‘Nederlandse jongeren zijn Europees kampioen zitten’

Dat meldde de NOS gisteren.

Foto Koen Suyk / ANP

De aanleiding

Te veel zitten is niet goed voor je, dat is inmiddels wel vastgesteld. Dat komt niet door de specifieke houding van het zitten, zoals je vaak hoort; dat de mens daar evolutionair niet op gebouwd zou zijn. Nee, het is zo slecht voor je omdat zitten met name betekent: niet bewegen.

Daar zijn wij Nederlanders goed in. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) brengt de Nederlander zo’n 8,7 uur per dag zittend door. De NOS maakt het bonter. „Nederlandse jongeren” zouden zelfs „Europees kampioen zitten” zijn, berichtte de omroep maandag. Maar klopt dat wel?

Waar is het op gebaseerd?

Maandag publiceerde het RIVM nieuwe cijfers uit de zogeheten Leefstijlmonitor, een grootschalig, jaarlijks onderzoek naar de volksgezondheid. Daaruit blijkt dat jongeren in Nederland de meeste tijd zittend doorbrengen van alle leeftijdsgroepen: gemiddeld 10,4 uur per dag. Gevaarlijk, zegt het RIVM, want overmatig zitten heeft op de lange termijn een morbide lijst gevolgen: diabetes, dikkedarmkanker, overgewicht, hart- en vaatziekten.

En, klopt het?

Nederlandse jongeren brengen meer tijd zittend door dan andere leeftijdsgroepen – maar zijn ze Europees kampioen? Een telefoontje naar het RIVM leert: we weten dat eigenlijk niet.

Dat Nederland internationaal gezien slecht scoort, lijkt wel vast te staan. In de Eurobarometer, een onderzoek uit 2014 waarin het zitgedrag van volwassenen uit 28 Europese landen werd vergeleken, telden Nederlandse volwassenen de meeste zituren – op de voet gevolgd door Denemarken.

Voor de nieuwste cijfers is een andere methode gebruikt, zegt het RIVM. Dat maakt het lastig vergelijken met dat oudere onderzoek, dat weer géén onderscheid op leeftijd maakt.

Een ander punt is dat in beide instanties gebruik is gemaakt van ‘zelfrapportage’: deelnemers moesten zelf aangeven hoe lang ze per dag zitten. „Dat bemoeilijkt een internationale vergelijking”, zegt onderzoeker Hidde van der Ploeg van het VUmc, die meeschreef aan de Eurobarometer.

„Een vraag in het Nederlands kan anders worden beantwoord dan in het Portugees, en culturele verschillen wegen mee. Er is een tekort aan objectief onderzoek met bewegingsmeters.”

Het bestaat wel. Mai Chin A Paw van het VUmc voerde verschillende internationale onderzoeken uit, zij het in de leeftijdsgroep 10 tot 12 jaar. In een studie uit 2012, uitgevoerd onder 1.082 kinderen in vijf landen, kregen de deelnemers zogeheten ‘accelerometers’ om, die hun bewegingen vastlegden. Objectief onderzoek dus. Opvallend: Nederlandse kinderen zaten juist mínder dan hun leeftijdsgenoten uit onder andere Griekenland, Hongarije en België. Aanvullend onderzoek onder 7.234 kinderen uit zeven Europese landen, dit keer wel op basis van zelfrapportage, leverde eenzelfde resultaat op.

Maar kinderen tussen 10 en 12 zijn niet representatief voor alle jongeren, dus sluitend tegenbewijs is dit niet. „We weten nog heel weinig van het zitgedrag van jongeren”, zegt Mai Chin A Paw. Ook chronologisch onderzoek ontbreekt: bewegen jongeren nu minder dan vroeger? Zeker weten we het niet. Hetzelfde geldt voor de gezondheidseffecten: „Van volwassenen kennen we die redelijk, in hoeverre dat ook voor jongeren geldt is nog niet vastgesteld.”

Hoe dan ook, zegt Chin A Paw, we zitten veel. „De maatschappij is zo ingericht dat je moeite moet doen om er een gezonde leefstijl op na te houden. Roltrappen, smartphones, laptops – je moet bewust je best doen om te bewegen. Jongeren én volwassenen.”

Conclusie

Zijn Nederlandse jongeren echt kampioen zitten? We weten het niet. Nederlandse volwassenen scoren internationaal gezien hoog op zitvlak, maar de meetmethode is onbetrouwbaar. Vergelijkend onderzoek naar zittende jongeren is er nauwelijks. Hoe dan ook is de uitspraak niet af te leiden uit de cijfers van het RIVM. Oordeel: ongefundeerd.