Die meerderheid is echt onnodig. Toch?

Eerste Kamer

Erg lastig had Rutte II het dit jaar niet in de Eerste Kamer. Toch willen coalitie én oppositie straks een kabinet met senaatsmeerderheid.

Tanja Klip-Martin is dinsdag beëdigd als Eerste Kamerlid voor de VVD door voorzitter Ankie Broekers-Knol. Zij vervangt de vertrokken Ben Swagerman. Klip-Martin is dijkgraaf van waterschap Vallei en Veluwe. Foto Bart Maat/ANP

„Het Binnenhof ligt stil. Héél het Binnenhof? Nee, een enkele kleine nederzetting biedt moedig weerstand en maakt het ministers niet gemakkelijk.”

De politieke zomer is begonnen, maar de Eerste Kamer vergaderde dinsdag nog één keer. Daarom verstuurde senator Diederik van Dijk (SGP) deze ludieke tweet. Met de nadruk op ludiek, want moeilijk had het kabinet het volstrekt niet. De oppositie had gedreigd de begroting van minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) te blokkeren als daar niet meer geld voor vrijgemaakt werd, maar stemde dinsdag toch gewoon voor.

Twitter avatar djhvandijk D.J.H. van Dijk ’t Binnenhof ligt stil. Héél het Binnenhof? Nee, een kleine nederzetting biedt moedig weerstand en maakt het ministers niet gemakkelijk. #EK

Het is sowieso rustig in de Eerste Kamer de laatste tijd. In de eerste twee jaar van deze kabinetsperiode was de senaat nog het middelpunt van politiek tumult omdat VVD en PvdA er zonder meerderheid steeds akkoorden moesten sluiten.

Natuurlijk, ook dit parlementaire jaar liet de Eerste Kamer af en toe zijn tanden zien. Staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) werd gedwongen zijn plannen voor de publieke omroep uit te kleden. Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) zag vlak voor Kerst zijn stroomwet – onder meer over windmolens op zee – sneuvelen met één stem verschil.

Verder kwam het kabinet niet in de problemen, al hebben VVD en PvdA sinds de senaatsverkiezingen van vorig jaar nog maar 21 van de 75 zetels in de Eerste Kamer. Ook zonder gedoogpartners D66, ChristenUnie en SGP – die tot vorig jaar de bezuinigingen en hervormingen van Rutte II steunden in ruil voor invloed – kan het werk gewoon doorgaan. Je zou dus kunnen zeggen: een volgend kabinet kan opnieuw zonder vanzelfsprekende meerderheid in de senaat.

Alsjeblieft niet, zeggen veel senatoren van coalitie én oppositie. De onzekere zoektocht naar wisselende meerderheden willen ze een volgend kabinet graag besparen. En ook zelf komen ze beter tot hun recht bij stabiele steun in beide Kamers, zeggen ze.

De rust in de senaat was de afgelopen tijd vooral te danken aan een gebrek aan kabinetsplannen. „Er is de laatste tijd weinig wetgeving”, zegt Hans Engels, sinds 2004 senator voor D66. „De grote dossiers zijn gepasseerd, of de coalitiepartijen zijn het onderling niet eens, zoals bij de pensioenen.” Volgens SP-fractievoorzitter Tiny Kox heeft de afgelopen periode bewezen dat zowel kabinet als senaat goed met de nieuwe verhoudingen om kan gaan. Dat er in de praktijk weinig wetgeving is gesneuveld, komt volgens hem omdat het kabinet telkens op tijd inzag dat iets niet ging lukken. „Niemand wil hier een zeperd. Dat voorstel om gevangenen te laten betalen voor hun eigen proces, dat zien we hier echt niet meer terug”, zegt Kox.

Toch is ook volgens de SP een meerderheid voor een nieuw kabinet essentieel: „Als mijn partijleider Roemer na de Tweede Kamerverkiezingen zou bellen: we zijn eruit met drie partijen, zou ik zeggen: denk daar nog maar eens goed over na.” Senator Wopke Hoekstra (CDA): „Een volgende formateur gaat dit echt niet nog een keer zo doen.”

Vooral de VVD heeft zich de afgelopen jaren kapot geërgerd aan de Eerste Kamer als orgaan dat wetten toetst op politieke criteria in plaats van uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, zoals in haar functieomschrijving staat. „Er is nieuw staatsrecht geschreven”, zegt Eerste Kamerlid Frank de Grave (VVD). „Volgend jaar zal een nieuwe coalitie gedwongen zijn tegen de kiezer te zeggen: u dacht dat u er bij deze verkiezingen over ging, maar eigenlijk heeft u twee jaar geleden al bepaald hoe dit kabinet eruit moet zien.”

Met de huidige samenstelling van de senaat zijn vier of zelfs vijf partijen nodig voor een meerderheid in beide Kamers. Zeker omdat niemand verwacht dat de PVV gaat meeregeren. Zo’n brede coalitie betekent voor de deelnemers: een ingewikkelde formatie en grote concessies. Maar, zeggen ze bij de VVD, liever alle pijn in het begin pakken dan iedere keer je plannen moeten aanpassen ten gunste van de oppositie. Coalitiepartner PvdA is voorzichtiger en wil zich nog niet vastleggen op een vierpartijenkabinet na maart 2017.

Een regering met twee meerderheden heeft nóg een positief effect, zegt CDA’er Wopke Hoekstra: meer onafhankelijkheid voor senatoren. „De Eerste Kamer heeft meer toegevoegde waarde als kritische laatste toets van de wet, dan als schaduw die dreigend boven de Tweede Kamer hangt. Naar die rol terugkeren kan alleen door een kabinet met meerderheden in beide Kamers. Dan is er ook weer ruimte voor die enkele opstandige senator.”