Duitsland wil militaire rol vergroten

Europese defensie

Zeker na de Brexit wordt Duitsland gezien als dé grootmacht in de EU. Ook in militair opzicht zijn de Duitsers bereid meer verantwoordelijkheid te nemen, blijkt uit de nieuwe veiligheidsstrategie.

De Duitse minister van Defensie Foto John MACDOUGALL/AFP

Duitsland wil, nu het steeds meer gezien wordt als de centrale macht in Europa, meer militaire verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid op het continent. „Ons economische en politieke gewicht verplicht ons daartoe”, aldus bondskanselier Angela Merkel. Duitsland is ook bereid om een leidende rol te spelen, maar alleen in samenspraak en samenwerking met zijn Europese en transatlantische partners, niet op eigen houtje.

Dat zijn de belangrijkste uitgangspunten van de nieuwe Duitse veiligheids- en defensiepolitiek. Woensdag presenteerde minister van Defensie Ursula von der Leyen hierover een zogeheten witboek, dat een dag eerder door het kabinet was goedgekeurd.

Aanvankelijk had het document al uitgebracht zullen worden vóór het Britse referendum over de Brexit. Maar op dringend Brits verzoek zag Berlijn daarvan af: gevreesd werd dat een aankondiging van grotere militaire ambities van Duitsland koren op de molen zou zijn van de voorstanders van Britse uittreding, die toch al vinden dat Duitsland te dominant is. Ook huiveren veel Britten bij het idee van een „gemeenschappelijke defensie-unie” – een Duits streven volgens het witboek, zij het voor de lange termijn (het wordt een ‘Fernziel’ genoemd).

De afgelopen decennia hebben de bondgenoten van Duitsland vaak geklaagd dat de Duitsers op militair terrein te weinig verantwoordelijkheid nemen, te weinig deelnemen aan internationale missies en áls ze meedoen, zoals in Afghanistan, het zware werk en geweld het liefst overlaten aan andere landen. Deze terughoudende Duitse opstelling is sterk bepaald door de geschiedenis van het land en met name de twee verwoestende wereldoorlogen die het in de 20ste eeuw heeft ontketend.

Gemakzuchtig verschuilen

Twee jaar geleden al werd een verandering in het Duitse politieke denken op dit punt in gang gezet door president Gauck. Hij verweet zijn landgenoten zich al te gemakzuchtig te verschuilen achter de historische schuld, en hij spoorde Duitsland aan meer te doen voor „de veiligheid waarvan het tientallen jaren dankzij anderen kon genieten”. Minister Von der Leyen (CDU) en haar collega van Buitenlandse Zaken Steinmeier (SPD) vielen de president toen bij.

Met de nu gepresenteerde uitgangspunten zet Berlijn weliswaar een stap in de richting van een minder terughoudende opstelling, maar voorlopig zijn het nog vooral goede voornemens. In de praktijk zal moeten blijken of, en hoe, regering, parlement en strijdkrachten er invulling aan geven. Het moderne Duitsland heeft nog altijd een veel minder sterke militaire cultuur dan Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

De laatste keer dat Duitsland zo’n langetermijnvisie voor zijn defensiepolitiek opstelde, was in 2006. Sindsdien is de veiligheidssituatie in Europa sterk veranderd en zijn de bedreigingen toegenomen – met de Russische annexatie van de Krim, de opkomst van Islamitische Staat en het terrorisme dat daarmee samenhangt, de vluchtelingenstroom en de ‘middelpuntvliedende krachten’ in de Europese Unie (het woord Brexit komt in het document niet voor).

Heette Rusland tien jaar geleden nog een strategische partner, nu stelt de Duitse regering: „Rusland wendt zich van het partnerschap met het Westen af, en legt de nadruk op strategische rivaliteit.” Zonder koerswijziging in Moskou, aldus het document, „zal Rusland gezien moeten worden als een uitdaging voor de veiligheid op ons continent”.

Het witboek komt voort uit het besef dat Duitsland in deze onrustige tijd als Europese grootmacht een actievere rol moet spelen bij het verdedigen van vrede, vrijheid en democratie op het continent. En dat daarvoor een trendbreuk nodig is, want voordat Duitsland een actievere militaire rol kan spelen, is eerst een modernisering van de Duitse strijdkrachten onontbeerlijk.

Pas vijf jaar geleden heeft Duitsland de dienstplicht opgeschort. Het kost de Bundeswehr nu grote moeite om voldoende personeel te rekruteren. Dus Von der Leyen kan wel ambitieus aankondigen 7.000 extra militairen te gaan werven, maar onduidelijk is of dat haar zal lukken.

Tegen die achtergrond moet vermoedelijk de opmerkelijke passage worden gelezen over de mogelijkheid om het Duitse leger open te stellen voor burgers van andere EU-landen. Het is de vraag of EU-lidstaten als Roemenië en Bulgarije blij zullen zijn als Duitsland met aantrekkelijke financiële aanbiedingen onder hun burgers militairen gaat werven.