De ontkennende schilder

Een gepensioneerde bewaker in een jeugdgevangenis, Robert Fletcher, meent in het bezit te zijn van een echte Peter Doig. Het is een woestijnlandschap met een watertje, twee cactussen en drie dode bomen. Doig, de kunstenaar, zag het werk onlangs en concludeerde: „Mooi.”

En ook: „Niet van mij.”

Dat vond de eigenaar niet grappig. Hij zegt miljoenen mis te lopen door de ontkenning. Dat is waarschijnlijk waar. Doig verkoopt geweldig. In februari ging er nog één voor 14.505.910 Britse ponden van de hand, toen nog zo’n 17 miljoen euro.

En dus klaagt Fletcher de kunstenaar aan. Die moet maar bewijzen dat hij het schilderij niet heeft geschilderd. De kunstwereld is geschokt. Een rechter niet. Hij lijkt zin in de zaak te hebben.

Fletcher, de eigenaar, beweert dat Doig „liegt of verward is”. Toen Doig zestien jaar was en enige tijd in de jeugdgevangenis zat, in 1976, heeft hij het werk van hem gekocht. Onzin, zegt Doig, hij is nooit in de buurt van Fletchers gevangenis geweest. Bovendien schilderde hij op zijn zestiende nog niet op doek. Zijn advocaat heeft zelfs een Peter Doige gevonden, met extra ‘e’, die wél in de bewuste gevangenis heeft gezeten. De man stierf in 2012.

Opvallend is dat aan de andere kant van de wereld, in Zuid-Korea, een soortgelijke kwestie speelt. Daar zegt de nog levende kunstenaar juist wél de maker te zijn. Het gaat om dertien werken die de politie als vals heeft bestempeld. Er is zelfs een bekentenis van een kunsthandelaar. Lee Ufan, de kunstenaar, is niet onder de indruk. Hij heeft de werken vorige week gezien en concludeerde: „Zonder twijfel: allemaal van mij.”

De Zuid-Koreaanse politie respecteert die opvatting, maar gaat door met het onderzoek. Er is genoeg ‘forensisch bewijs’: doeken zijn kunstmatig opgerekt, de lijsten oud gemaakt, enzovoorts. En toch. Ufan, tegen een groepje Zuid-Koreaans journalisten: „Iedere kunstenaar herkent zijn eigen werk ogenblikkelijk.”

Zeg dat tegen die rechter in Chicago! Interessant om te volgen, juist ook als de rechter Doig aanwijst als de maker. Zullen verzamelaars hun miljoenen dan toch uitgeven aan het werk? Ik kan het me slecht voorstellen. Tegelijk: wie ben ik? Onder de schedelpan kijken van kunst verzamelende miljardairs is een gave die zelfs maar weinig kunsthandelaars is gegeven.

Pieter van Os