Donald en Hillary zijn op zoek naar de beste running mate

kandidaten vicepresidentschap

Trump en Clinton kiezen hun vicepresident. Neem je er een die je aanvult of een die op je lijkt?

washington

Donald Trump, deze week in de staat Indiana, trad dinsdag op met gouverneur Mike Pence. Dat is vreemd, want Indiana is een Republikeins bolwerk, geen plaats om campagne te voeren. Dus weten Amerikaanse journalisten genoeg: Pence is een topkandidaat voor het vicepresidentschap. Zijn optreden naast Trump was een auditie voor de positie van running mate. Trump noemde hem „een vechter, een bouwer, een patriot”.

Meestal zoeken presidentskandidaten in alle stilte naar een running mate. Trump, gekneed in de wereld van reality-tv, maakt van zijn zoektocht een spektakel in de sfeer van zijn show The Apprentice. Hij laat mensen in- en uitvliegen, en becommentarieert hun prestaties. Een dag na zijn optreden met Pence liet hij Jeff Sessions en Newt Gingrich naar Indiana vliegen. Sessions, de oerconservatieve senator uit Alabama, en de flamboyante Gingrich zijn dus ook nog in de gratie. Gingrich speculeert op Twitter zelf graag mee over zijn aanstaande kandidatuur. Zijn contract met Fox News, waar hij als commentator werkt, is al opgezegd.

Meester in marketing

Trump wordt volgens een goed ingevoerde journalist, Robert Costa van The Washington Post, verscheurd tussen twee ideeën: hij wil een kandidaat naast zich die politieke ervaring heeft en hem inhoudelijk bij kan staan. Maar Donald Trump wil ook scoren, het nieuws beheersen met rare acties. Trump is een meester in marketing, en smeert zijn worsteling met dit dilemma al dagen uit. Het kan dus heel goed dat hij aan het einde van de week, als hij naar verwachting zijn keuze bekendmaakt, met heel iemand anders aankomt. Senator Joni Ernst uit Iowa misschien? Of toch gouverneur Chris Christie van New Jersey, die zo graag wil? Dochter Ivanka?

Veepstakes, het speculeren over de running mate, is een populair tijdverdrijf in Washington. De keuze voor de running mate wordt in het politieke hart van de Verenigde Staten als een van de belangrijkste momenten in een presidentscampagne beschouwd. Soms lijkt het kiezen van een kandidaat voor het vicepresidentschap op een sport: veel mythes, weinig feiten.

Mythe 1: het belang van de swing state

Een running mate moet uit een swing state komen, een staat die niet duidelijk Democratisch of Republikeins is. Zo’n kandidaat kan die staat binnenhalen, en zo de overwinning veilig stellen.

Alleen gebeurt dat in de praktijk nauwelijks. Publieke omroep NPR berekende dat van de laatste veertien Democratische en Republikeinse running mates er maar vijf uit een swing state kwamen. En dan nog: die vijf waren weinig succesvol: de swing state ging in vier van de vijf gevallen verloren. Alleen Al Gore haalde zijn staat Tennessee binnen voor Bill Clinton.

Mythe 2: kies een tegenpool

Om zwakke plekken te compenseren, zou een presidentskandidaat een aanstaande vicepresident moeten kiezen die sterk van hem verschilt. Een noorderling moet een zuiderling naast zich vragen. Een protestant een katholiek. Een conservatief een progressief. Kijk maar naar John F. Kennedy, de noordelijke katholiek, die succes had met Lyndon Johnson, type hart-op-de-tong, zuiderling. Maar dat was een uitzondering Sarah Palin was in alles de tegenpool van McCain, en beroofde hem van alle geloofwaardigheid. George Bush koos in 1988 voor de jonge senator Dan Quayle, om de campagne wat jeugdig elan te geven. De blunderende Quayle werd een blok aan Bush’ been.

Mythe 3: meer media-aandacht

Het kiezen van een kandidaat-vicepresident moet, zo luidt een andere mythe, een mediaspektakel zijn dat een paar dagen in beslag neemt. De presidentskandidaat bepaalt over wie gepraat wordt, en de mogelijke running mates worden uitgebreid op tv door bondgenoten geprezen. Daar zit iets in, maar de wet gaat nooit veel langer op. Mitt Romney koos voor Paul Ryan in 2012, om het gesprek over conservatieve thema’s te laten gaan, waar Ryan veel ideeën over heeft. Maar na een week was Ryan al onzichtbaar, en hij bleef dat tot november. Zo gaat het meestal met running mates. En dat is voor de echte kandidaat misschien maar beter ook: nieuws betekent meestal slecht nieuws.

Alles overziend: met een running mate win je geen verkiezingen, maar je running mate kan wel de verkiezingen voor je verliezen.

Misschien heeft Bill Clinton, die in de jaren negentig twee verkiezingen won, met Al Gore wel de slimste keuze gemaakt. Hij koos voor een running mate die in alles op hem leek: een jonge zuiderling, niet echt links. Clintons theorie was: een running mate hoeft alleen maar serieus te zijn. Presidenten overlijden nogal eens (het gebeurde vijf keer in de twintigste eeuw), en de kiezer moet weten dat de agenda wordt voortgezet. Ook Hillary Clinton zal naar verwachting zo’n veilige keuze maken.