Kunst maken doet Lester vrijwel altijd met een groepje

‘We gooien je werk het raam uit.” „Je pikt mijn ziel.” Dat waren de niet mis te verstane reacties die de Belgische kunstenaar/psycholoog Els Cornelis, kreeg naar aanleiding van haar afstudeerwerk aan de Rietveld Academie dit jaar.

De installatie Bermuda van Gabriel Lester samen met Robertas Narkas, Lisa Rosenblatt, Freek Wambacq. Foto Cassander EeftinckSchattenkerk

‘We gooien je werk het raam uit.” „Je pikt mijn ziel.” Dat waren de niet mis te verstane reacties die de Belgische kunstenaar/psycholoog Els Cornelis, tegelijkertijd promovenda aan de universiteit van Leuven, kreeg naar aanleiding van haar afstudeerwerk aan de Rietveld Academie dit jaar. Cornelis – afstuderend aan de deeltijdopleiding – had werk van haar studiegenoten letterlijk gekopieerd en nagemaakt ‘in de geest van’. Die verzameling was haar afstudeerproject, waarmee ze belangrijke vragen stelde: wat betekent het auteurschap in tijden van reproductie, hoe autonoom is de kunstenaar, wat is de waarde van originaliteit?

Cornelis had perfect gepast binnen de tentoonstelling die de Nederlandse, maar ver over Nederlands grenzen heen bekende kunstenaar Gabriel Lester in de Appel in Amsterdam heeft gemaakt. Lesters expositie - gemaakt door oud-directeur Lorenzo Benedetti, maar geproduceerd door Lester zelf - heet een solo te zijn. En deels klopt dat. Want op Gabriel Lester’s Unresolved Extravaganza duikt werk van de kunstenaar op uit de afgelopen twintig jaar: van de vroegste videoregistraties van performances, die Lester samen met schrijver Diego Gutierrez als de gemaskerde avatar Carlos Amorales maakte, tot de grootse, fonkelnieuwe fata morgana Bermuda met kleurige vissenbakken, strijkijzers en sirenes.

Deels schept de naam solo vooral verwarring. Want de tentoonstelling bestaat vooral uit groepsprojecten. Lester is begonnen als (reclame)filmmaker voordat hij in de jaren negentig de overstap naar de beeldende kunst maakte. De democratische inslag van het filmmedium (wat is een goede regisseur zonder een goede editor en cameraman?) karakteriseert ook zijn beeldende werk. Het hierboven al genoemde Bermuda is een samenwerkingsverband met beeldhouwers Robertus Narkus, Freek Wambacq en schrijfster Lisa Rosenblatt. The French Horn, een associatieve wereldkaart uit 2016 die de lotgevallen van een zoekgeraakte Franse hoorn in een ruimtevullende installatie traceert, is een even complex conglomeraat van makers. Lester is maar één van velen.

Samenwerkingsverbanden in de kunst zijn geen noviteit. Maar weinigen werken zo consequent en creatief samen als Lester dat doet. Identiteit, lijkt hij te zeggen, doet er niet werkelijk toe in de kunst en is een voortdurend schuivend gebeuren. Want wat is het verschil tussen een project onder je eigen naam, onder pseudoniem (Lester maakt gebruik van vele avatars) of met en van vrienden? De hele expositie in de Appel is daarom doordrongen van meerdere identiteiten, die je normaal niet associeert met autonome kunst.

Om dat nog sterker te benadrukken bestaat de tentoonstelling ook uit werk van anderen. Job Floris van architectenbureau Monadnock bouwde op verzoek een Mussoliaans paleis voor wandelende takken. Maria Barnas schreef een tekst in braille over de briljante, blinde schrijver Borges. Boyong Kan smeedde een mooi sculptuurtje van elektrisch draad en het duo Cooking Sections maakte een verfijnde, en toch indrukwekkende geluidsinstallatie vol gegrom, getsjilp en gekwetter van bedreigde diersoorten op wie je als investeerder je geld kunt zetten.

Alles in de Appel ademt de vrije geest van Lester, en toch is het Lester niet zelf. Dat is goed als je bedenkt dat een naam toch eigenlijk geen verschil mag maken. Ook niet in de kunst.