Pokémonvoorspellingen en taakstraf

Deze week liep ik in een park waar het ongewoon druk was. Tientallen jongeren liepen er rond in kleine groepjes en allemaal met hun mobiele telefoon in de aanslag. Zij scanden de omgeving met hun telefoon, op zoek naar virtuele figuurtjes die bekendstaan als Pokémons. Via de app Pokémon GO zijn die figuurtjes nu in de buitenwereld te vinden, vandaar.

Sommige taalkundige verschijnselen laten zich makkelijk voorspellen: de komende weken of maanden zullen er nieuwe samenstellingen met Pokémon opduiken. Ik denk aan Pokémonrage, Pokémonhype, Pokémonbotsing, Pokémonongeluk, Pokémonslachtoffer, Pokémonwaarschuwing, enzovoorts. Uiteindelijk zal het wel eindigen met Pokémonmoeheid of Pokémon-GO-moeheid, want hypes zijn nu eenmaal tijdelijk.

Het bijzondere is dat Pokémon al eerder een hype was, eind jaren negentig. Je kon het spelen op een Game Boy, er verschenen Pokémonkaartspelen en Pokémonanimatiefilms – kortom, er zijn toen al nieuwe Pokémonsamenstellingen ontstaan.

Dat daar niks van in woordenboeken te vinden is, komt doordat Pokémon een merknaam is. Woordenboekenmakers zijn terughoudend met het opnemen van samenstellingen en afleidingen van merknamen, uit angst voor rechtszaken. Zo staat er in de Dikke Van Dale bij googelen, dat te algemeen was om te negeren, met kapitale letters ‘MERK’. Terwijl het taalkundig gezien nogal dubieus is om het werkwoord googelen een merk te noemen. In feite gaat het slechts, zoals Van Dale eveneens vermeldt, om een afleiding van een merknaam, maar om juridische kwesties te voorkomen is er MERK bijgezet.

Een andere actualiteit leidde tot een vraag over de ouderdom van het woord taakstraf. De aanleiding zal bekend zijn: hoewel de rechter het bewezen acht dat de Roermondse politicus en bestuurder Jos van Rey zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie, krijgt hij geen gevangenisstraf van twee jaar maar een taakstraf van 240 uur.

Dankzij Jos van Rey heb ik het woord vastgoedbeurs leren kennen. Tevens heb ik van hem geleerd dat het volstrekt normaal is voor Nederlandse politici en bestuurders om dergelijke beurzen samen met een bevriende aannemer te bezoeken, waarbij de aannemer een deel van de kosten of alle kosten op zich neemt. Zelden heb ik iemand gezien die, om zijn onschuld te bewijzen, met zoveel aplomb dingen beweert waarvan de gemiddelde Nederlandse televisiekijker denkt: dat kán gewoon niet waar zijn.

Kennelijk kon Van Rey zijn volledige onschuld niet hardmaken, vandaar die taakstraf. Van Dale kent 36 samenstellingen met -straf, met als opmerkelijkste: hellestraf, kerkstraf, knoetstraf, kruiwagenstraf, schandstraf, shariastraf en weekendstraf.

Taakstraf is een relatief jong woord. Het is, voor zover mij bekend, in 1992 verzonnen door Aad Kosto. In april 1993 zei minister van Justitie Hirsch Ballin in de Eerste Kamer: „De staatssecretaris van Justitie, collega Kosto, heeft een tijdje geleden in een toespraak (…) afscheid genomen van de aanduiding van de manier, waarop wij het gat proberen te vullen tussen de gevangenisstraf en de geldboete, als alternatieve sanctie. Hij heeft toen daarvoor de aanduiding taakstraf geïntroduceerd. Ik was daar zeer gelukkig mee. Ik heb die aanduiding ook overgenomen.”

Als het klopt dat Aad Kosto het woord taakstraf heeft bedacht, dan zou dat in de woordenboeken moeten worden vastgelegd.