Kwetsbare banken lonken alweer naar hulp uit Brussel

Banken

Sommige Europese banken staan er zó slecht voor dat ze het liefst staatssteun zouden ontvangen. Geheel tegen de afspraken in.

Het hoofdkantoor van Deutsche Bank in Frankfurt. Meerdere banken in Europa hebben dringende problemen, ook Deutsche Bank zelf. Foto AFP/ DANIEL ROLAND

Het was een onheilspellende boodschap voor iedereen die dacht dat de bankencrisis voorbij was. Zondag waarschuwde de belangrijkste econoom van Deutsche Bank, Duitslands grootste bank, dat meerdere banken in Europa dusdanig in problemen verkeren dat dringend hulp nodig is. Hij riep de Europese Unie op om een noodfonds op te tuigen van 150 miljard euro, om een herhaling van 2008 te voorkomen.

De econoom, David Folkerts-Landau, had het vooral over Italiaanse banken. Sinds het Britse referendum wankelen er daar verschillende. Wereldwijd wordt met argusogen gekeken naar hoe de situatie zich ontvouwt. Maar er zijn ook probleemgevallen in andere Europese landen.

Persbureau Reuters citeerde vorige week anonieme EU-functionarissen die stelden dat de problemen van Portugese banken op dit moment net zo kritiek zijn als die van Italiaanse. Vorig jaar stak de Portugese regering 2 miljard euro in de redding van de Banif bank. Ook in Frankrijk hebben verschillende banken het zwaar.

Folkerts-Landaus eigen werkgever Deutsche Bank kampt met talloze problemen en werd onlangs door het IMF aangemerkt als grootste risico voor het wereldwijde financiële systeem. De econoom preekt dus ook voor eigen parochie. Mochten de problemen voor zijn bank op zeker moment ondraaglijk worden en hij krijgt zijn zin, dan ontvangt Deutsche Bank overheidssteun. Dat is voor een bank aanzienlijk minder vervelend dan de financiële gezondheid verbeteren door het korten van aandeelhouders, obligatiehouders en spaarders met meer dan een ton, zoals nieuwe Europese regels sinds dit jaar vereisen.

Slechte leningen

Het probleem waar dikwijls op gewezen wordt, is dat veel banken op bergen slechte leningen zitten. Dat zijn leningen die niet of nauwelijks worden afbetaald. Volgens een schatting van het IMF vorig jaar hebben Europese banken voor 1.000 miljard euro van dat soort leningen in hun boeken staan. Het leeuwendeel daarvan zit in Italië: 360 miljard euro.

Soms spelen erfenissen uit het verleden een rol. De Italiaanse bank Monte dei Paschi di Siena, het ernstigste probleemgeval, kocht toen de crisis op haar hoogtepunt was het onderdeel Antonveneta uit de boedel van ABN Amro. Zij deed dat veel te gehaast, zonder deugdelijk boekenonderzoek, en betaalde daarom veel te veel (9 miljard euro, cash), memoreerde de Financial Times maandag. Volgens de Britse krant is de bank daar nooit helemaal van bekomen.

De problematiek speelt dus al langer, maar is acuut geworden door het Britse referendum. Lange tijd dachten banken dat zij er wel uit konden ‘groeien’. Zolang de economie herstelde, kon er elk jaar winst worden gemaakt waarmee ruimte ontstond voor het afschrijven van slechte leningen. Echter, de economie groeit nauwelijks nog en de verwachtingen zijn door een toekomstige ‘Brexit’ alleen maar slechter geworden.

Nóg een probleem: de extreem lage rente, omdat centrale banken de economie proberen te stimuleren. Daardoor verdienen banken ook steeds minder, waardoor er eveneens minder geld is voor afschrijvingen.

Beleggers dumpten na het Britse referendum massaal bankenaandelen – ook van Nederlandse instellingen. Het lijkt er dan ook op dat het als een soort alarmbel heeft gewerkt. Als de Britten hadden gekozen voor een toekomst binnen de EU waren banken en hun beleggers wellicht nog een tijdje op de oude voet doorgegaan. Nu lijken ze te zeggen: we geloven er niet meer in. De onzekerheid is te groot.

Stresstest

Sinds de crisis is er een reeks maatregelen genomen om te voorkomen dat als banken in problemen komen overheden daarvoor opnieuw moet opdraaien. Er is een bankenunie opgericht en cruciaal onderdeel daarvan zijn afspraken die regelen dat in geval van nood eerst de beleggers en spaarders met meer dan een ton verliezen moeten lijden. Alleen in allerlaatste instantie is staatssteun toegestaan.

Maar bankeconoom Folkerts-Landau begint nu dus al te morrelen aan die afspraken. De Italiaanse overheid voert ondertussen gesprekken met de Europese Commissie om toestemming te krijgen voor overheidssteun voor zijn zwakste banken. De grote test van het nieuwe veiligheidssysteem komt er dus aan. Al was het maar omdat op 29 juli de Europese bankentoezichthouder EBF de resultaten bekendmaakt van nieuwe stresstesten, waarin is onderzocht hoe goed banken bestand zijn tegen nieuwe economische schokken. De resultaten zullen naar verwachting meer helderheid geven over hoe de banken er precies voor staan.

Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem zegt nu al dat Italië geen banken mag helpen. De regels kennen uitzonderingen, bijvoorbeeld als de situatie zeer problematisch is. Maar volgens Dijsselbloem is er in Italië geen sprake van „een acute crisis”.

Over de oproep van de Duitse econoom was hij feller. Tegen het Financieele Dagblad zei hij: „De problemen moeten in en door de banken worden opgelost. Het gemak waarmee sommige bankiers vragen om overheidsgeld is echt problematisch. We hebben binnen de banken leiders nodig die zelf de problemen oplossen, in plaats van ze af te schuiven op politici.”