Compensatie joodse erfpacht naar gemeenschap

D66 had gepleit voor individuele betaling, maar dat is volgens de andere partijen niet wenselijk.

De Stopera in Amsterdam. ANP/LEX VAN LIESHOUT

De tien miljoen euro waarmee de gemeente Amsterdam joodse erfpachtbetalers zal compenseren, gaat naar de joodse gemeenschap en niet naar individuele gedupeerden of nabestaanden. Daar heeft de gemeenteraad vanavond mee ingestemd. Een amendement van D66 om een nieuw op te richten stichting over individuele compensatie te laten beslissen, werd door geen enkele partij gesteund. Zij riepen D66 allen op het amendement in te trekken.

Twitter avatar DilanYesilgoz Dilan Yeşilgöz De fractievoorzitters van CDA,VVD,PvdA,SP en GL scharen zich achter de voordracht van de BM https://t.co/3thAUV0WRr

Over de besteding van de tien miljoen euro was onenigheid ontstaan. Joodse organisaties als het Centraal Joods Overleg vonden dat slachtoffers of nabestaanden wel de mogelijkheid moesten krijgen individueel aanspraak te maken op teruggave. Ook waren sommigen het niet eens met de geopperde projecten waaraan het geld besteed zou kunnen worden: het Namenmonument en het Shoah Museum.

Lees ook het opiniestuk van D66-fractievoorzitter Jan Paternotte: Geef Joodse erfpachters in oorlogstijd kans op restitutie

De joodse ‘erfpachtkwestie’ draait om niet betaalde erfpacht waarvoor joodse Amsterdammers die ondergedoken zaten of naar kampen waren weggevoerd, na de Tweede Wereldoorlog alsnog door de gemeente werden aangeslagen. Soms kregen ze ook nog een boete. In 2013 besloot Amsterdam tot terugbetaling aan gedupeerden of nabestaanden die de boete hadden betaald. Hiervoor diende een lijst met verzoeken tot kwijtschelding van die boete uit 1948 als basis.

Bij de betaalde canon zat de gemeente juridisch gezien niet fout, maar het gaat om geld dat de gemeente liever niet heeft. Volgens schattingen van het NIOD, dat vorig jaar een uitgebreid onderzoek publiceerde over de gebeurtenissen, ontving Amsterdam tussen de vijf en tien miljoen euro aan erfpacht van na de oorlog teruggekeerde joodse Amsterdammers. Het stadsbestuur besloot daarom tien miljoen euro te betalen aan de joodse gemeenschap – en niet aan individuele betrokkenen. Het gaat namelijk om een “gebaar”, niet om restitutie, zo legde burgemeester Van der Laan (PvdA) zijn beweegredenen vanavond nog eens uit.

“Je hoeft niet te restitueren, je kunt niet restitueren en je zou het ook niet moeten willen.”

Volgens het stadsbestuur is het vrijwel onmogelijk te achterhalen wie precies recht zouden hebben op een terugbetaling. Documenten ontbreken en niet alle erfpachters zijn te achterhalen. Bovendien heeft het Rijk in 2001 de joodse gemeenschap gecompenseerd met de Maror-gelden namens alle overheden. En tot slot, zegt het stadsbestuur, is het onwenselijk als mensen 71 jaar na dato oorlogsomstandigheden moeten uitdiepen en moeten zoeken naar bonnen en bewijs dat er mogelijk niet is.

Alle partijen, behalve D66, schaarden zich vanavond achter die redenering. Zo zei Marja Ruigrok van de VVD:

“Dit is een poging alle joodse erfpachters tegemoet te komen, en niet alleen zij die bewijs daarvoor hebben.”

De stichting is geheel vrij in welke projecten met het geld worden gefinancierd, zo benadrukte Van der Laan.