‘Jouw kind is heus geen Messi, gedraag je daarnaar’

Sport Betrokkenheid van ouders bij hun sportende kinderen is leuk. Tot ze juridische pleidooien naar de club mailen, of de kleedkamer verbouwen.

Foto Bram Budel

Waar het seizoen stopt voor sporters, begint voor veel vrijwilligers bij sportverenigingen juist een zware periode. Zij zijn de afgelopen weken bezig geweest met het beoordelen van spelers, het organiseren van extra selectiedagen en met beslissen: wie komt er in welk team? Niet voor alle kinderen is plaats in een selectieteam, en niet iedereen komt bij zijn beste vriendjes.

Wie denkt dat dit alleen voor kinderen een stressvolle periode is, zit ernaast.

Ongeveer de helft van alle sportverenigingen draait volledig op vrijwilligers, blijkt uit cijfers van het Mulier Instituut, dat sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek doet. De overige helft van de – vooral grotere – clubs heeft iemand in dienst of spelers die een vrijwilligersbijdrage krijgen. Die bijdrage gaat vaak naar spelers in seniorenselectieteams.

Ouders krijgen zelden een bijdrage. Ruim een miljoen Nederlanders zijn als vrijwilliger actief bij een of meer van de ruim 27.000 sportverenigingen die Nederland telt.

Maar één op de drie verenigingen zegt „genoeg” vrijwilligers te hebben. De rest is vrijwel continu op zoek naar nieuwe aanwas om het bestand op peil te houden of heeft zelfs een structureel tekort.

De druk op de vrijwilligers die zich inzetten is soms groot, vooral als de betrokkenheid van ouders doorslaat naar intensieve bemoeienis of veeleisendheid. Een jonge trainer/technisch commissaris, een voetbalbestuurder en een kinderpsycholoog (en moeder) vertellen over de spanningen tussen clubs en ouders. Met sportende kinderen er tussenin.

Bestuurder bij voetbalclub Westlandia Geo van der Wilk merkt dat zelfs kinderen soms genoeg hebben van de bemoeienis van hun ouders.

„Op de velden hoor ik steeds vaker: ‘Hou nou eens je mond, pa’.”

‘Vijf minuten nadat de indeling online stond, belde de eerste ouder’

 Bram Budel

Foto Bram Budel

„Ouders weten vaak niet hoe zwaar het werk van een vrijwilliger is. De afgelopen weken heb ik, samen met anderen, de teams samengesteld voor komend jaar. Toen dat klaar was, bereidde ik me alvast voor op de ouders die het niet met de indeling eens zouden zijn.

„Nog geen vijf minuten nadat de indeling online stond, had ik de eerste ouder aan de lijn. ‘Waarom zit Pietje niet bij Henkie? Dit vindt mijn kind niet leuk.’ Dat ging twee dagen door. Er kwamen meer dan dertig belletjes, mailtjes en whatsappjes binnen.

„Deze functie werd vorig jaar vervuld door drie man, afgelopen jaar begonnen we met vijf, maar ik bleef uiteindelijk alleen over. Het is zwaar, je bent er meerdere dagen in de week mee bezig.

„Bemoeienis van ouders begint bij ons halverwege het seizoen als de spelers geëvalueerd worden. Dat doen we aan de hand van een volgsysteem. We leggen de ontwikkeling van spelers vast om discussie te voorkomen.

„Zo’n systeem is mooi, maar levert ook weer vragen op. De kritiek is dan dat coaches het systeem niet objectief invullen.

„Ouders trekken ook bij mij aan de bel als een andere speler vaak te laat is. En dan gaat het soms niet eens over een selectiespeler. Of de trainingen zijn niet intensief genoeg, hun kind kan meer.

Waarom zit Pietje niet bij Henkie? Dit vindt mijn kind niet leuk.

„Ik kan me goed voorstellen dat vrijwilligers ermee stoppen. Er blijven ouders ontevreden en ik moet soms kinderen teleurstellen, dat doet me heel veel. Maar ik haal ook enorme voldoening uit mijn werk. Ik zie kinderen groeien en plezier hebben.”

‘Veel onvrede wordt geuit via de mail of whatsapp’

 Bram Budel

Foto Bram Budel

„Betrokkenheid is goed, maar niet alle ouders uiten dat even constructief.

