De natte vinger van de terreurwichelaar

Christiaan Weijts is schrijver.

In deze tijden van treinrampen, schietpartijen en Pokémon Go-monstertjes is het geruststellend om te weten dat de autoriteiten over ons waken. Zo goed zelfs dat de dreiging van een terreuraanslag nu nog nauwkeuriger is vast te stellen. Er is een beperkt kansje dat we ooit kunnen afschalen van ‘substantieel’ naar het nieuwe ‘aanzienlijk’, waarbij een aanslag ‘voorstelbaar’ is.

Het doet me denken aan die IS-strijders die ‘veelvuldig’ blijken te zijn meegereisd in de vluchtelingenstroom. En aan de Belgische minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon, die meldde dat ‘een significant deel’ van de moslimgemeenschap had staan dansen bij de aanslagen op 22 maart. Het is een interessante categorie woorden, die een nauwkeurigheid suggereren van drie cijfers achter de komma maar in wezen niet meer zijn dan een natte vinger in de lucht. De terreurwichelaar gaat steeds meer lijken op de wijnschrijver voor wie een ‘robuuste’ wijn met ‘delicate tonen’ substantieel verschilt van een ‘stevige’ met een ‘verfijnde afdronk’. De problemen beginnen zodra er woorden nodig zijn voor waar geen woorden voor bestaan.

Gelukkig is er wel iets van helderheid te brengen in dit woud van verbale vaagheid. Woorden van schijnprecisie blijken in de praktijk in twee situaties te worden gebruikt: 1) Als iemand geen exacte aantallen kent. 2) Als iemand die wel kent maar geheim wil houden. Tot categorie één behoort Jambons ‘significante deel’. Hoeveel het er waren weet hij niet maar bij dat wetenschappelijke ‘significant’ zie je de witte jas en de grafieken al voor je – vandaar dat het woord ook zo geliefd is bij wasmiddelreclames.

Tot categorie twee behoren die IS-strijders. Het ‘veelvuldig’ specificeerde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) als ‘vele tientallen’. Bestaan er dus geheime documenten met concretere getallen? Zijn het er 86? 426? En waarom mogen wij dat niet weten?

Dat is het bezwaar van die woorden van schijnprecisie: ze dwingen je in de rol van exegeet. Het weeralarm geeft tenminste nog praktisch houvast (paraplu mee). Maar wat moeten wij straks concreet doen als we teruggaan van ‘substantieel’ met die ‘reële’ aanslagkans naar ‘aanzienlijk’, met een ‘voorstelbare’ aanslag? Niets is voorstelbaar voor wie het aan fantasie ontbreekt. De fijnmazige nieuwe codering suggereert dat de NCTV er bovenop zit en de aanslagkans kan meten met de precisie van de buienradar. In werkelijkheid hebben er wat ambtenaren op shift-F7 zitten drukken, de lijst met synoniemen. Maar behoren die tot categorie één of twee? Ik gok één. Eerder noemden onze inlichtingendiensten het immers nog ‘onwaarschijnlijk’ dat IS-strijders met de vluchtelingen meekwamen. Het sensibel gekalibreerde meetinstrument moet het ontbreken van elke grip maskeren.

Maar ook als het categorie twee is – te schokkende cijfers verbloemen – is het niet denkbeeldig dat ze het gevoel van geruststelling bij iedereen die even doordenkt aanzienlijk verlagen. Misschien wel substantieel.