‘De directeur gaf me cijfers: allemaal enen’

Michael Huijser (49)

is de nieuwe directeur van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Hij heeft een prachtig cv – op zijn uitstapje naar Abu Dhabi na. Hij werd er directeur van een kunsthal, raakte verstrikt in de cultuur van het land, werd ontslagen. Toen hij berooid terugkwam in Nederland verloor hij zijn oudste zoon.

Michael Huijser aan boord van de kopie van VOC-schip De AmsterdamFoto Anais Lopez

M

ichael Huijser (1967) is een soort museumdokter. Hij gaat aan de slag bij instellingen waar het rommelt en bezoekcijfers teruglopen. Als directeur zorgt hij voor een helder profiel, hij schaart de medewerkers achter zijn plan en weet bezoekers te verleiden. Krijgt het museum weer kleur op de wangen, dan haast de dokter zich naar de volgende patiënt.

Zo ging het bij het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen en bij het Rembrandthuis in Amsterdam. En zo zou het kunnen gaan bij het Scheepvaartmuseum, waar Huijser sinds 1 juli de leiding heeft. Met de aantekening dat hij beloofd heeft dit keer niet na twee jaar te zullen vertrekken.

Huijser volgt Pauline Krikke op, die na een jaar moest opstappen. Medewerkers van het maritieme museum in Amsterdam vochten elkaar de tent uit, de bezoekcijfers liepen terug en de koers was zo onduidelijk dat de Raad voor Cultuur in mei besloot voorlopig geen subsidie meer te verstrekken. Hoog tijd dus voor de museumdokter. Huijser lacht. „Ja, musea in moeilijkheden, dat is mijn specialiteit geworden.”

Huijser, afgestudeerd politicoloog, werkt al ruim twintig jaar in de kunstwereld. Hij was onder meer galeriehouder en medeorganisator van Art Rotterdam. Maar zijn loopbaan telt niet louter successen. Twee jaar geleden kwam hij berooid terug uit de Verenigde Arabische Emiraten, na een pijnlijk verlopen avontuur als directeur van een grote kunsthal. Voor het eerst vertelt hij daarover. Maar eerst legt hij uit waarom hij opnieuw van baan verandert. Huijser: „Ik zie het Scheepvaartmuseum als een promotie. Veel groter dan het Rembrandthuis en met een vier keer zo hoog budget. Twee jaar geleden solliciteerde ik al. Toen heb ik me teruggetrokken, omdat ik zo enthousiast raakte over het Rembrandthuis. Maar deze baan bleef aan me knagen. Nu krijg ik de kans.”

Het Scheepvaartmuseum zwalkte jaren tussen partycentrum en historisch museum. Wat moet het zijn?

„Geen van tweeën. Door het tentoonstellingsprogramma en de vele commerciële activiteiten is het profiel nu niet helder. Het moet een plek van betekenis worden voor de maritieme sector, in de breedste zin van het woord. Een museum dat duidelijk maakt waarom de VOC-tijd nog altijd relevant is. Het moet gaan over toen en nu, én over de toekomst.”

Onlangs was het museum drie weken dicht in verband met een politieke Europese top. Zou u dat ook doen?

„De overheid heeft tijdens de verbouwing veel gedaan voor het museum. Op zich logisch om een tegenprestatie te leveren. Maar eis dan wel een hoge vergoeding, zodat je elders een pop-upmuseum kunt openen. Een museum moet altijd aanwezig zijn. Herinner je je nog: ‘Het Rijksmuseum is wegens verbouwing geopend’? Briljant.”

Wat is het grootste misverstand over het Scheepvaartmuseum?

„Dat de inhoud verdwenen is. De collectie is top, er werken inhoudelijk sterke mensen en er is een fantastische bibliotheek. Met tentoonstellingen en activiteiten kunnen we het profiel duidelijk neerzetten. Het kennisplatform moet meer bekendheid krijgen. En de mensen die het museum een warm hart toedragen, moeten zich meer betrokken gaan voelen. Dat lukt als je een heldere visie overbrengt.”

Vijf jaar geleden kreeg Huijser een telefoontje van een Britse headhunter. Of hij directeur wilde worden van Manarat Al Saadiyat, een grote kunsthal in Abu Dhabi. Een grap van Ralph Inbar, dacht Huijser eerst. Maar het bleek serieus. Op de designbeurs in Milaan had het Zuiderzeemuseum indruk gemaakt met een expositie over Nederlands erfgoed. Kon Huijser het erfgoed van de Emiraten niet op dezelfde wijze betekenis geven?

Het leek hem een jongensdroom. Huijser: „Samenwerken met de dependances van het Louvre, het Guggenheim en het British Museum, wanneer krijg je die kans? Bovendien was de Arabische Lente net uitgebroken. De kunsthal moest het middelpunt worden van de jonge Arabische cultuur. Van dat momentum in de geschiedenis wilde ik graag getuige zijn.”

Voor uw vertrek zei u in een interview: óf ik loop na twee jaar gillend weg, of ik heb de tijd van mijn leven. Waarom waren uw verwachtingen zo dubbel?

