Het kerkhof op zee wordt snel groter

Missing migrants project

Grotere maar nog steeds gammele boten, meer risico’s, langer onderweg op zee: dit jaar zijn al bijna drieduizend mensen omgekomen.

Foto Reuters

Dinsdagmorgen om vijf uur was weer zo’n vreselijk moment. Anderhalf uur eerder was een stip op de radar verschenen van de boot Responder van de Maltese hulporganisatie MOAS, dertig kilometer buiten de kust van Libië. Het blijkt een dobberende blauw-witte houten vissersboot volgepakt met mensen, overwegend uit Eritrea. Terwijl, aanvankelijk in het pikkedonker, de reddingswerkzaamheden beginnen, worden tussen de 360 bootvluchtelingen vier doden ontdekt, benedendeks, onder wie een jongen van een jaar of dertien. Waarschijnlijk gestikt; drie anderen die ook niet meer ademden kunnen nog net op tijd worden gered.

Het is nauwelijks nieuws meer. Net zo min als het gezin uit Aleppo, vader, moeder, kinderen van vier en zes, dat woensdagnacht verdronk bij het Griekse eiland Lesbos. Of de tien vrouwen die het twee weken geleden niet hadden gered toen de rubberboot waarop ze met een honderdtal anderen zaten, net ver buiten de Libische kust water begon te maken tussen twee meter hoge golven. Maar tel deze wekelijkse doden bij elkaar op, denk ook nog even aan die rampweek in mei toen in één week ongeveer duizend mensen omkwamen op de Middellandse Zee, en het beeld wordt dramatisch.

In de eerste zes maanden van dit jaar zijn 2.899 mensen op zee gestorven terwijl ze naar Europa probeerden te komen, voor ruim 85 procent op weg naar Italië. Dat zijn er ruim duizend meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Woensdagavond stond de teller van het Missing Migrants Project van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) alweer op 2.933. In heel 2015 waren er 3.770 doden, in 2014 3.279.

Waardoor zijn het er zo veel meer? „Er komen nu nauwelijks méér vluchtelingen naar Italië dan vorig jaar, dus daar zit het niet in”, zegt Peter van der Auweraert, coördinator voor de Europese vluchtelingencrisis bij de IOM, in een telefoongesprek vanuit Genève. „We denken dat het een combinatie van andere factoren is.”

Hij noemt er een paar. „Steeds vaker vertrekken schepen uit Egypte. Dan ben je langer onderweg en wordt de reis gevaarlijker.” Een andere factor: mensensmokkelaars zijn grotere boten gaan gebruiken, nog steeds nauwelijks zeewaardig – ook al omdat de controle op rubberboten is verscherpt, in ieder geval in Turkije. „Als zo’n boot met honderden mensen in de problemen komt, gaan de cijfers al snel de hoogte in.” Zoals op 25 mei, toen de Italiaanse marine machteloos vastlegde hoe een volgepakte boot met kapseisde en zonk: 250 doden.

Bovendien blijken mensensmokkelaars steeds gewetenlozer te werk te gaan. „Ze nemen steeds grotere risico’s”, zegt Van der Auweraert. Op 26 mei hadden mensensmokkelaars enkele honderden mensen geladen op een boot zonder motor die door een ander volgepakt schip werd gesleept. Dat ging fout. Toen de gesleepte boot water begon te maken, verbrak de kapitein van het schip met de motor de sleeplijn. Naar schatting 550 mensen verdronken, van wie velen benedendeks als ratten in de val zaten.

Via hun Libische contacten krijgt de IOM ook de indruk dat het businessmodel van mensensmokkelaars aan het veranderen is. „Het is nu nog een werkhypothese”, zegt Van der Auweraert.

„Maar vroeger betaalden mensen meestal de helft pas na aankomst. Er zijn signalen dat er nu meer van henzelf of hun familie afgetroggeld wordt, en dat ze alles vooraf moeten betalen. Dan hebben die mensensmokkelaars geen enkele reden meer om aan de veiligheid te denken.”

Van der Auweraert constateert op conferenties en fora dat de aandacht voor de rampen op zee van het publiek verflauwt, ook al stijgt het aantal doden. Het is al de zoveelste ramp. De Britse migratie-onderzoeker Nando Sigona zegt in een e-mail dat ook de politieke onverschilligheid groeit, omdat de meeste slachtoffers uit Afrika komen. „Door de route via de Egeïsche Zee af te sluiten en de Centraal-Mediterrane route niet langer beschikbaar te maken voor Syrische vluchtelingen – die nu vast worden gehouden in gebieden rondom Syrië – behandelen ze in feite degenen die over de Middellandse Zee reizen en daar sterven als tweederangs burgers, voor wie je minder hoeft te doen om ze te redden.”

Van der Auweraert ziet dat anders. Hij wijst erop het aantal Europese schepen dat patrouilleert, of dat nu in Navo-verband is of als onderdeel van de EU-operatie, sterk is gestegen.

„Ik zie dat als echte betrokkenheid bij search & rescue . Daar is zeker vooruitgang geboekt. Politici zijn misschien wat terughoudend om daar veel over te zeggen, omdat ze niet willen dat het een pull-factor wordt en omdat ze niet onder vuur willen komen van rechtse groepen.”