Een van de helden van het Rijksmuseum

Simon Levie (1925-2016) Kunsthistoricus

De oud-directeur van het Rijks was een connaisseur die in vervoering raakte van kunst.

Het marmeren borstbeeld dat voor zijn afscheid werd gemaakt, staat in Lelystad te verstoffen in het depot van het Rijksmuseum. Maar dat komt, zegt Wim Pijbes, de kersverse directeur van museum Voorlinden in Wassenaar, omdat Nederland geen traditie kent van eregalerijen met bustes van illustere bestuurders. De dinsdag op 91-jarige leeftijd overleden Simon Levie, net als Pijbes oud-directeur van het Rijksmuseum Amsterdam, is volgens hem „een van de helden van het museum”.

De kunsthistoricus Simon Hijman Levie was directeur van het Rijksmuseum van 1975 tot 1989. Hij loodste het museum ongeschonden door jaren van ernstige bezuinigingen in de kunstsector. De zestig academici in het museum bleven dankzij Levie aan het werk, zegt Henk van Os, de opvolger van Levie in het Rijks.

Van Os, die dik bevriend raakte met zijn voorganger, bezocht Levie drie weken geleden nog. „Zijn vrouw waarschuwde me dat Simon bezoekers vaak niet meer herkende. Maar toen ik binnenkwam rees hij op uit zijn stoel, omhelsde me en zei ‘Ha, Henk’.”

Een half jaar lang deelde Van Os in het museum een kamer met Levie, die hem inwerkte. „Toen zag ik hoe stevig Simon de gevechten met het ministerie aanging en het museum verdedigde.”

Als twintigjarige overleefde Levie het concentratiekamp Bergen-Belsen. Hij studeerde kunstgeschiedenis in Italië en promoveerde in Bazel op het werk van de Italiaanse kunstenaar Daniele Ricciarelli da Volterra. Levie was een van de oprichters van het Rembrandt Research Project en leidde ook het Amsterdams Historisch Museum.

Van Os en Pijbes omschrijven Levie als een connaisseur. „Een Van Goyen in perfecte staat, daar kon Simon van in vervoering raken”, zegt Van Os.

Levie heeft de pech gehad dat hij tijdens zijn directoraat een aantal grote problemen op zijn weg kreeg, zegt Pijbes. „Niet alleen straffe bezuinigingen, maar ook kunstenaars die de Nachtwachtzaal bezetten, de beschadiging van de Nachtwacht en ook werd een uitgeleend schilderij van Vermeer gestolen. Maar de wijze waarop hij grote problemen oploste was voorbeeldig. Vooral de wijze waarop hij het museum langs Haagse perikelen stuurde was bijzonder.”

Zijn betrokkenheid bij het museum bleef groot, zegt Pijbes. Levie belde vaak op en bij belangrijke tentoonstellingen was hij present. Pijbes: „Oud-directeur van het Rijksmuseum ben je voor het leven. De afgelopen jaren heeft Levie dikwijls laten weten hoe blij hij was dat het museum weer open was.”

Kunsthandelaar Bob Haboldt herinnert zich hoe Levie tot voor kort als lid van de vetting committee schilderijen bleef keuren op de Maastrichtse kunstbeurs Tefaf. „Een aardige en buitengewoon vriendelijke man en een groot liefhebber. Hij adviseerde een van de grootste Nederlandse privé-verzamelaars, Eyck de Mol van Otterloo. Als hij voor hem een schilderij beoordeelde schreef hij daar met de hand rapporten over, vele A-viertjes lang.”