Een overdosis spruitjesgeur

Toen ik in 2008 in de Verenigde Staten studeerde viel me op hoe dol op drugs de meeste studenten waren. Begrijp me niet verkeerd: een beetje student hoort veel te experimenteren met seks, drugs en alcohol, maar de obsessieve fixatie die ik bij Amerikaanse studenten zag, kwam een tikje overdreven over.

Nu weet ik dat het helemaal niet zo overdreven was. Softdrugs was toen nog hartstikke illegaal, en dus ‘spannend’, met als gevolg dat ik van Amerikaanse studenten heb geleerd hoe je een bong (marihuanapijp) kunt maken uit praktisch alles.

Terwijl de wetenschap steeds meer ontdekte dat decriminalisering en behandeling goede methodes tegen drugsverslaving zijn, ging de Amerikaanse overheid sommige drugs demoniseren. Vlak na het einde van de drooglegging van alcohol in 1933 besloot president Roosevelt andere drugs illegaal te maken. In 1934 kwam de eerste Amerikaanse wet die op federaal niveau drugsbezit strafbaar stelde.

In aanloop naar die wet had topambtenaar Harry Anslinger een grote mediacampagne opgezet die erin slaagde de publieke opinie tegen cannabis te keren. De campagne legde uit wat de effecten van marijuana-gebruik zouden zijn. In beelden waren onder andere jonge mensen te zien die stierven aan – medisch onmogelijke – overdoses joints.

Later kwam de War on Drugs die bepaalde drugs verder criminaliseerde. Deze ‘oorlog tegen drugs’ kreeg bovendien de trekjes van een oorlog tegen de onderklasse. Zo werd onder Reagan de minimumstraf voor crack-cocaïne, vooral gebruikt in arme zwarte wijken, 100 keer zo hoog als de minimumstraf voor poeder-cocaïne, vooral gebruikt in witte wijken. Malle Amerikanen, zult u denken. Het lijkt er echter op dat wij mal en de Amerikanen verstandig aan het worden zijn. Want het tij is inmiddels kruiselings aan het keren. Terwijl de VS een steeds liberaler drugsbeleid voeren, gaan wij de andere kant op. Zo heeft Obama’s Fair Sentencing Act uit 2010 Reagans oneerlijke wetten grotendeels teruggedraaid. Sinds 2008 hebben zeven Amerikaanse staten recreatief gebruik van marijuana gedecriminaliseerd. Meer staten volgen.

En wij dan? De commissie Schneider adviseerde terecht dat we moeten gaan legaliseren. Een maand geleden schaarden 350 van de 390 Nederlandse burgemeesters zich achter de aanbeveling van de commissie. Om zowel criminelen de wind uit de zeilen te nemen als om te kunnen reguleren. Of zoals burgemeester Pieter Smit (Oldambt) het formuleerde in Dagblad van het Noorden: „Als je stroopwafels op de markt wil verkopen kun je inspecteurs van de Voedsel- en Warenautoriteit aan je kraam verwachten, maar als je softdrugs verkoopt komt er nooit iemand langs.”

Probleem is dat minister Van der Steur net als zijn voorganger Opstelten de oproep van de commissie Schneiders en het pleidooi van de burgemeesters naast zich neerlegt. Waarom? Omdat ons land in rap tempo aan het vertrutten is. Ons drugsbeleid wordt bepaald door oude corpsballen met een spruitjesgeur. Destijds VVD-kamerlid Van der Steur tweette in 2012 bijvoorbeeld bloedserieus: „Ik ken mensen die aan wiet of hasj gestorven zijn.” Onder jonge mensen is het een running gag geworden – Vice-hoofdredacteur Casper Sikkema heeft die tweet zelfs als Facebookbanner – maar ik vraag me af of het wel zo grappig is, een minister die qua visie op drugs rechtstreeks uit een Amerikaans propagandafilmpje uit de jaren dertig wandelt.

Zihni Özdil is historicus en auteur van Nederland mijn Vaderland (Uitgeverij De Bezige Bij)