‘Als een zendeling het land in’

Interview

Aart van der Gaag, ‘aanjager’ in het bedrijfsleven.
Het lukt bedrijven genoeg arbeidsgehandicapten aan werk te helpen. „Je moet erin geloven.”

Aart van der Gaag (67) vindt zelf dat hij „zendingswerk” doet. Namens werkgeversorganisatie VNO-NCW trekt hij het land door om ondernemers ervan te overtuigen dat het een goed idee is om gehandicapten aan het werk te helpen.

Daar moeten ze, zegt hij, dan ook wel in gaan geloven. Want als je er te lang over nadenkt, begin je er misschien niet aan. Hoe weet je of zulke werknemers niet steeds te laat komen? Of jouw productieproces in de war schoppen? Vaak ziek zijn?

Soms is hij bij een bijeenkomst over de 100.000 banen voor gehandicapten die het bedrijfsleven heeft beloofd en dan krijgt hij ineens het gevoel dat hij bij de Pinkstergemeente zit. „Dan staan er in de zaal mensen op om te getuigen.” Die vertellen hoeveel twijfels ze eerst hadden en hoe goed het nu toch gaat.

Op een middag in Naaldwijk, in het voorjaar, is de sfeer zakelijk. Zo’n 125 ondernemers uit het Westland willen horen hoe ze het moeten aanpakken als ze een gehandicapte willen aannemen en wat de voordelen zijn – en de risico’s. Daar zijn workshops over, maar eerst houdt Van der Gaag zijn verhaal. Hij vertelt over ABN Amro die bij werving en selectie een blinde vrouw heeft werken: haar vallen andere dingen op van sollicitanten dan haar collega’s. En over een bedrijf in medische hulpmiddelen. Een gehandicapte werknemer knipt daar gele kraantjes van plastic zakken, voor hergebruik. „Hij kost zo’n 15.000 euro per jaar, door zijn werk bespaart het bedrijf per jaar 100.000 euro.”

Van der Gaag zegt dat het natuurlijk ook mis kan gaan. „Ik was bij een steenbakker die zei: ‘Ik heb er één gehad en dat ging niet. Ik doe het nooit meer.’ Dan vraag ik: „Heeft u dat dan nooit met andere werknemers meegemaakt?”

Héél even doet Van der Gaag triomfantelijk: in het bedrijfsleven gaat het goed, maar de overheid heeft het moeilijk met de banen voor gehandicapten. „Dat komt”, zegt hij tegen de ondernemers, „omdat ze er een quotum van hebben gemaakt.” De ministeries, provincies en gemeenten hebben aantallen te horen gekregen die ze moeten waarmaken. „Dat wekt weerstand”, zegt Van der Gaag.

De boodschap van de ondernemers is al heel lang: doe dat bij ons níét. De dreigende Quotumwet, als er niet genoeg banen bij komen, zou het hele idee juist laten mislukken, denken ze bij VNO-NCW.

Hij is blij dat het goed gaat in het bedrijfsleven, maar hij vindt dat er nog wel veel moet gebeuren. Uit onderzoek blijkt dat 26 procent van de ondernemers in Nederland weet dat er is beloofd om 100.000 werkplekken te creëren voor gehandicapten. Bijna driekwart dus nog niet.

En wat gebeurt er met al die bijzondere werknemers als ze twee keer een los contract hebben gekregen en dan volgens de Wet werk en zekerheid een vast contract moeten krijgen? Krijgen ze dat?

En dan is er nog iets: hoe kom je aan genoeg mensen? Het UWV heeft nu nog een flink bestand van mensen met een Wajonguitkering. Ondernemers horen van het UWV wat die kunnen – het staat in een ‘profiel’.

Maar elke gehandicapte die vanaf 2015 achttien jaar is geworden, moet zich nu melden bij de gemeente en niet meer bij het UWV. Ook gehandicapten die op de wachtlijst stonden voor een sociale werkplaats, waar geen nieuwe werknemers bij komen, staan in gemeentelijke kaartenbakken. „Ze hebben er zo’n 15.000, maar er zijn er nog niet eens vijfhonderd van wie je als ondernemer in een profiel kunt zien wat ze kunnen”, zegt Van der Gaag. „Die ambtenaren schrijven liever een beleidsnota dan dat ze mensen bij zich aan tafel halen om na te gaan wat die te bieden hebben.”