Thuiswerken

Initiatief

Met 25 man onder één dak wonen en samenwerken. Dat gebeurt bij Je m’appelle Company.

Foto Tammy van Nerum

Hier in huis ben je niet snel eenzaam, maar een weekendje rustig aandoen is er eigenlijk ook niet bij, zegt Scott Kooken (20). Hij is op de verjaardag van zijn Zweedse huisgenoot Fredrik Henningsson (26). Ter gelegenheid daarvan is het er volgestroomd met Zweedse Amsterdammers. Kooken: „Ik wilde gisteren eigenlijk een keer vroeg naar bed: niet gelukt. En vanavond dus ook niet, verwacht ik.”

Dit zou zomaar een verjaardag in zomaar een studentenhuis kunnen zijn, maar dat is het niet. Hier, in de Amsterdamse wijk De Baarsjes staat het eerste ‘co-living initiatief’ van Nederland: Je m’appelle Company. 25 mensen die samen wonen en werken. Boven zijn de appartementen, beneden is de werkruimte een extra gezamenlijke keuken.

Initiatiefnemer van Je m’appelle Company, in mei officieel gelanceerd, is Tijn Hoyng (25). Het idee kwam een paar jaar geleden. Hoyng, die zijn eerst betaalde designopdracht kreeg op 14-jarige leeftijd en zijn eerste bedrijf begon op zijn achttiende, was op reis in de Verenigde Staten en kwam terecht in een start-uphuis in Silicon Valley. Een plek waar hij, naar eigen zeggen, voor het eerst kon samenwerken met gelijkgestemden. „Mensen die net als ik uren konden discussiëren over de kleur van een button. Totaal anders dan wat ik gewend was in Eindhoven, waar ik vroeger woonde.”

Wat in Silicon Valley kan, moet ook kunnen in Nederland, dacht hij. Dus schreef Hoyng een bedrijfsplan om in Amsterdam een co-living project op te zetten. Uiteindelijk kwam hij in contact met de eigenaar van een pand dat in totaal uit acht appartementen bestaat, variërend van tweepersoons- tot vijfpersoonswoningen. „Hij was enthousiast, en toen is het hard gegaan. Hadden we ineens 25 woonruimtes te vergeven.”

Dat lijkt een eitje, gezien de structurele woningnood in Amsterdam. Maar in praktijk bleek het samenstellen van de juiste selectie de grootste uitdaging. „Je moet het zien alsof je in één keer een bedrijf opricht met 25 werknemers. Mensen moeten elkaar aanvullen, op hetzelfde niveau zitten, elkaar leuk vinden en ook nog eens in je huis willen wonen.”

Na overleg kreeg Hoyng van de huiseigenaar goedkeuring om de appartementen – elk met een strakke en neutrale inrichting, een eigen slaapkamer en gedeelde keuken en badkamer – een voor een te vullen, verspreid over een half jaar. „Dat heeft ontzettend geholpen. Bewoners konden zo vanuit hun eigen netwerk weer nieuwe bewoners aandragen.” Hoyngs eigen kamer komt overigens met een extraatje: een ruim dakterras. De huur is 700 euro inclusief.

Scott Kooken, die de verjaardag van zijn Zweedse huisgenoot viert, is met zijn twintig jaar de jongste bewoner. Robbert Opzeeland, die vanaf het begin bij het samenleefproject betrokken is: „Scott zit hier vaak tot diep in de nacht. Hij werkt keihard.” Hoyng: „Ja, zo was ik ook op die leeftijd. Dan pak je nog alles aan.”

Negen dagen gebeukt

Het resultaat van het bedrijfsplan werd Je m’appelle Company. Volgens de website: „1 house, 25 creatives, 24/7 company.” Dat klinkt lekker, maar dekt de lading niet helemaal. Zo is Je m’appelle Company geen bedrijf: de bewoners zijn zzp’er of werken ergens in loondienst. Wel werken ze regelmatig samen aan projecten, bijvoorbeeld als iemand een grote klus binnenhaalt.

Binnen de muren werd al een start-up geboren: Wanderbrief. Hoyng: „Dat is een mooi voorbeeld van hoe goed dit kan werken. Een van de oprichters woont hier, de ander kwam hier om te werken. Een bevriende programmeur uit Washington is overgevlogen om de website te bouwen, en ik heb meegewerkt aan het design. In totaal hebben we samen negen dagen keihard gebeukt, toen was het af.”

Krijgt hij betaald voor zo’n opdracht? „Dat ligt eraan. In dit geval ging het om een start-up met heel weinig budget. Dus dan is het een vriendendienst, later doen zij weer wat voor mij. Maar laatst had ik een opdracht via Ahold, waarvoor ik de hulp van een paar bewoners heb ingeschakeld. Die mogen een factuur sturen.”

Hoyng verdient ook geld met Je m’appelle Company: hij krijgt een marge op de huurprijs. Maar dat investeert hij nu nog allemaal in het pand. „In de toekomst hoop ik uit te breiden met meer panden. Dan verwacht ik er zelf meer aan over te houden.”

Het gebouw is niet dag en nacht ‘open’ voor bezoekers, de term ‘24/7 company’ slaat volgens Hoyng meer op het collectieve arbeidsethos: het tegenovergestelde van de 9-tot-5-mentaliteit. Als er deadlines gehaald moeten worden, betekent dat ’s avonds of in het weekend werken. „Het contrast was laatst goed zichtbaar. We hadden een barbecue georganiseerd, dus driekwart van de mensen stond buiten te feesten. En binnen zat een klein groepje keihard aan een project te werken.”

Ook ‘creatives’ is wat breed genomen: niet alle 25 mensen binnen het collectief hebben een creatief beroep. Zo werkt iemand als marketeer bij Unilever, en is er een office manager. Hoyng: „Wat je voor werk doet, geeft bij ons niet de doorslag, als je er maar fucking goed in bent. En natuurlijk is het belangrijk dat we elkaar aanvullen, dus er moet voldoende variatie zijn.”

Scott Kooken is wel ‘een creatief’: hij werkt voor een reclamebureau. Al heeft hij niet zoveel met het label. „Het is zo’n breed begrip. We hebben een keer een aanmelding gehad van een 43-jarige vrouw die iets deed met kraaltjes en vingerverven. Die had ‘huis voor creatieven’ dus weer op een heel andere manier begrepen.”

Inpandige stelletjes

Hoewel de ‘harde kern’ van de groep vooral uit mannen bestaat, is ruim eenderde van het collectief vrouw. Inpandige stelletjes zijn nog niet ontstaan, al wordt er hier en daar wat gescharreld. Bij Je m’apelle Company zijn daar geen afspraken over gemaakt. Dat PodShare, een Amerikaans co-living project, seks expliciet verbiedt, vindt Hoyng onzin. „Daar bemoeien wij ons niet mee. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat je vriend of vriendin hier intrekt, maar verder is je liefdesleven je eigen zaak.”

Wat vinden buurtbewoners eigenlijk van deze onvervalste gentrificatie? Volgens Hoyng hebben die er geen moeite mee, integendeel. „We proberen de buurt zoveel mogelijk te betrekken. Een voorbeeld: aan de overkant zit een rotizaak. De eigenaar heeft een tijdje geleden een nieuw soort bitterbal ontwikkeld: op z’n Surinaams, met kipkerrie. Alleen wist hij niet goed hoe hij die in de markt moest zetten. Dus hebben wij, als team, de branding voor hem gedaan. Als bedankje krijgen we nu elke week een Surinaamse maaltijd.”