Beschermd tegen risico’s en goede bedoelingen

Asiel

In Crailo nam het COA het roer over. De vrijwilligers merken dat. „Vluchtelingen worden niet van jou.”

Noodopvang Crailo in Laren werd op 1 mei door het COA overgenomen. Het nieuwe beleid leidde tot wrijving met vrijwilligers. Zo mocht een geplande bijeenkomst met omwonenden niet doorgaan. Foto’s Olivier Middendorp

Het interieur in de asielopvang van Crailo is strakker en eenvormiger dan een paar maanden geleden. Toen bestond het meubilair uit bij elkaar gescharrelde banken, tafels, stoelen en kasten. Nu staan er in elke wit geverfde kamer identieke metalen stapelbedden met brandwerende matrassen en kussens. Naast elk bed staat een smalle, metalen kast met twee deuren en een hangslot. Alleen de bankstellen en vloerkleedjes zijn gebleven. Locatiemanager Angela Fine: „Na overleg met de brandweer hebben we die gedoogd.”

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) heeft op 1 mei de noodopvang Crailo (gemeente Laren) overgenomen van het Leger des Heils. En dat is wennen. Voor de bewoners, maar ook voor de vele vrijwilligers die uit de omgeving komen – Bussum, Laren, Hilversum. Het Leger des Heils runde de tent samen met hen. Het was toen nog noodopvang. Pragmatisme en inventiviteit stonden voorop. Dat kon ook niet anders: Crailo, een voormalig asielzoekerscentrum, stond al jaren leeg. Er was niets. Vrijwilligers en het Leger regelden samen fietsen voor de vluchtelingen, ze loodsten bankstellen en andere inboedel de kamers binnen, tikten gebruikte laptops op de kop. Alles om de vluchteling zich beter thuis te doen voelen.

Nu het COA er zit, is die vrije pioniersrol voor vrijwilligers uitgespeeld.

We zijn een grote organisatie, zegt Caroline van Dullemen, landelijk perswoordvoerder van het COA. In heel Nederland zijn 60.000 vrijwilligers voor de 40.000 asielzoekers die we momenteel opvangen, zegt ze. „Daar zijn we heel blij mee, maar dat moet je goed regelen.” Zo kunnen vrijwilligers niet zomaar een activiteit organiseren op een terrein van het COA. Je móét het overzicht houden, zegt ook Angela Fine. Zodat je weet wie er zoal het terrein komt oplopen.

Bezoekerslijst

Dat COA-beleid leidde hier op Crailo een paar weken geleden tot wrijving. De vrijwilligers hadden een ontmoetingsbijeenkomst geregeld voor omwonenden die kennis wilden maken met de vluchtelingen. Vrijwilligers hadden posters opgehangen, bewoners geïnformeerd – en een mededeling gedaan op een besloten Facebookpagina. Maar een bezoekerslijst ontbrak. En de vrijwilligers hadden, zegt Angela Fine, geen toestemming gevraagd aan haar, de locatiemanager. En het COA vindt: geen feest op COA-terrein zonder bezoekerslijst en toestemming van bovenaf.

Maar de posters dan die overal hingen? Angela Fine: „Die heb ik niet gezien. Het hangt vol met posters op de prikborden. Joh, ik word helemaal in beslag genomen door de basale dingen. Garanderen van de brandveiligheid, zorgen dat iedereen een bed en eten heeft. Ik kan niet óók nog in de gaten houden wat 120 vrijwilligers doen.”

Waarom is zo’n bezoekerslijst nodig? „Niet iedereen heeft goede bedoelingen”, zegt Fine. „En los daarvan: mensen uitnodigen via Facebook kan zo uit de hand lopen. Denk maar aan de project-X-rellen in Haren.”

Het COA weerde de bijeenkomst van zijn terrein. Als compromis mochten de vrijwilligers en omwonenden samenkomen op de parkeerplaats pal voor de ingang van Crailo. Uit coulance, zegt Angela Fine, „want het COA had ook de politie kunnen inschakelen”.

Klinisch

De vrijwilligers voelden zich niet serieus genomen. „Het lijkt wel alsof het COA vrijwilligers zo ver mogelijk van de bewoners vandaan wil houden”, zegt IT’er Jan Hardeman, vrijwilliger van het eerste uur. „Er waren veel vrijwilligers die allemaal de drive hadden om de opvang zo menselijk mogelijk te maken. Sinds het COA er is, hebben de meesten er geen zin meer in. De gangen in het gebouw van Crailo zijn meestal uitgestorven, de levendigheid is eruit. Het is een klinische inrichting geworden, waar rust, reinheid en procedures de boventoon voeren.”

Het verbaast hem dat het COA geen gebruik maakt van de kennis en infrastructuur die de vrijwilligers hebben opgebouwd. „Zij komen net aan, wij zitten er al maanden.”

Het is people business, zegt interim-manager en marketeer Jolinde Segeren, ook vanaf het begin bij Crailo betrokken als vrijwilliger. „Als je medewerkers alleen maar kunnen verwijzen naar protocollen en opdrachten van hogerhand, is de lol er snel af. Het kan echt anders. Ik heb zelf vaak grote teams aangestuurd. Als ik dit zie, jeuken mijn handen.”

„Vrijwilligers”, zegt Angela Fine, „oefenen soms te veel druk uit op asielzoekers. Als ze een activiteit organiseren, gaan ze alle deuren langs om mensen op te trommelen. Maar asielzoekers moeten zich ook kunnen terugtrekken hier. Als ik na een lange werkdag verstek laat gaan op mijn sportclub, zou ik het ook vervelend vinden als mijn instructeur op mijn deur zou kloppen. Het gebeurt uit goede bedoelingen, hoor. Maar daar heb ik de mensen hier tegen te beschermen.”

Het COA is bezig Crailo om te vormen van noodopvang naar asielzoekerscentrum. Dat gebeurt grondig. Gebouwen worden verbouwd en klaargemaakt om meer mensen te herbergen. Nu verblijven hier zo’n vijftig asielzoekers. Dat worden er binnenkort driehonderd, en daarna, mogelijk later dit jaar al, zeshonderd.

Risico’s

Over hun veiligheid en welzijn gaat Angela Fine. Die verantwoordelijkheid voelt zij sterk, valt op als je haar beluistert. „Vrijwel alle vrijwilligers hebben goede bedoelingen, maar je moet er niet aan denken dat een meisje uit het azc nietsvermoedend in de auto stapt bij die ene man met minder fijne plannen.” En: „De vuurlast in een kamer moet niet te hoog zijn. Als het misloopt met een sigaret, stuur je je medewerkers een vuurzee in.”

Kortom: risico’s zijn er om te detecteren en subiet uit te sluiten.

Vrijwilligers op Crailo hebben sinds het aantreden van het COA een Verklaring Omtrent het Gedrag nodig. En ze moeten een gedragscode ondertekenen.

COA-woordvoerder Caroline van Dullemen: „De vrijwilligers moeten wennen aan gedragsregels. Maar het dient ook ergens toe. Het garandeert de leefbaarheid, veiligheid en privacy op de locatie en daar is het COA verantwoordelijk voor. Sommige vrijwilligers kunnen te ver gaan. Die foeteren op asielzoekers die niet naar Nederlandse les komen. Of ze trekken bepaalde vluchtelingen met wie ze een goede relatie hebben voor. Dat zorgt bij anderen dan weer voor onrust of afgunst.”

Angela Fine: „Vluchtelingen worden niet van jou. Het is afstand en nabijheid.”