Als een man geen kant meer uit kan

Wonderlijk hoe je toch altijd van je moeder blijft houden”, zegt Corrie. „Ook al heeft ze je mishandeld.” Ze schrikt van haar eigen woorden. Nee, nee, dat neemt ze terug. Haar moeder heeft haar nooit geslagen en later, toen Corrie volwassen was, zei ze vaak genoeg dat zij haar liefste dochter was.

„Ze stuurde je op je veertiende uit werken”, zeg ik.

„Mijn vader was dood.”

„Je moest thuis ook alles doen.”

„Omdat zij het niet kon. Ze was overspannen.”

„Ze deed of ze het niet merkte als je broer je...”

„Dat wéét ik toch helemaal niet?” Corrie zet haar koffiekopje met een venijnige tik terug op tafel en kijkt me aan alsof ik de dingen die ze me verteld heeft zelf verzonnen heb. „Het kan best waar zijn dat ze het niet wist. Het is veel waarschijnlijker dat ze het niet wist. Een moeder zou zoiets nooit...”

„Geloof je het zelf?”

Ze zwijgt een poosje en buigt zich dan naar haar tas, die naast haar stoel staat. Er komt een zwart-witfoto tevoorschijn van een oude man in een driedelig kostuum, klompen aan de voeten, pet op zijn hoofd. Hij staat wijdbeens voor de witgeschilderde gevel van een kleine boerderij. „Mijn grootvader. Die vond ik toen mijn moeder overleden was. Maar ik heb hem nooit gekend, want hij had haar verstoten. En nou wil jij zeker weten waarom.”

„Niet als je me het daarna kwalijk neemt dat ik het weet”, zeg ik.

Ze doet alsof ze het niet hoort en vertelt over het eerste kind van haar moeder, een voorkind, dat op haar elfde overleed aan een nooit begrepen ziekte. „Later ben ik erover gaan nadenken”, zegt ze. „Toen ik zelf dat kindje zonder hersenen had gekregen zeiden ze in het ziekenhuis dat zoiets eerder kan gebeuren als familieleden onderling... nou ja, je weet wel. En mijn grootmoeder had reuma, zei mijn moeder. Die lag ’s avonds in de bedstee te kermen dat ze geen kinderen meer wou, want ze had er al twaalf.”

„Katholiek?”, vraag ik.

‘Gereformeerd. Ze woonden op de Veluwe. Op een dag brak er een veeziekte uit en toen was mijn grootvader al zijn koeien kwijt.” Ze veegt met haar wijsvinger over de foto, bijna liefkozend. „Je kan het hem ook eigenlijk niet kwalijk nemen.”

„Wat zeg je nou?”, vraag ik.

„Ja toch? Hij kon geen kant uit."

„Waarom had hij je moeder verstoten?”

„Ze trouwde met een man die niet in God geloofde.”

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus in de wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.