Brussel en Italië stevenen af op compromis over banken

Italiaanse banken

De problemen van de bankensector in Italië zijn onmiskenbaar. Maar de risico’s van een harde lijn jegens Rome ook.

Vestiging van de Italiaanse bank Monte dei Paschi di Siena in Sienna. Foto Alessia Pierdomenico/Bloomberg

Een bankencrisis in Italië? Ik zie het niet, zei de Duitse minister van Financiën Schäuble dinsdag in Brussel. Ook bondskanselier Merkel, in Berlijn, was niet ongerust. Rome en Brussel komen er wel uit, zei ze. „In het algemeen zie ik zich geen crises ontwikkelen.”

Lang niet alle beleggers en analisten zien dat zo. De Italiaanse bankensector worstelt onmiskenbaar met grote problemen. De banken hebben drie keer zo veel slechte leningen als gemiddeld in de EU. De bedrijfsvoering is sterk voor verbetering vatbaar. Er zijn, met de groei van elektronisch bankieren, veel meer filialen dan nodig is.

Bovendien, zei Guido Rosa, voorzitter van de associatie van buitenlandse banken, tegen de Corriere della Sera zijn er relatief veel kleine banken. En iedere bank, groot of klein, staat voor de gestegen kosten die de intensievere controles door toezichthouders en het voldoen aan de regels tegen witwassen met zich meebrengen. Dat is voor kleine banken „op termijn niet haalbaar”.

Rome overlegt nu met Brussel over de vraag of en hoe overheidssteun mogelijk is onder de strengere EU-regels die sinds januari gelden. Twee zaken hebben de problemen op scherp gezet. Het aantal slechte leningen is door de lange recessie en kwakkelende economie sterk gestegen: nu gaat het om 360 miljard euro, twee keer zo veel als in 2011. Vier kleine regionale banken zijn vorig jaar ingestort, twee andere banken moesten dit voorjaar door het inderhaast opgerichte noodfonds Atlante (Atlas), door de sector zelf gefinancierd, worden gered. En door de Brexit zijn beleggers preciezer gaan kijken naar zwakke plekken in de EU. De Italiaanse banken waren dit jaar al fors gedaald op de beurs; de keuze van de Britten om uit de EU te stappen betekende een extra schok. Dat het IMF dinsdag de toch al matige groeiverwachtingen voor Italië naar beneden bijstelde, naar minder dan 1 procent dit jaar en 1 procent volgend jaar, helpt evenmin.

47 miljard aan slechte leningen

Toch zei minister van Economie Padoan dinsdag na de Ecofin, de bijeenkomst van ministers van Financiën van de EU-lidstaten, dat het in Italië om „geïsoleerde” problemen gaat – waarbij van Italiaanse zijde steevast wordt opgemerkt dat banken in andere landen grotere problemen hebben (denk aan Deutsche Bank met ongezond veel derivaten).

Het meest acute probleem in Italië is de Monte dei Paschi di Siena (MPS). Deze bank, traditioneel een machtscentrum van links, heeft een waarschuwing gekregen van de Europese centrale bank. De slechte leningen, vorig jaar 47 miljard euro, 35 procent van alle uitstaande leningen, zouden in drie jaar tijd terug moeten naar 33 miljard.

MPS en mogelijk andere banken hebben een kapitaalinjectie nodig. Volgens de nieuwe EU-regels mag dat alleen met overheidsgeld als schuldeisers (houders van aandelen en obligaties en rekeninghouders met meer dan de gegarandeerde 100.000 euro) een deel van de pijn dragen. Mede omdat Italiaanse banken goedgelovige klanten met onvolledige informatie aandelen en achtergestelde obligaties hebben aangesmeerd, wil Rome voorkomen dat kleinere particuliere spaarders en ondernemers opnieuw de dupe worden, zoals bij de zes regionale banken die in de problemen raakten.

Twee belangen botsen hier. Als Rome de nieuwe regels aan zijn laars lapt, kunnen andere landen dat ook gaan doen. Italië heeft zijn kans gehad, is het argument. Premier Renzi geeft dat ronduit toe. „In Italië hadden we misschien moeten doen, in 2011 en 2012, wat Angela Merkel heeft gedaan, die 247 miljard in de Duitse banken heeft gestopt”, zei hij maandag tegen de Corriere. Dat is toen niet gebeurd „uit politieke overwegingen” – lees: Italië kon het zich in de schuldencrisis wegens de enorme staatsschuld niet permitteren zoveel geld uit te geven aan de banken.

Rome beroept zich nu op een niet eerder toegepaste EU-bepaling dat overheidssteun in uitzonderlijke onvoorziene omstandigheden toelaatbaar is. De Brexit ís zo’n gebeurtenis, stelt Rome.

Op de achtergrond speelt een ander belang: politieke stabiliteit in Italië. Voor oktober staat in Italië een referendum over politieke hervormingen gepland. Premier Renzi heeft in een vlaag van overmoed zijn politieke voortbestaan daaraan verbonden, waardoor zijn critici, ook die in zijn eigen partij, hun kans ruiken. Als Renzi zou vallen, ook omdat boze aandeelhouders in banken hun geld kwijt zijn, heeft de populistische en eurosceptische Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo de beste papieren om de macht over te nemen. Die beweging wil onder andere een referendum over uittreding van Italië uit de eurozone: een scenario dat in de ogen van velen zwarter is dan dat van een Brexit.