik kon niet geloven dat het met mijn moeder zo ver zou komen, en al die jaren zette ik elke zaterdagochtend nieuwe bloemen voor haar neer. De verzorgsters vonden het goed, ze zagen hoe gezellig ze het vond: samen een mesje halen in de keuken (de la zit altijd op slot, inspectie), de stelen afsnijden, een vaas uitzoeken. Maar natuurlijk kwam het wel zo ver met mijn moeder en het zal nog veel verder gaan. Dementie reduceert je sluipenderwijs tot een zombie.

Vorige week schreef ik over het in leven houden van mensen die eigenlijk al dood zijn, waarna ik tientallen mailtjes ontving die bijna allemaal over euthanasie gingen. Ja, ja, maar hoe hadden we ons dat voorgesteld? Dat het dus niet neerkomt op moorden?

Die keer dat ik met mijn moeder bij de cardioloog zat, toen hebben we haar beste kans om deze tragedie te voorkomen laten lopen. Nieuwe hartklep, stelde hij voor. Ik zei dat mijn moeder een geschiedenis van depressies en doodswensen achter zich had en geestelijk al behoorlijk achteruitging. Was dit wel een goed idee? Geen reactie. „U zult zich fitter voelen”, zei hij tegen mijn moeder. „U kunt weer jaren mee.”

Dus kreeg ze die hartklep, plus het hele standaardpakket aan medicijnen waarmee de lichamen van haar generatie aan de praat worden gehouden. En nu ook pijnstillers en tranquillizers, in een vergeefse poging om het leven voor haar een beetje draaglijk te houden.

Het vloerkleed in mijn moeders kamer moest weg, ze zou erover kunnen vallen. Het kersenhouten tafeltje dat mijn ouders bij hun huwelijk kochten moet nu ook weg, ze zou zich kunnen stoten. Ik doe alsof ik het niet gehoord heb. En ’s zaterdags blijf ik bloemen brengen. Vlijtige liesjes zijn niet giftig, ik heb het opgezocht. En fresia’s ook niet. Daar houdt ze het meest van, ze zaten in haar trouwboeket.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus in de wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.