„Mijn scriptie ging over economische ontwikkelingen in het Midden-Oosten, ik heb in Jeruzalem gestudeerd. Ik wist dat mooie woorden bij de Arabische cultuur horen. Ik dacht: dit kan niet waar zijn.”

En?

„Het is goed én slecht gegaan. Alles wat mis kan gaan, is daar misgelopen. Ik noem het de periode van de vrije val. Aan de andere kant ben ik dankbaar dat ik daar twee jaar heb mogen rondlopen. In die regio gebeurt zo krankzinnig veel.”

Wat ging er mis?

„Ik was twee maanden in dienst toen ik aanzat bij een groot diner. Een Britse journalist zei dat hij een schema had gezien met een openingsdatum voor het Louvre Abu Dhabi. Over dat museum had ik al zoveel verschillende papieren gezien, dat ik vroeg: ‘Welk tijdschema bedoel je?’ Die onschuldige opmerking werd de basis voor een stuk over de chaos bij dit bouwproject. De paranoia over slecht nieuws is daar groot, de hel brak los. Ik voelde me niet verantwoordelijk, maar ben wel op het matje geroepen door de directeur van alle musea in Abu Dhabi.”

U kreeg een reprimande?

„Tot dat moment had ik als directeur van de kunsthal leiding gegeven aan 150 medewerkers. Daarna was ik een veredelde conciërge, de koning van de airco’s. Toen ben ik het mezelf maar naar de zin gaan maken. Met de kunstenaar Christo sprak ik over het inpakken van de kunsthal. Ik maakte plannen voor een boekhandel in het gebouw en organiseerde concerten.”

En wat gebeurde er toen?

„Na zeven maanden moest ik weer bij de directeur komen. Voor mijn werk kreeg ik rapportcijfers: allemaal enen. Aan het eind zei ze: je wist toch dat je zou worden ontslagen? Ter plekke moest ik mijn laptop inleveren, mijn bankrekeningen waren geblokkeerd, het schoolgeld voor onze kinderen was gestopt, en binnen een week moesten we het land verlaten.

„Ik laat me niet zo gauw kisten. Ik heb een paar bevriende Emirati gebeld. Zij zeiden: ‘Jij bent te belangrijk voor ons. Je krijgt van ons een advocaat.’ Het Nederlands vormgevingsbedrijf DAY in Dubai benoemde me tot directeur cultural branding, waardoor ik een nieuw visum kreeg. De eerste opdracht die ik binnenhaalde, was gek genoeg van de overheidsinstelling die me had ontslagen. Persona non grata was ik dus niet. Maar mensen met wie ik eerder had gebarbecued, meden me in de supermarkt opeens wel. En toen Beatrix op staatsbezoek kwam, werd ik nergens meer voor uitgenodigd.”

Waar eindigde de vrije val?

„Toen ik financieel aan de grond zat. Het leven is daar duur: een huis, eten en school voor de kinderen, dat kost 12.000 euro per maand. We zijn teruggegaan naar Nederland en voor werk pendelde ik nog naar Dubai. Net toen ik dacht dat het niet slechter kon gaan, overleed onze oudste zoon tijdens een gymnastiekles. Een anatomische afwijking.

„Twee dagen na de begrafenis voerde ik een sollicitatiegesprek. Absurd, maar ik had geen werk en vond dat het moest. Daarna heb ik met mijn vrouw een adviesbureau voor de culturele sector opgezet. En tussendoor solliciteerde ik op allerlei museumfuncties.”

Hoe kijkt u terug?

„Met gemengde gevoelens. Voor ons gezin is het een bijzondere periode geweest. De kinderen zaten op een school met 73 nationaliteiten. In die twee jaar zijn het wereldburgers geworden. Zelf heb ik intellectueel onder mijn niveau gewerkt. Ik merk dat ik hier ben opgebloeid.”

Wat is uw advies aan collega’s die benaderd worden voor een positie in het Midden-Oosten?

„Toevallig heb ik een collega die dat net is overkomen. Ik heb hem aangeraden goed na te denken, te zorgen voor een goed gevulde eigen bankrekening en vrouw en kinderen het eerste half jaar thuis te laten. Contracten zijn daar gewoon niet heilig. Toen ik mijn situatie in Dubai met een advocaat besprak, zei hij: ‘U heeft een goede zaak. Maar het duurt wel anderhalf jaar.’ Tja, moet ik dan als Klein Duimpje anderhalf jaar tegen de overheid van Abu Dhabi procederen? Het is een land met vele gezichten. Je kunt er veel geld verdienen, maar ook veel verliezen.”

Bent u optimistisch over de ontwikke-lingen in de Golfregio?

„Er is daar veel meer mogelijk dan we vaak denken. De New York University met z’n liberale gedachtegoed is in de Emiraten gevestigd en wordt geaccepteerd. Er worden nu ook kerken gebouwd. In sommige opzichten is het land opvallend tolerant. Al is het soms lastig om te bepalen op welke terreinen.

„Ook op cultureel gebied is de dynamiek groot. Mijn Arabische vrienden zijn optimistisch. Ze voorspellen dat de Arabische Lente terugkomt.”