„Coaches vinden het lastig om met mondige ouders om te gaan en ouders zijn zich vaak niet bewust van de impact van hun gedrag op hun kind. Alles wat wij langs de lijn doen, besmet wat er op het veld gebeurt.

„Kinderen vinden het vervelend dat ouders commentaar hebben en negatieve dingen roepen. Ouders moeten geen aanwijzingen geven: dat doet de coach. Je brengt kinderen in een loyaliteitsconflict: heeft de coach gelijk of papa en naar wie luister ik? Het zorgt allemaal voor minder spelplezier. Ouders mogen van getalenteerde kinderen best vragen het uiterste uit zichzelf te halen, maar zonder plezier kun je niet presteren.

„Je ziet het ook misgaan in de communicatie tussen ouders en sportclub. Veel onvrede wordt geuit via de mail of Whatsapp. Juristen of advocaten komen soms met een heel schriftelijk pleidooi als ze het met beslissingen niet eens zijn. Communiceer face to face, zou ik zeggen. Op een scherm komen dingen anders over. Het helpt als verenigingen op hun beurt transparant zijn en uitleggen hoe beslissingen tot stand komen.

Je brengt kinderen in een loyaliteitsconflict: heeft de coach gelijk of papa en naar wie luister ik?

„Verenigingen moeten ouders duidelijk maken wat de cultuur en afspraken zijn op een club. Ouders denken soms: ik betaal contributie en breng mijn kind naar de hockey, dan mogen we er ook wat van vinden. Ze weten soms niet eens dat er vrijwilligers werken, laat staan wat ze allemaal doen. Een ouderavond, waar dat uitgelegd wordt, werkt dan goed.”

‘Ga zelf eens wat doen, zeg ik tegen mopperende ouders’

 Bram Budel

Foto Bram Budel

„Toen ik zelf nog op het veld stond – dat is even geleden – zag je bijna geen ouders langs de lijn. Ouders die verhaal kwamen halen als hun kind gewisseld werd, waren er al helemaal niet. Dat is doorgeslagen naar te veel bemoeienis. Al zien de ouders dat zelf niet.

„Iedereen denkt dat hij de nieuwe Messi op aarde heeft gezet. Er gebeurt daardoor wekelijks wel iets in de categorie ‘betrokken ouders’.

„Vorig seizoen werd een jeugdspeler gewisseld, die teleurgesteld naar de kleedkamer liep, gevolgd door zijn net zo teleurgestelde vader. Ze waren het niet eens met de beslissing en hebben de kleedkamer verbouwd. Die hebben we toen geschorst.

„Er zijn dus best wel wat ouders die, laat ik het maar zo stellen, bijzonder betrokken zijn en het beste voor hun kind willen. Terecht, maar objectief zijn ze vaak niet. Zij identificeren zich met hun kind en ontlenen er status aan. Trainers zijn wel objectief, daar leiden wij ze voor op.

„Wij organiseren gesprekken met jeugdspelers én ouders als er iets is, of als het kind buiten de selectie valt. Om toe te lichten hoe wij tot een besluit zijn gekomen. Dat werkt meestal.

„De komst van een speler van buiten roept vaak discussie op. Daardoor valt een ander kind af. Dat levert vaak veel discussie op, maar wij willen de beste selectiespelers. Ouders gaan dan met hun kind kijken of het gras groener is bij een andere club. Dat is hun goed recht.

Messi loopt bij ons niet rond, de Champions League gaan ze niet meer halen. Gedraag je daar als ouder ook naar.

„De ouders die het meest betrokken zijn bij hun kind, zijn dat niet altijd bij de club. Het zijn niet de mensen die uitblinken in vrijwilligerswerk. Ze mopperen over wat niet goed geregeld is en denken alleen maar aan hun kind. Ga zelf eens wat doen, zeg ik dan.

„Zelfs kinderen zijn het soms zat. Op de velden hoor ik steeds vaker: ‘Hou nou eens je mond, pa’.

„De echte talentjes worden er op jonge leeftijd al uitgevist. Messi loopt bij ons niet rond, de Champions League gaan ze niet meer halen. Gedraag je daar als ouder ook naar. Het gaat om het plezier van je kind.”