Welke Brexit wil premier May?

De Britse Conservatieve Partij koppelt een fascinerend talent om zich in de nesten te werken aan nuchtere pragmatiek als het weer eens zover is. De snelle benoeming van Theresa May, die vandaag haar intrek neemt in 10 Downing Street, is een voorbeeld van het laatste.

Na het onverwachte terugtreden van haar laatste rivaal voor het partijleiderschap, maandag, schoof David Cameron meteen zijn minister van Binnenlandse Zaken naar voren als premier. Zo hoeft de opvolgingsstrijd gelukkig niet tot september te duren.

Het stuurloze en verdeelde land is sinds de Brexit-stem op 23 juni en de economische naschokken toe aan een periode van stabiliteit. De nieuw te formeren regering-May kan nu bedenken hoe ze het vertrek uit de Europese Unie vorm wil geven.

May (59), een gematigd euroscepticus die bij de campagnes tegen vertrek uit de Unie was, heeft gezegd een premier te willen zijn voor alle Britten. Vooralsnog is ze in deze positie dankzij 199 Conservatieve parlementariërs die aan haar de voorkeur gaven boven andere kandidaten. Zelfs de 150.000 leden van de Conservatieve Partij, die schriftelijk zouden stemmen in de slotronde, zijn niet gehoord. Welk mandaat de 76ste premier heeft van het volk of zelfs maar van het wijdere parlement voor een deal met Brussel blijft een open vraag.

Het land heeft gestemd voor vertrek, maar het ‘in/uit’-referendum liet geen ruimte voor de vraag welke relatie de Britten dan wel met de EU en de wijdere wereld gedacht hadden.

Het zou even fascinerend als nuttig zijn geweest als de twee laatste kandidaten in openbare debatten hadden kunnen strijden over de belangrijkste vraag: waar ligt de balans tussen tussen vrijhandel en het stellen van grenzen aan immigratie, het onderwerp dat de Brexit-stem heeft beslecht. Want intussen is duidelijk dat het door de vertrokken Brexit-voorman Boris Johnson beleden standpunt – „My policy on cake is pro having it and pro eating it” – niet tot de mogelijkheden behoort. Als de Britten volledige toegang willen houden tot de gemeenschappelijke markt kan dat niet zonder de grenzen open te houden voor werknemers uit andere EU-landen.

Over die kwestie bestaat in het hele land nog steeds veel onvrede én onbegrip. Door May’s snelle benoeming is de Britten zo’n ideeënstrijd over de verschillende smaken Brexit ontnomen. Het zou verstandig zijn als May alsnog een manier vindt om die discussie in de openbaarheid te voeren alvorens onderhandelingen te beginnen.

Haar voornemen om in elk geval niet vóór begin volgend jaar de zogeheten Artikel 50-procedure te beginnen is daarom begrijpelijk, mits ze Brussel niet eindeloos in onzekerheid laat.