Van Gogh sneed niet een oorlel, maar zijn hele oor af

Briefje van arts maakt einde aan lange discussie.

Vincent van Gogh heeft op 23 december 1888 in Arles niet een deel van zijn linkeroor afgesneden, zoals doorgaans werd gedacht, maar zijn gehele oor.

Dat blijkt uit het vandaag verschenen boek Van Goghs oor, geschreven door de Ierse publicist Bernadette Murphy. Daarin openbaart zij een in een Californisch archief gevonden brief van Félix Rey, de ziekenhuisarts die de kunstenaar na zijn zelfverminking verzorgde.

Lees ook ons interview met de schrijfster van het boek over Van Gogh: ‘Van Gogh was echt serieus ziek’

Eind aan langlopende discussie
Het uit 1930 daterende briefje is gericht aan de Amerikaanse schrijver Irving Stone, die zich destijds voorbereidde op Lust for Life, zijn gefictionaliseerde levensbeschrijving van Van Gogh, die in 1956 succesvol werd verfilmd met Kirk Douglas in de hoofdrol.

Op een receptbriefje tekende ziekenhuisarts Rey voor Stone hoe Van Gogh zijn oor had afgesneden en schreef daarbij: „Het oor is met een scheermes afgesneden langs de stippellijn.” Daaronder maakte Rey een tekening van „het aspect van wat er over was van de oorlel” – een friemeltje.

Op een gezamenlijke persconferentie hebben het Van Gogh Museum en Murphy het briefje van Rey vanmorgen openbaar gemaakt. Volgens Louis van Tilborgh, senior onderzoeker bij het museum en hoogleraar kunstgeschiedenis, betreft het „een document met een grote gevoelswaarde”, dat een einde maakt aan een langlopende discussie.

Lees ook ons achtergrondverhaal Het oor van een gevoelige man

Afgegeven bij een bordeel
Dat Van Gogh „een heel oor” in een pakketje had afgegeven bij een bordeel werd destijds al door diverse ooggetuigen verklaard. Maar omdat Jo van Gogh-Bonger, de weduwe van Vincents broer Theo, en ook twee vrienden die Van Gogh vlak voor zijn dood nog hadden gezien later verklaarden dat de kunstenaar slechts een klein deel van het oor miste, werd dat de geldende opvatting over de gang van zaken.

Over de aard van de zelfverminking liet Van Gogh zelf niets los. Hij bagatelliseerde zijn daad en meldde in zijn brieven alleen dat er „zeer veel bloedverlies” was geweest. Ook grapte hij dat het tijd werd voor „een oor van papier-maché”.

Het briefje van dokter Rey is tot 25 september te zien in het Van Gogh Museum in Amsterdam op de tentoonstelling De waanzin nabij, Van Gogh en zijn ziekte.